GeopolitiekMiddenOosten

Category
GeopolitiekMiddenOosten

Gaat Nederland mee de nieuwe Dertigjarige Oorlog in?


Tot voor kort refereerden de waarschuwingen voor het dreigende uitbreken van een groot wereldconflict aan het feit dat het honderd jaar geleden is dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Maar de voormalige Amerikaanse minister van defensie Leon Panetta heeft nu gesproken over de Dertigjarige Oorlog. Bij dat conflict, een onder de vlag van de godsdienst (Roomskatholiek versus Protestants) uitgevochten ontbinding van het (Duits-Oostenrijkse) Habsburgse Rijk, kwam naar schatting tussen de 25 en 40 procent van de bevolking van Duitsland om. De oorlog duurde van 1618 tot 1648 en viel samen met de laatste 30 jaar van de Nederlandse 80-jarige oorlog; hij werd bij dezelfde vrede (Münster en Osnabrück) afgesloten. Wat de Dertigjarige Oorlog gemeen heeft met het conflict in het Midden Oosten is de bemoeienis van buitenlandse machten met een lokaal conflict dat uitgevochten wordt onder de banier van godsdienstige sektes—maar dat zijn oorsprong heeft in de crisis van een maatschappelijke en politieke orde. 



Volgens Panetta is de nieuwe Dertigjarige Oorlog te wijten aan Obama die heeft verzuimd om militair in Syrië in te grijpen en Assad af te zetten. De VS hadden nooit de Russische bemiddeling om Assads chemische wapens te laten vernietigen, mogen accepteren. Net als Hillary Clinton vindt Panetta dat de Amerikanen de reeks van regime-veranderingen die begon met Afghanistan in 2001 en die daarna Irak en Libië heeft meegesleurd, ook naar Syrië hadden moeten doortrekken. Nu gaan we naar een oorlog die ook naar Nigeria en Somalië zal uitwaaieren, naast natuurlijk het Midden Oosten zelf, dat door de eerdere interventies al in brand is gezet. 


Nederland is met de stationering van Patriots in Turkije vanaf het begin betrokken geweest bij de voorbereidingen voor een interventie in Syrië. Daar stonden we dan, samen met de Duitsers, om de Amerikaanse basis in Incirlik te verdedigen als het los zou gaan—maar dat gebeurde niet. Nu staat er iets heel anders op de rol—onze bondgenoten vallen elkaar aan.

Want laten we er geen doekjes om winden: door de invasie van Irak te steunen, hebben we dat land in de afgrond van het door Saoedi-Arabië aangestookte conflict tussen Soenni en Shia gestoten, en bij iedere volgende interventie waren we er weer bij. Dus steunden we in Syrië de opstand tegen Assad die gaandeweg in handen van de meest radicale elementen is overgegaan; wat er over is van de ‘gematigde oppositie’ (die vooral in de Westerse media heeft bestaan) heeft nu ook een pact met ISIS/ISIL gesloten.

En nu vraagt het Westen aan Turkije om te interveniëren en de door Koerden bewoonde Syrische stad Kobani te ontzetten—maar daarmee raken we in een onontwarbaar conflict verzeild. Want in Turkije is weinig animo om de Koerden, met wie binnenslands een burgeroorlog is gevoerd die tienduizenden doden heeft gekost, te verdedigen tegen een Soenni-strijdmacht die grote sympathie in Turkije heeft—na de zelfmoordaanslagen van ISIS/ISIL op stellingen rond Kobani werden volgens de BBC vanochtend naast de lijken van Tsjetsjenen ook die van Turken gevonden.

Het mooiste zou natuurlijk zijn als het Turkse leger, tienmaal zo sterk als wat er over is van Assad-getrouwe troepen in Syrië, doorloopt naar Damascus—en zoals premier Davutoglu heeft verklaard, dat zal noodzakelijk zijn als Turkije intervenieert. Maar door bovengenoemde tegenstrijdigheden kan dat niet, en is er dus een grote kans op het omgekeerde, nl. dat de uitslaande brand in Irak en Syrië ook naar Turkije overslaat, dat niet kan riskeren de tegenstellingen in eigen land te gaan activeren door tegen radicale Soenni’s ten strijde te trekken om de Koerden te redden.

In het parlement kraaide onze staatsman Frans T. dat er nog nooit zo’n draagvlak voor militair ingrijpen is geweest, want zelfs de SP heeft nu verklaard dat zij er als genocide wordt gepleegd, alsnog voor oorlog zijn. ‘Genocide’ is echter iets dat met de huidige media-management op bestelling geleverd kan worden. Het conflict in het Midden Oosten is uitgegroeid tot één groot bloedbad (ook de Amerikaanse en andere NAVO-bombardementen hebben al honderden burgerdoden gemaakt), en eerdere selectieve berichtgeving leert hoe daar incidenten uitgepikt worden om ‘morele paniek’ te veroorzaken—om vervolgens weer vergeten te worden als de aandacht naar iets anders verschuift. Eerst zaten de Yezidi’s op een berg, paniek! Waar zijn ze nu, wie hoort er nog over de Yezidi’s? Nu zit Kobani in de klem, paniek! Volgende week kunnen we weer heel ergens anders zijn. Net als in Joegoslavië, waar het allemaal begon met koekjes voor Sarajevo, worden ons slachtoffers naar keuze en boosdoeners naar keuze aangedragen. Nooit wordt de vraag gesteld wat onze rol is geweest en hoe we de spiraal van geweld kunnen terugdraaien.

Onze Koerden stonden eerder deze week al in de hal van de Tweede Kamer. In Duitsland is het al tot ernstige ongeregeldheden gekomen tussen Koerden en ISIS/ISIL-aanhangers—komt de Dertigjarige Oorlog dan terug naar waar hij ooit is bijgelegd?

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

Via ISIS alsnog naar Damascus en Teheran


De oorlogsstemming in Nederland komt er echt in. Het Parool juicht op de voorpagina dat ‘we’ meedoen en net zoals Playboy over twee bladzijden de opkikker van de maand presenteert, komt de voormalige verzetskrant afgelopen donderdag met een ‘fold-out’ van een F-16 over twee bladzijden, onder de kop ‘Ervaren luchtjagers klaar voor de strijd’. En wie op het kleine fotootje onderaan misschien nog een foto van slachtoffers had verwacht, om ons eraan te herinneren wat er zoal door ‘ervaren luchtjagers’ op de grond teweeg wordt gebracht, wordt teleurgesteld. In plaats daarvan zien we onze jongens bezig om het infrarood zoeksysteem te monteren—maar de meeste ‘treffers’ zijn toch echt op mensen. 



In een van zijn commentaren stelt Rob van Heusden dat het gebied waar ISIS actief is, omstreden is vanwege diverse pijpleiding-plannen. Dat is zo, maar we moeten altijd bedenken dat de politiek uitgaat boven de economie. Ook inzake ISIS gaat het over grotere belangen, nl. het herwinnen van het vertrouwen van Israël en Saoedi-Arabië in de Amerikaanse politiek. Deze twee dringen erop aan dat de macht van Iran wordt ingeperkt en de as Teheran-Damascus-Hezbollah wordt verbroken; ze zijn nog altijd verbitterd over het feit dat Obama al enkele malen terughoudendheid heeft getoond inzake directe Amerikaanse interventie. Maar nu heeft hij dan verklaard dat dit een oorlog wordt die tot in de volgende presidentsperiode zal doorlopen, dus Hilary Clinton heeft haar oorlog al nog voor ze verkozen is. 



Zoals eerder betoogd, is ISIS een project van de Saoedi’s dat aan hun greep is ontsnapt. De oorlogspartij in de VS en de NAVO grijpt het nu aan om alsnog machtspolitiek in de regio te bedrijven. Nederland doet mee, en het siert de SP dat deze partij (samen met onze Dierenvrienden in de kamer) het hoofd koel heeft gehouden en heeft ingezien dat wéér een oorlog in het Midden-Oosten alleen maar tot nog grotere chaos, nog meer menselijk leed en nieuwe oorlogen kan leiden. 

Het uitvergroten van de dreiging die van ISIS uit zou gaan, de gruwelijke onthoofdingen (overigens door een bekeerling uit oost-Londen, in een maand waarin in onze bondgenoot Saoedi-Arabië 19 mensen publiekelijk werden onthoofd), de opeens ontdekte Yezidi’s, alles duidt op intens nieuws-management.

Nu het besluit om de oorlog in te gaan is genomen, wordt het opnieuw actueel welke belangen zich opmaken om de agenda van regimewisseling in Damascus en Teheran door te zetten. United Against a Nuclear Iran is de belangrijkste pressiegroep, opgericht door o.a. Dennis Ross, Midden-Oostengezant van Obama en een van de meest vooraanstaande pro-Israël-stemmen in Washington, net als Senator Joseph Lieberman, die in de UANI-adviesraad zit. Daarnaast maken diverse personages met een achtergrond in de geheime diensten zoals de voormalige chefs Richard Dearlove (MI6), Meir Dagan (Mossad), en August Hanning (Bundesnachrichtendienst BND) deel uit van deze groep. Er lopen een hele reeks lijnen van UANI-leden naar energiebedrijven zoals Getty Oil en banken zoals Chase en N.M. Rothschild & Sons; maar die belangen kunnen pas echt actief worden als de regimewisseling ook echt is doorgezet. Daartoe zijn dit jaar een aantal belangrijke stappen gezet.

In een artikel van Mahdi Darius Nazemroaya voor Global Research lezen we dat in juni van dit jaar 600 parlementariërs en politici van NAVO-landen naar een voorstad van Parijs werden gevlogen voor een door de VS gefinancierde conferentie met de Iraanse oppositiebeweging Mujahidin-e-Khalq (MEK/MOK/MKO). Deze groep is in Irak gebaseerd en wordt ervan verdacht aanslagen op o.a. Iraanse kerngeleerden te hebben uitgevoerd. De VS hadden de MEK op de lijst van terreurorganisaties staan en gebruikten het feit dat Saddam Hoessein de groep vanuit Irak liet opereren, als voorwendsel om het land binnen te vallen—om vervolgens zelf de MEK te gaan financieren en in te schakelen in hun eigen plannen tegen Teheran.

Voornoemde Lieberman, Kosovo-bestuurder Bernard Kouchner, alsmede de burgemeester van New York ten tijde van 9/11, Giuliani, waren sprekers op de conferentie bij Parijs (de lijst van meest prominente deelnemers is in Nazemroya’s artikel). Uit Frankrijk waren aanwezig voormalig defensieminister Michèle Alliot-Marie, uit Spanje ex-premier voor de PSOE José Luis Rodriguez Zapatero en om te bewijzen dat we nog steeds meetellen, onze eigen Ad Melkert, oud-minister (ook al ‘socialist’), Wereldbankfunctionaris en Ban Ki-moons gezant naar Irak.

Op de conferentie werd niet alleen gesproken over regimewisseling maar ook over de opkomst van ISIS in Syrië en Irak. In mei, aan de vooravond van de meeting bij Parijs had een ontmoeting plaatsgevonden tussen de leider van de MEK, Maryam Rajavi (links op de foto), die president van Iran moet worden, en Ahmed Jarba van de Syrische Nationale Raad (rechts), om samenwerking te bespreken. 



Een belangrijke stap is onlangs gezet met de verwijdering van Maliki—hij liet toe dat Irak een tussenstation voor de betrekkingen tussen Damascus en Teheran bleef, inclusief de pijplijnplannen tussen die twee. Niet minder belangrijk was het voornemen van Maliki om de faciliteiten in Irak van de militaire vleugel van de MEK te sluiten. En dat zou de springplank voor regimewisseling in Teheran onbruikbaar maken.

Dat is het scenario waarin de strijd tegen ISIS past. Verklaringen van de VS dat een aanval van ISIS op Amerikaanse doelen ‘op handen’ is, en John Kerry’s absurde beschuldiging in september jl. dat Damascus (dat zijn chemische wapens na Russische bemiddeling heeft ingeleverd voor vernietiging) het verdrag tegen chemisch
e wapens schendt, moeten verhullen dat de Veiligheidsraad geen mandaat heeft gegeven—maar dat Washington toch het recht heeft aan te vallen.

Hoe dan ook, het bombarderen door de VS in Syrië is illegaal en in strijd met het Handvest van de VN; ook de ‘ervaren luchtjagers’ in de Nederlandse F-16s zullen in overtreding zijn, en nog veel belangrijker natuurlijk, nieuw leed en bloedvergieten veroorzaken.

En nu maar wachten tot een paar heethoofden uit de Schilderswijk de handschoen oppakken.

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

De Islamitische Staat ‘uitroeien’—ook als het hele Midden Oosten in brand wordt gestoken?


De Amerikanen hebben gisteren doelen bij Raqqa in Syrië gebombardeerd, waarbij ook al de eerste burgerslachtoffers zijn gevallen, onder wie drie kinderen. Meer zullen volgen. Eveneens gisteren heeft Israël een Syrische straaljager neergehaald boven Syrisch grondgebied (dat sinds 1967 bezet wordt gehouden door Israël). Van het één komt het ander. 

Terwijl de ingezonden-brievenrubrieken vol staan met oproepen om IS(IS) ‘uit te roeien’, doen we er beter aan te luisteren naar paus Franciscus die bij een herdenking van het honderdjarig jubileum van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog heeft gewaarschuwd dat de wereld mogelijk al een Derde Wereldoorlog is binnengegleden.


En Nederland? Wij gaan met vier F-16s meedoen, want we schijnen er niet genoeg van te krijgen. 


Er is geen militair-strategisch genie voor nodig om te begrijpen dat de vele lokale conflicten in het Midden Oosten steeds meer in elkaar grijpen. De paus heeft bij verschillende gelegenheden opgeroepen om oorlogen te beëindigen—ten aanzien van Irak, Syrië, Gaza, Oekraïne, en de verschillende gewapende conflicten in Afrika. En nu heeft hij nog eens onderstreept dat het niet beëindigen van die conflicten begint op te tellen tot één mega-conflict, in feite een nieuwe, onbeheersbaar geworden wereldoorlog. 

De oorzaken van al deze conflicten is op de eerste plaats de geweldige economische en sociale crisis in de wereld, die door gewelddadige interventies alleen maar wordt verergerd. En aangezien ‘wij’, het Westen geleid door de VS, de enige zijn die, opgedoft als ‘de internationale gemeenschap’, legitiem mogen interveniëren onder onze zelf verzonnen ‘verantwoordelijkheid om te beschermen’, R2P, wordt land na land dieper in de afgrond gestoten. Uiteindelijk gaat het allemaal terug op de onzalige beslissing om de aanslagen op 9/11 als een ‘oorlogsverklaring’ op te vatten en een oorlog zonder duidelijke tegenstander en dus zonder einde te beginnen—de stoutste dromen van het militair-industrieel complex worden bewaarheid. 

Het is in dat verband dat de roep om IS(IS) met wortel en tak moet worden uitgeroeid, moet worden beoordeeld.

Het gaat er niet om dat we hier met een Moslim-equivalent van de Rode Khmer van doen hebben, zoals Patrick Cockburn stelt—ook de Rode Khmer in Cambodja kwam overigens aan de macht nadat Amerikaanse bombardementen koning Sihanouk ten val had gebracht.

Ook niet dat er drie gijzelaars op wrede wijze zijn onthoofd—de VS en Groot-Brittannië hebben met hun, door o.a. Nederland gesteunde invasie van Irak in 2003, de dood van naar schatting 700.000 mensen en zo’n drie miljoen vluchtelingen voor hun rekening genomen. Is een Amerikaanse piloot die een groepje pratende journalisten vanuit de lucht afmaakt, minder wreed? (Even daargelaten dat de soldaat die dit openbaar maakte, Bradley/Chelsea Manning, voor enkele decennia is opgesloten). Of dat Israël naar believen duizenden mensen vermoorden en Palestijnse kinderen martelt?

IS(IS) is een creatie van het Westen en zijn bondgenoten in de regio—de meest reactionaire vorstendommen die de Arabische Wereld telt.

Het enige zinnige wat het Westen inclusief ons land zou kunnen doen, is pogen het geweldsniveau te verlagen, onderhandelingen te beginnen om de bevolking voor verdere verschrikkingen te sparen.

In plaats daarvan gaat Obama à a half miljard dollar 5400 strijders in Saoedi Arabië trainen en bewapenen om zo nog meer geweld in Syrië te ontketenen, zowel tegen IS(IS) als tegen Assad. Dus nog meer oorlog, nog grotere risico’s—en wij doen mee.

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

Een nieuwe oorlog tegen de Islam—en weer een koekje van eigen deeg


Vanochtend op alle zenders de gedragen retoriek van Obama—het is weer zover, een nieuw front in de ‘War on Terror’. Maar, zo waarschuwt de president, er zullen geen Amerikaanse troepen in het geding zijn, zoals in Irak en Afghanistan. We gaan het doen zoals in Somalië en Jemen, waar we ‘grote successen’ hebben geboekt. 

Wie de kans heeft moet het boek van Jeremy Scahill, Dirty Wars, lezen om meer over deze ‘successen’ te weten te komen. Eindeloze bombardementen en moordaanslagen, verkeerde keuzes van ‘bondgenoten’, bewapenen van naar later bleek de verkeerde partij, dubbel spel van in het nauw gedreven locale heersers, onbegrepen stam- en clan-loyaliteiten en ga zo maar door. Het resultaat: chaos en verscheurde samenlevingen—maar dankzij het zwijgen van de media kan Obama dat verkopen als successen. 


Met dit recept gaan we opnieuw Irak maar nu ook Syrië in, en klaarblijkelijk staat Nederland te trappelen om mee te doen: op de SP na waren alle partijen in de Tweede Kamer voorstander van militair ingrijpen, toegejuicht door de ‘deskundigen’ die Nederland weer ‘op de kaart’ willen zetten, want bij vrede komen ze niet op de tv. 


Bij ISIS, zo mogen we tenminste aannemen, ook groot enthousiasme over de speech van Obama: een half miljard dollar voor de ‘gematigde Syrische oppositie’—en ISIS betrekt zijn materieel immers van die oppositie, met wie uitgebreide zakelijke contacten bestaan. De ‘gematigde oppositie’ heeft tenslotte de Amerikaanse journalist Stephen Sotloff aan ISIS verkocht, waarna hij voor de camera is onthoofd. Daarnaast steun voor het Iraakse leger, een andere bron van het materieel waarover ISIS beschikt (inclusief tanks en zware artillerie).

Kortom, een strategie om je lippen bij af te likken, ook in het Pentagon, want men heeft al aangekondigd dat ook dit weer een lange oorlog wordt, dus recordbegrotingen voor defensie.

Er zijn natuurlijk ook echte deskundigen in deze zaken en de commentator van de Engelse Independent, Patrick Cockburn (spreek uit ‘Coburn’), is zo iemand. In een stuk van alweer enige tijd geleden, How Saudi Arabia Helped Isis Take Over the North of Iraq, verhaalt Cockburn hoe de voormalige baas van de Britse geheime dienst MI6, Richard Dearlove, in een toespraak een gesprek onthuld heeft dat hij had met zijn collega van Saoedi Arabië, Prins Bandar bin Sultan. In dat gesprek, dat plaatsvond korte tijd voor 9/11, toen Bandar nog ambassadeur was in Washington, verklaarde de prins dat ‘het niet lang meer zou duren voordat de Shia in het Midden Oosten letterlijk om Gods hulp moeten roepen. Want meer dan een miljard Soennis hebben genoeg van hen’.

Dit gesprek roept natuurlijk allerlei vragen op, want de Saoedi’s zijn immers ook verdachten in ‘9/11’ zelf (15 van de 19 kapers waren Saoedi’s), maar daar hebben we het nu niet over. Het gaat erom dat er al voor de val van de Sjah van Iran en de islamitische revolutie in 1979, spanningen met Saoedi Arabië bestonden, dat immers een grote Shia minderheid heeft die uitgerekend geconcentreerd is in de oliegebieden aan de Perzische Golf.

Cockburn volgt echter het spoor van de anti-Shia jihad in Syrie en Irak, die door de Saoedi’s van het begin af gesteund is en die uiteindelijk in ISIS is uitgemond. Tussen 2012 en ’14 heeft ISIS de Soenni-oppositie in de twee landen grotendeels overgenomen (de jaren waarin Bandar ook hoofd van de inlichtingendienst was).

Vanaf de verovering van Mosoel in juni jl. is het gericht uitmoorden van Shia’s begonnen, burgers zowel als militairen. Het is voor Shia’s, maar ook voor gerelateerde sektes zoals de Alawieten, in de door ISIS bezette regio’s van Syrië en Irak even gevaarlijk geworden als voor joden in het door de Nazi’s bezette Europa in de oorlog. Maar ook de Christenen worden geterroriseerd.

Dearlove twijfelt er niet aan dat privé-steun van Saoedische kant en van Qatar, door de overheden in beide landen oogluikend toegestaan, deze moorddadige opmars heeft mogelijk gemaakt. Aangezien de stammen in de Soenni-provincies gehoorzaam zijn aan hun geldschieters in de twee Golfmonarchieën, zouden zij ook niet zonder toestemming van Saoedi-Arabië en Qatar met ISIS samenwerken.

Het is zeker zo dat er verschillen zijn tussen al-Qaida en ISIS, zoals de veel betere organisatie van deze laatste. Maar toen bin Laden door de Amerikanen in Pakistan werd gedood, kondigde de inmiddels tot ‘Kalief’ bevorderde al-Baghdadi honderd vergeldingsacties aan, dus de verschillen zijn niet of nauwelijks ideologisch—alle lijnen leiden terug naar het Wahabi-Soenni radicalisme in Saoedi-Arabië. De machthebbers in Riyad zijn echter even bevreesd als het Westen voor de jihadisten, vandaar hun ijver om de dreiging naar Syrië en Irak af te leiden. Dearlove herinnert zich van een bezoek met Tony Blair aan de Saoedische hoofdstad dat Bandar hen toeriep dat 9/11 maar een speldeprik tegen het Westen was geweest: het echte doel van de jihadisten was het omverwerpen van het Saoed koningshuis en het vestigen van een nieuw Midden Oosten.

Bandar is inmiddels ontslagen, maar de krachten die met zijn hulp zijn opgeroepen, zijn ook door Saoedi-Arabië niet meer te beheersen. Het creëren van een Soenni oppositie die tegen de Shia maar ook tegen al-Qaida en ISIS strijdt, is mislukt. De leiding van de Soenni-gemeenschappen in Syrië en Irak is in handen gekomen van wat Cockburn noemt een islamitische Rode Khmer, die door het overnemen van grote olievelden ook een stevige inkomstenbron heeft bemachtigd.

Maar Nederland komt eraan!

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

De Patriots terug—en wat hebben we bereikt?

De plaatsing van Patriot-raketten in Turkije, waartegen OorlogIsGeenOplossing.nl in januari 2013 een picketline organiseerde bij het Ministerie van Defensie, wordt mogelijk vóór het einde van dit jaar beëindigd. In september wordt in Wales een NAVO-top gehouden die daartoe kan besluiten. Alleen voor 2013 raamde ons ministerie de kosten van deze operatie op 42 miljoen euro, exclusief het gebruik van de PAC-3 raketten—maar die zijn niet afgevuurd. Dat was ook niet te verwachten, want het idee dat we die ene verdwaalde mortiergranaat van over de Syrische grens zouden beantwoorden met anti-raket-raketten van 1,5 miljoen per stuk was natuurlijk altijd onzin. We gingen daarheen om volgens gezaghebbende bronnen ‘Nederland op de kaart te zetten’.



Eind dit jaar, en hoeveel miljoen verder—twee keer 42 miljoen?—worden volgens Der Spiegel de Patriots door de NAVO teruggehaald omdat de dreiging van Assads chemische wapens is weggenomen. Alsof de dreiging dat Syrië’s tot zo’n 100,000 man gereduceerde regeringsleger, aan handen en voeten gebonden in het binnenland, het tienmaal zo sterke Turkije zou aanvallen met verboden wapens, ooit heeft bestaan. De werkelijke reden was om net als de eerdere Patriot-plaatsingen, tijdens de eerste Golfoorlog in ’91 en de invasie van Irak in 2003, een Amerikaanse of NAVO-interventie in de rug te dekken; ditmaal is de interventie afgeblazen, dus kunnen de Patriots terug.


Ons kan echter alles wijsgemaakt worden—toen tot de uitzending was besloten, kregen we in de media ‘human interest’-verhalen voorgeschoteld over de charmante vrouwelijke ‘vuurleidster’ die niettemin op de knop zou drukken, enz. En volgens Clingendael-directeur Ko Colijn ging het erom ‘ons op de kaart te zetten’. ‘Voor Nederland is er nauwelijks keus. In tijden dat geklaagd wordt dat de krimpende krijgsmacht onze invloed in de wereld doet slinken, is de Patriot een niet te negeren gelegenheid om het tegendeel nog even te bewijzen,’ aldus Colijn, ooit een geducht onderzoeksjournalist, in december 2012. 

Naast de afgeblazen interventie is het volgens Der Spiegel voor zowel Duitsland als Nederland onmogelijk gebleken om de dure farce vol te houden, we hebben namelijk te weinig ‘vuurleid/sters’. Kortom, in een tijd van niets ontziende afbraak, hebben we rond de 80 miljoen Euro besteed aan deze missie. 

En wat hebben we intussen bereikt? 

De Brits-Amerikaanse invasie van Irak (met instemming van de Nederlandse regering) en de Westerse steun aan de opstand tegen het Assad-regime in Syrië (eveneens met nadrukkelijke instemming van Den Haag) hebben inmiddels geleid tot het feitelijk uiteenvallen van deze twee landen. Dat heeft de Amerikaans-Britse, NAVO en/of EU-bemoeienis met het Midden-Oosten en de Islamitische wereld, inclusief de Patriots waarmee Nederland zich ‘op de kaart heeft gezet’, opgeleverd. 

Terwijl in het noorden de Koerden de facto een eigen staat hebben gevormd (dit geldt vooral voor de Iraakse Koerden, die sinds een week of twee zelfstandig de olieëxport ter hand hebben genomen via Turkije), is in het hart van het gebied de Islamitische Staat van Irak en de Levant gevormd (ISIL, in rood aangegeven). Daar is ‘de kaart’ waar we ons weer opgezet hebben! 


Eindelijk is de vijand waarnaar vanaf het einde van de Koude Oorlog is gezocht, een territoriale realiteit geworden, al is de knoop waarin we verwikkeld zijn geraakt, bijna onontwarbaar geworden. Want wie steunt wie nu eigenlijk nog?

Obama en Cameron hebben tot vervelens toe herhaald dat Assad moet vertrekken, maar kondigen nu luchtaanvallen tegen ISIL aan. De jihadisten van ISIL voeren tegelijk door de VS aan Irak geleverde, gepantserde Humvees, die ze rond Mosoel buitgemaakt hebben, en ander modern wapentuig aan om de strijd om Aleppo kracht bij de zetten. Zover zijn ze nog niet, omdat ze aan de Syrische grens bij Azaz nog gewikkeld zijn in gevechten met eenheden van het Vrije Syrische Leger. Maar de VS overwegen weer de commandanten van het VSL die het goed doen, direct te bewapenen. 

Nu komen de wapens in de praktijk terecht bij die groepen die grensposten controleren, waar de genoemde gevechten plaatsvinden. Daar kunnen ze een deel van wapens die door andere groepen binnengesmokkeld worden, opeisen. ISIL heeft naast alle Syrisch-Iraakse grensposten (op één na) ook de enige Iraaks-Jordaanse grenspost onder controle. Als ze nog meer Syrisch-Turkse grensposten veroveren, zal hun macht en de tol die ze heffen op wapensmokkel alleen maar toenemen. 

ISIL streeft naar een nieuw Kalifaat (ooit bekleed door de Sultan van het Ottomaanse Rijk, en in 1924 door Atatürk opgeheven) en heeft al-Qaeda/al-Noesra ruimschoots ingehaald. Het blijkt ook een nog veel grotere aantrekkingskracht uit te oefenen op jonge Moslims die zich in Europa en elders ontheemd voelen. Volgens Agence France-Presse maakt ‘Nederland zich zorgen’ over deze toeloop; er zouden al 100 uit ons land afkomstige strijders in Syrië zijn, waarvan er 10 vermoedelijk zijn omgekomen, en nu vreest men nieuwe toeloop. Maar we waren toch vóór de regime-wisselingen in Irak en Syrië (èn Libië, èn Egypte…), waarom dan nu zorgen? 

Daar is helaas alle reden voor. De terreuraanslag op het Joods Museum in Brussel, waarbij een naar Frankrijk teruggekeerde Syrië-ganger zijn kalasjnikov leegschoot op bezoekers, herinnert eraan dat dit jihad-toerisme vooral in Europa niet zonder gevolgen zal blijven. Daarbij moet vooral gevreesd worden voor het lot van onze medeburgers van joodse afkomst, die ongeacht of ze zich überhaupt ‘joods’ voelen of op een zionistisch standpunt staan, medeverantwoordelijk worden gehouden voor de Israëlische politiek in het Midden-Oosten—een idee dat door Israël zelf actief wordt gepropageerd. 

Ook hier is de vraag, wie wie nu eigenlijk steunt. Want Israël doet er alles aan om door aanvallen op het Syrische regeringsleger de positie van ISIL en andere rebellengroepen te versterken. Gisteren, 23 juni, werden bij Israëlische luchtaanvallen weer tien Syrische soldaten gedood en tanks en artillerie vernietigd. Alles uit vergelding vanwege de dood van een Israëlische jongen in een auto door een naar het zich laat aanzien verdwaald projectiel. Het Syrische leger heeft verantwoordelijkheid hiervoor ontkend; het antitankwapen (!) waardoor de auto werd geraakt is van een type dat door de Amerikanen aan de opstand is geleverd. Dus Israël steunt de radicale Islam (ook door zijn terreur tegen de Palestijnen), Amerika bewapent de opstand tegen Assad maar wil ook ISIL aanvallen. 

Nederland is overal voor maar maakt zich ook zorgen. In zo’n situatie kun je de Patriots maar beter terughalen.

Kees van der Pijl
GeopolitiekMiddenOosten

De ISIL-opmars in Irak—laatste bedrijf van de invasie van 2003?


Dezer dagen wordt de misdadigheid van de invasie van Irak in 2003 nog eens scherp in het daglicht gesteld door de opmars van de fanatici van de ‘Islamitische Staat van Irak en de Levant’ (ISIL, soms ook ‘en Syrië’, ISIS—‘de Levant’ sluit ook Libanon daarbij in). De standrechtelijke executies van militairen van het regeringsleger, hoe gruwelijk ook, mogen daarbij niet de aandacht afleiden van de hoofdverantwoordelijken voor wat zich hier afspeelt—George W. Bush, Rumsfeld en Cheney in de VS, Tony Blair en Jack Straw in Engeland, en dan de medeplichtigen in Europa, van Berlusconi en Aznar tot onze eigen Balkenende en De Hoop Scheffer. 



De ongeslagen brutaalste van het hele stel is natuurlijk Blair, die tot woede van de Britse Conservatieven nog eens onderstreepte dat wat er nu gebeurt, niets te maken heeft met de invasie. Die woede, verwoord door de burgemeester van Londen, Boris Johnson, vloeit niet voort uit een veroordeling van die invasie, maar uit de vrees dat Blair door zijn brutale uitspraken teveel anti-interventiegevoel zal losmaken. 


Want Washington en Londen willen namelijk… opnieuw interveniëren. Laten we niet vergeten dat de ISIL/ISIS ook de achterdeur is naar Syrië, en de Anglo-Amerikaanse politiek is er op uit, de jihadisten te neutraliseren tot het punt waar de ‘gematigde oppositie’ in Syrië weer een militaire factor tegen Assad kan gaan vormen.

Obama en Cameron willen dus niet zozeer iets rechtzetten in Irak, maar hun regimewisseling daar stabiliseren (o.a. door de geëiste verbreding van de regering-Maliki) en de vastgelopen regimewisseling in Syrië nieuw élan bezorgen.

Wat de invasie van Irak heeft bereikt, is het vernietigen van de staat in dat land. Door het ontbinden van leger en politie en het naar huis sturen van het ambtenarenapparaat, de ingenieurs van de staatsoliemaatschappij enz., werd het land teruggestoten naar de toestand die vooraf gaat aan de vorming van een moderne staat—een situatie waarin het gezag berust bij stamhoofden en andere lokale machthebbers, die op hun beurt weer langs etnische en religieuze scheidslijnen zijn gegroepeerd. Koerden en Arabieren, Moslims en Christenen, Sji’itische en Soenni-Moslisms, enz.

Ooit werd in de Engelse burgeroorlog door Thomas Hobbes in zijn boek Leviathan (1651) beschreven hoe zulke scheidslijnen nu juist door de moderne staat worden opgeheven.


Op de beroemde omslag van de Leviathan zie je (een vergrootglas komt daarbij goed van pas), hoe de bewoners van de door burgeroorlog verscheurde Britse eilanden opgaan in de boven alles uitstijgende figuur van de almachtige staat en stalen schakeltjes worden in diens maliënkolder. In zo’n staat zijn de inwoners staatsburger, en alle andere bijzonderheden die ze hebben (dus hun godsdienst, regionale verschillen, taal, clanverbanden, noem maar op) worden naar de privé-sfeer verwezen. ‘Dat doe je maar in je eigen tijd’. Het beeld is prachtig: van onruststokers worden de inwoners als burger onderdeel van de ‘bepantsering’ van de staat.

Hobbes meende dat een sterke staat die zijn wil oplegt aan de bevolking, de enige manier is om een nooit aflatende burgeroorlog te voorkomen. Wié precies de sterke staat instelt, is niet de hoofdzaak. Hobbes was een monarchist en hoopte dat de koning dit zou doen, maar in de praktijk hadden Oliver Cromwell en zijn fanatieke Calvinisten, fundamentalisten zouden we nu zeggen, een veel groter aandeel. Uiteindelijk werd een compromis gevonden (en de burgeroorlog beëindigd) in de nasleep van de regimewisseling door de Nederlandse stadhouder Willem III die in 1688 naar Engeland overstak en het koningsschap op zich nam—nadat hij getekend had dat zijn nazaten hem niet op de troon zouden opvolgen, want het parlement in Westminster, het bolwerk van de opkomende handelsklasse, wilde geen sterke vorst die dure oorlogen zou gaan voeren. 

Honderden jaren daarvoor en honderden jaren daarna heeft zich op die wijze een staat kunnen ontwikkelen die ook werkelijk de macht heeft—ogenschijnlijk een liberale staat die op consensus aanstuurt, maar die als hij bedreigd wordt, nog altijd onder zijn burgerkledij het maliënkolder van de Leviathan draagt. 

Het voert te ver om hier te gaan ontleden, hoe in het Midden Oosten, toen het Ottomaanse (Turkse) Rijk in 1918 uiteenviel, geprobeerd is óók zulke staten te vestigen, in eerste instantie als quasi-koloniën van Frankrijk (Libanon, Syrië) en Groot Brittannië (Palestina inclusief Jordanië, Irak en Koeweit). Door het uitroepen van de staat Israël in 1948 en het verdrijven van de Palestijnen, werd in de omringende landen het p
roces van staatsvorming versneld: ‘nationalistische’ militairen grepen de macht in Egypte (
Nasser), Syrië, en Irak. 

Anno 2014 is praktisch alles wat er in die landen, door een centraal gezag dat met harde hand regeert (net als ooit Cromwell in Engeland), is bereikt op het punt van staatsvorming, ongedaan gemaakt. Israël is door onophoudelijke oorlogen in een militaristisch, racistisch bastion veranderd; Egypte is weer een militaire dictatuur, net als Israël en Jordanië op de been gehouden door Amerikaanse subsidies. Syrië en Irak, de twee laatste landen in de regio die op weg waren een moderne staat te worden (maar nog in het stadium verkeerden waarin die staat in handen is van één bepaalde groep die een dictatoriale macht uitoefent) zijn net als Libië door het Westen in de afgrond gestort en verbrokkelen tot wat ze waren vóór dat proces begon—lappendekens van verschillende religieuze en etnische groepen, stammen en clans—maar nu met kalasjnikovs en onbeperkte geldmiddelen van hun buitenlandse sponsors. 

Bush c.s., Blair en zijn vrienden, maar ook onze Balkenende, moeten voor het gerecht om zich te verantwoorden over deze onuitsprekelijke misdrijven, die behalve misdaden tegen de vrede (inclusief oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid) ook nog eens misdaden tegen de geschiedenis zijn. Begaan uit bijna niet te bevatten arrogantie en domheid. 

Kees van der Pijl
GeopolitiekMiddenOosten

Wordt Syrië een nieuw Somalië? Als het aan de VS ligt…


In een gesprek met de Britse Guardian waarschuwt de onlangs afgetreden bemiddelaar Lakhdar Brahimi dat Syrië op weg is een ‘mislukte staat’ te worden, net als Somalië en Afghanistan. Het centrum van het land zal onder controle staan van de regering, de rest zal meer en meer ten prooi vallen aan krijgsheren die hun eigen gebieden beheren. Maar als dit doorzet zal het conflict niet tot Syrië beperkt blijven aldus Brahimi. Het zal overslaan naar de buurlanden, en het hele Midden Oosten in brand zetten.



De Verenigde Staten zijn na eerdere terughoudendheid opnieuw actief geworden. Hilary Clinton verklaarde onlangs dat zij voorstander was van ingrijpen in Syrië maar dat Obama er niet aan wilde. Nu echter is Washington opnieuw actieve steun gaan verlenen aan de opstandelingen, alleen zal het ditmaal nadrukkelijk gaan om de gematigde oppositie. Die wordt getraind en bewapend om te vechten tegen het Assad-regime … en tegen de jihadisten, in een twee-frontenoorlog.



Minder dan een jaar geleden, in augustus 2013, werden de Amerikanen uit een netelige situatie gered door Moskou—Obama had verklaard dat gebruik van chemische wapens een ‘rode lijn’ was die met Amerikaanse interventie zou worden beantwoord en prompt werden chemische wapens ingezet. Alleen dankzij de Russische zet om Assad te bewegen zijn chemische wapens op te geven, werd een debacle voor Obama voorkomen. Want net als in Engeland (waar het voorstel tot ingrijpen in het Lagerhuis werd weggestemd), was er in de VS geen steun voor interventie. 

Het afzien van ingrijpen leidde tot een woedende reactie van Saoedi-Arabië (dat volgens vele bronnen de chemische aanval geënsceneerd had). Maar de oorspronkelijke financiers van de jihadisten in Syrië hebben zelf inmiddels de nodige problemen. Koning Fahd van Saoedi Arabië heeft de architect van zijn Syrië-politiek, prins Bandar, inmiddels ontslagen, en er is een gespannen situatie met buurland Qatar ontstaan. Turkije, de derde steunpilaar voor de fundamentalisten, is in een aanhoudende politieke crisis beland waardoor de aandacht voor Syrië is verslapt. Dus pakken de VS de draad weer op.

Nu is het één ding om te verklaren dat de training en wapens uitsluitend voor de ‘gematigde’ oppositie bestemd zijn, maar die is binnen de grenzen van Syrie niet meer zo makkelijk te vinden. De Amerikanen trainen Syrische opstandelingen o.a. in Qatar en leren strijders daar hoe ze hinderlagen moeten opzetten en dat ze gewonden die daarbij in hun handen vallen, het best kunnen doden. Maar de ‘gematigde’ oppositie wil iets heel anders, nl. betere wapens: vooral luchtdoelraketten om de regeringsluchtmacht te bestrijden.


In Washington zijn Samantha Power, Obama’s ambassadeur bij de VN, en John Kerry de sterkste voorstanders van het bewapenen van de gematigde oppositie. Kerry hoopt na de vernederende wijze waarop Israël zijn poging om met de Palestijnen in gesprek te komen, elders succes te kunnen boeken; Power behoort met nationale-veiligheidsadviseur Susan Rice en de voormalige planningdirecteur van Hilary Clinton, Anne-Marie Slaughter, tot de felste hardliners, die ieder idee van diplomatieke omgangsvormen hebben opgegeven en overal willen interveniëren. Als Clinton Obama als president zal opvolgen (er is niet één kandidaat die het bij benadering tegen haar zou redden, noch bij de Democraten noch bij de Republikeinen), dan kunnen we nog wat beleven.

Zoals wel vaker zijn het Pentagon en van de CIA minder enthousiast. Daar overheerst de vrees dat de Amerikanen zich alsmaar dieper in de nesten werken, en wil men na de verloren oorlogen in Irak en Afghanistan eerst orde op zaken willen stellen. Maar opvallend genoeg is de voorspelling van Brahimi nu ook herhaald door een van de generaals van het Vrije Syrische Leger, Abdelilah al-Bashir. Bashir’s waarschuwing is bijzonder omdat hij behoort tot de ‘gematigde’ oppositie die de Amerikanen op het oog hebben. Maar doordat Washington de niet-functionerende raad van het Vrije Syrische Leger wil passeren en de wapens direct wil uitdelen aan succesvolle commandanten te velde, worden krijgsheren gecreëerd die hun macht niet meer zullen opgeven zo het VSA ondermijnend en een Somalisch scenario in gang zettend, aldus Bashir.

Op het moment schat de Israëlische inlichtingendienst dat
ongeveer 80 percent van de opstand tegen Assad uit Islamistische strijders bestaat, en daarom is er een grote waarschijnlijkheid dat Amerikaanse wapens opnieuw in hun handen vallen, zoals al eerder is gebeurd en ook nu al weer is gerapporteerd. 

De conclusie kan alleen maar zijn dat de Amerikaanse politiek in het Midden Oosten, in navolging van die van Israël, er een is geworden van pure brandstichting. Nu de macht van beide staten niet meer toereikend is om enige constructieve herschikking teweeg te brengen beperkt men zich tot het vernietigen van elke georganiseerde samenleving waaruit ooit nog een bedreiging zou kunnen voortkomen. 

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

In Syrië met de jihadisten, in Oekraïne met de fascisten – tel uit je winst

De reactie van politiek en media in het Westen op de Russische troepenversterkingen op de Krim zijn van een verbazende kortzichtigheid en soms ronduit lachwekkend. Wat te denken van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Kerry die zijn verontwaardiging uitsprak over het ‘binnenvallen van een land onder valse voorwendsels’. In Irak vielen vorige maand (februari) 1700 doden bij het voortrazende geweld, maar de Britse minister William Hague, wiens land onveranderlijk van de partij was als er ‘landen moesten worden binnengevallen onder valse voorwendsels’, noemde de Krim plechtig van de ‘grootste crisis in de 21ste eeuw’. 


Kerry heeft direct al $1 miljard hulp geboden. Dat is een mooi begin van de naar schatting $35 miljard die Oekraïne op korte termijn nodig heeft om financieel te overleven (wat zonder Rusland so-wie-so onmogelijk is). Op de foto staat Kerry met links ‘president’ Toertsjinov, die indertijd als chef van de Oekraiense geheime dienst documenten vernietigde waaruit bleek dat Yuliya Timosjenko banden had met de georganiseerde misdaad, en rechts ‘premier’ Jatsenjoek, de leider van haar ‘Vaderland’-partij toen ze door Janoekowitsj opgesloten was wegens fraude.


Jatsenjoek was de man van de Amerikanen; Klitsjko, de bokser die vooral Duitse steun geniet, heeft ervoor gekozen zijn kruit droog te houden tot de verkiezingen van mei. De VS hebben al adviseurs ingevlogen om deze te helpen organiseren. Niet dat het probleem van Oekraïne is dat er geen eerlijke verkiezingen kunnen worden gehouden (Janoekowitsj was zonder veel onregelmatigheden verkozen); het probleem is dat de gekozenen vervolgens hun positie misbruiken om wat er nog te stelen valt, in hun zakken te laten verdwijnen.
Dat de bevolking in opstand kwam tegen dit regime was legitiem. Maar de figuren die nu de regering leiden, zijn misschien het best te vergelijken met de Syrische Nationale Raad die geen greep heeft op de jihadisten die strijd tegen Assad voeren: noch ‘president’ Toertsjinov, noch ‘premier’ Jatsenjoek hebben greep op de neo-fascisten die inmiddels de de straat regeren in Kiev en het westen van de Oekraïne. Deze zijn georganiseerd in Pravij Sektor (rechtse sector) en de Svoboda-partij. Zij zien zichzelf als erfgenamen van Stepan Bandera, de leider van de nationalistische en anti-semitische OUN die in de oorlog collaboreerde met de Nazi’s—hieronder zijn portret in een demonstratie van neo-Nazi’s.


De 200,000 mensen sterke joodse gemeenschap van Oekraïne voelt zich door de ‘revolutie’ dan ook ernstig bedreigd, maar de voorzitter van de Joodse federatie vond geen gehoor toen hij de Westerse ambassades in Kiev afliep om hen te vragen Svoboda te boycotten. En hoe moet ‘premier’ Jatsenjoek, zelf van joodse afkomst, zich voelen met naast zich vice-premier Oleksandr Sych van deze partij? Of tegenover de plaatsvervangend chef voor nationale veiligheid Dmitrij Yarosj, van Pravij Sektor, de harde neo-Nazi-kern? Je vraagt je toch af of er op het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken nu werkelijk niemand is die de kennis van zaken heeft om kanttekeningen te plaatsen bij deze door niemand gekozen, intern verscheurde regeringsploeg, aan wie we dan geacht worden grote sommen geld te gaan overmaken. 

De beelden waarin een groep neo-Nazi’s in lokale regeringsgebouwen en in het kantoor van een lokale officier van justitie hun opwachting maken, zijn griezelig genoeg. Het maakt begrijpelijk waarom de Russisch-sprekende Oekraiense bevolking vreesde voor de komst van deze lieden naar hun woongebieden, en zeker de bezorgdheid van de eigenlijke Russen die op de Krim wonen. Het decreet dat het recht om de Russische taal te gebruiken opschortte, een van de eerste maatregelen van de nieuwe machthebbers, is weliswaar (nog) niet doorgevoerd, maar over de anti-Russische stootrichting bestaat geen twijfel. 

De Amerikanen is de Russische vlootbasis in Sebastopol een doorn in het oog. In de VS is dan ook een ware storm opgestoken waarin om harde sancties wordt geroepen. De ‘zwakte’ van Obama om in Syrië af te zien van interventie heeft volgens deze haviken Poetin aangemoedigd; de Krim wordt al vergeleken met ‘München’ (toegeven aan Hitler). Maar Poetin heeft niet de macht die hem in het Westen wordt toegedicht, en hij moet luisteren naar de publieke opinie die eist dat hij de Russen en Russisch-sprekende Oekraïeners beschermt tegen Nazi’s. Hij heeft in het Westen ook niets te verliezen, want de campagne tegen hem als de nieuwe grote boeman is al jaren aan de gang en bereikte aan de vooravond van de Olympische Spelen van Sotsji een nieuw hoogtepunt. 

OorlogIsGeenOplossing.nl werd opgericht vanwege onze vrees dat de Amerikaanse en NAVO-politiek vanaf het einde van de Koude Oorlog erop gericht is, alle nog overgebleven obstakels die de Westerse wereldmacht kunnen inperken, desnoods met geweld te verwijderen. De voorspelling dat China de VS in 2027 economisch zal passeren en het idee van de ‘BRICS’ als nieuw economisch machtsblok (eveneens afkomstig van Goldman Sachs) zijn op zichzelf van weinig betekenis, ware het niet dat de beleidsmakers in de VS en de EU er de conclusie uit trekken dat het tien voor twaalf is. Vandaar de nieuwe Koude Oorlog, die niet begonnen is over de Krim, maar direct na de val van de Berlijnse Muur—al duurde het even voor men dat in Rusland en China ook in de gaten kreeg. Maar in tegenstelling tot de ‘eerste’ Koude Oorlog, toen de VS steun zocht bij de Westeuropese moderne managersklasse en de sociaal-democratie, zijn de bondgenoten van het Westen in deze nieuwe ronde de jihadisten in het Midd
en-Oosten en de neo-Nazi’s in de voormalige Sovjet-Unie.

Kees van der Pijl

 

GeopolitiekMiddenOosten

Is Iran isoleren het hoofdmotief in Syrië?

De rivaliteit tussen de EU en de VS die inzake Oekraïne aan het licht kwam met de uitval van onderminister Nuland, speelt ook inzake Syrië en Iran. Haar baas John Kerry heeft nu zelfs gedreigd, sancties tegen Frankrijk in te stellen nu dat land een zware zakendelegatie naar Iran heeft gestuurd om als eerste de vruchten te plukken van het akkoord met Teheran (dat overigens eerder door datzelfde Frankrijk werd opgehouden om weer orders naar Saoedi-Arabië te kunnen boeken en Israël en de Israëlische lobby in Frankrijk te vriend te houden). 
Het wordt steeds duidelijker dat het voortslepen van de strijd in Syrië er o.a. op gericht is, Hezbollah in Libanon (hieronder op een parade) te isoleren van zijn machtige bondgenoot Iran.

Dit is de agenda van Israël, die door de VS als hoogste leidraad geldt. Eén van de ‘bezette gebieden’, naast de Westoever en de Golan-hoogte, is het Amerikaanse Congres. Geen Congreslid in Washington die het in zijn/haar hoofd zal halen, daarvan af te wijken.
Nu is Obama er wel iets aan gelegen om de verhoudingen met Iran te verbeteren. De paradox is echter dat naarmate meer en meer niet-religieuze Israëlis het ‘Heilige Land’ verruilen voor de VS, m.n. Californië, de felheid waarmee Israël vanuit delen van de Amerikaanse middenklasse wordt gesteund, toeneemt. De regering-Netanyahu heeft al een (omstreden) serie TV-spots in Amerika laten uitzenden die de heimwee naar Israël moet aanmoedigen. Niet dat ze terugkomen, maar dat verhoogt slechts het schuldgevoel, en daaruit komt weer een intense ‘vaderlandsliefde’ voort.


Met de invasie van Irak in 2003 hebben de Amerikanen en Britten (en Nederland) niet alleen een (volgens de criteria van Neurenberg) halsmisdrijf begaan. Ook een in het licht van het voorgaande, ongelofelijke blunder. Door Saddam Hoessein ten val te brengen, hebben ze de Shia-meerderheid Irak aan de macht gebracht. En nu maar klagen dat Irak te weinig doet om Iraanse vluchten naar Syrië te verhinderen!


Vandaar dat het volhouden van de oorlog in Syrië voor de VS (en voor Israël en Saoedi-Arabië) zo belangrijk is geworden, ook al worden de betrekkingen met Rusland daardoor steeds slechter. Rusland heeft immers een nog veel groter belang bij Syrië, en dat is dat de opstand verslagen wordt, in ieder geval de jihadisten. Van de geschatte 75000 buitenlandse strijders die in de gelederen van de radicale Moslims tegen Assad vechten, zijn er 14000 Tsjetsjenen. Als we in Nederland al bang moeten zijn als er straks honderd of meer strijders met een Nederlands paspoort hier terugkomen, dan is de terugkeer naar de noord-Kaukasus van zo’n twee divisies geharde strijders natuurlijk nog wel wat anders (op de foto hun leider in Syrië, Abu Omar al Chechani).



Vandaar dat er steeds meer twijfel rijst over de Amerikaanse wil om de vredesconferentie in Genève tot een goed eind te brengen. Integendeel, het doel lijkt te zijn de oorlog een nieuw stadium in te leiden. Iran mocht niet meepraten, maar bovendien zou een akkoord tussen Assad en de Syrische Nationale Coalitie, die in de strijd een te verwaarlozen aandeel heeft, de Syrische regering binden aan een staakt-het-vuren terwijl de dertien voornaamste strijdgroepen in het land daar niet aan gebonden zijn!


Als het Syrische leger na een eventueel akkoord de strijd met die dertien zou voortzetten, en een andere optie is er niet, kan Washington ‘schending van de vredesovereenkomst’ aangrijpen om alsnog te interveniëren.


Zelfs de vernietiging van Syrië’s chemische wapens, die door Russische bemiddeling is begonnen, is door de Amerikanen al aangegrepen om te spreken van sabotage en opnieuw te dreigen met ingrijpen. In dit licht moet ook de eis van Kerry bij het begin van de conferentie, dat Assad eerst moet aftreden, worden gezien. Evenzo het rapport van Qatar dat er 11000 gevangenen doodgemarteld zouden zijn. Dat Syrië martelde, is bekend, want de Amerikanen lieten er zelf ‘terreurverdachten’ ondervragen. Maar volgens een gedetailleerd commentaar in de Christian Science Monitor is het rapport om een aantal redenen dubieus, en lijkt het voornaamste doel, net als bij de eerdere ‘gasaanval’ die later in scène bleek gezet, bedoeld om de publieke opinie mee te krijgen bij een Amerikaanse interventie. 


De opmerking van een woordvoerster van het State Department dat Amerikaanse militaire operaties tegen Iran nog altijd waarschijnlijk zijn, is misschien vooral bedoeld om Israël en de Israëlische lobby in de VS koest te houden. Maar wie de dreiging met sancties tegen Frankrijk, de dubbele bodem in de onderhandelingen in Genève, en de voortgaande confrontatiekoers met Rusland met elkaar combineert, doet er goed aan de geweldsdreiging niet te onderschatten—ook al zal die in eerste instantie tegen Syrië gericht zijn. Want ‘Assad must go’, zodat de lijn tussen Iran en Hezbollah wordt doorgeknipt.

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

Syrië: wapenleveranties in plaats van onderhandelen

Toen enige maanden geleden wapenopslagplaatsen van het Vrije Syrische Leger werden geplunderd door het Islamitisch Front, schortte de VS de wapenleveranties aan de oppositie op. Maar nu de onderhandelingen in Montreux (‘Genève II’) zijn begonnen, worden eerdere restricties weer opgeheven. 

Nadat de VS de VN hadden gedwongen, de uitnodiging aan Iran om aan het overleg deel te nemen, weer in te trekken, is nu uitgelekt dat het Amerikaanse Congres achter gesloten deuren de wapenleveranties aan de oppositie heeft hervat. Eén en ander bovenop de hernieuwde eis dat president Assad moet aftreden alvorens er resultaat kan worden geboekt in het overleg.

 Kerry legt Ban nog eens uit wie de baas is


Dat wil niet zeggen dat de onderhandelingen voor niets zijn: de Syrische regering en de oppositie (d.w.z., dat deel dat in Zwitserland aan tafel zit) hebben na het nodige getouwtrek overeenstemming bereikt dat humanitaire hulp het belegerde en van de buitenwereld afgesloten Homs mag worden gestuurd en dat vrouwen en kinderen de verwoeste stad mogen verlaten.
Maar verder blijft de conferentie onderdeel van de strijd tussen de grootmachten, de regionale grootmachten, en buitenlandse strijders van velerlei pluimage. Zoals de Pruisische generaal Clausewitz ooit schreef, ‘oorlog is de voortzetting van de politiek met andere middelen’, en alles wat er in en rond Syrië gebeurt is een voortzetting van de oorlog met andere middelen. Ook het overleg. 

De Amerikanen leveren conform het geheime Congresbesluit (de anonieme bron die het naar buiten bracht meent dat het in december jl. genomen is) anti-tank-raketten (dit keer maar geen van de schouder afgevuurde luchtdoelraketten, daar is men in Libië nog steeds naar op zoek) en geld. 

Bruce Riedel, adviseur van Obama inzake de buitenlandse politiek en voormalig CIA-medewerker, gaf als verklaring voor de wapenleveranties dat de situatie in Syrië op een patstelling is uitgelopen. De rebellen ontberen de organisatie en bewapening om Assad te verslaan; het regime heeft te weinig loyale troepen om de opstand klein te krijgen. ‘De bondgenoten van beide kanten zijn bereid om voor afzienbare tijd voldoende geld en wapens te leveren om die patstelling vol te houden.’ 

Met andere woorden, niet beëindigen van de strijd, maar het gaande houden van de slachting is het doel. 

Spelende kinderen in Homs


Intussen heeft de Campagne tegen de Wapenhandel in een persbericht bekend gemaakt dat de wapenexporten naar het Midden-Oosten sinds de ‘Arabische lente’ alleen maar zijn toegenomen. De lidstaten van de Europese Unie (EU), voorop Frankrijk, hebben in 2012 voor €39.9 miljard aan wapenexportvergunningen afgegeven, waaronder het recordbedrag van €9.7 miljard aan exportvergunningen voor het Midden Oosten, een toename van 22% ten opzichte van 2011. Saoedi-Arabië is de grootste klant van de Europese wapenindustrie; het kocht in 2012 voor meer dan €3.5 miljard aan wapens. De recorduitgaven voor handwapens en munitie herinneren er nog eens aan, dat de strijd die in Syrië en Irak wordt uitgevochten, een belangrijke bron van winst voor de wapenleveranciers is. 

De rol van de EU om hier regelend op te treden mogen we vergeten. Tegen 4,705 wapenexportvergunningen die in 2012 voor het Midden-Oosten werden afgegeven stonden slechts 100 afgewezen verzoeken.

In een advies van de Amsterdamse volkenrechtsgeleerde P.A. Nollkaemper van juni jl. is er nog eens op gewezen dat

  • In beginsel wapenleveranties aan de oppositie die beogen de zittende regering van Syrië omver te werpen, in strijd zijn met het internationaal recht. Dergelijke leveranties zijn in ieder geval in strijd met het verbod op interventie in de interne aangelegenheden van een andere staat. Afhankelijk van aard en doel van de leveranties, kunnen deze ook in strijd zijn met het verbod op het gebruik van geweld (artikel 2(4) VN Handvest).
  • Wapenleveranties aan de oppositie in Syrië ook in strijd kunnen zijn met VN Veiligheidsraadresolutie 2083 (2012), dat een verbod bevat op levering van wapens aan personen of entiteiten die met Al-Quaida zijn verbonden. 

Na nog enkele overwegingen concludeert Nollkaemper tenslotte dat
  • in de huidige situatie het internationaal recht geen gronden bevat die kunnen leiden tot een conclusie dat wapenleveranties aan de oppositie rechtmatig zijn. 
 
Maar kom daar maar eens mee aanzetten als het Amerikaanse Congres vasthoudt aan het streven naar regimewisseling en de EU-landen er goed
aan verdienen (ons land staat op de aangehaalde lijst op de elfde plaats met 10.915 licenties voor wapenexport sinds 1998). 
 
Kees van der Pijl 
 
   
 
 
 
GeopolitiekMiddenOosten

Syrië-conferentie van start—partijen die mee mogen praten leggen hun kaarten op tafel

De lang verwachte conferentie die moet proberen greep op het conflict in Syrië te krijgen, is begonnen. Het is misschien wel veelbetekenend dat men voor ‘Genève II’ eerst naar Montreux moest uitwijken vanwege een conferentie van horloge-makers, want de klok tikt: de jihadisten van de Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIS), hebben enkele grote steden in Irak (Fallujah en Ramada) en in Syrië (Raqqa) in handen en het ziet er voorlopig niet naar uit dat ze daaruit verjaagd worden. Regeringskringen in Irak hebben al verklaard dat Bagdad in handen van ISIS kan vallen, zo zwaar is de bewapening van deze groep. Daarnaast zijn er nog zo’n 1000 grotere en kleinere gewapende groepen in het land (en over de grenzen met Irak en Libanon) actief. 

 
 
ISIS militie in Fallujah
 
Intussen hebben de Amerikanen en hun bondgenoten in het Syrische conflict een eerste succes behaald: de uitnodiging door Ban Ki-moon aan Iran om deel te nemen aan de besprekingen, werd na een dag weer ingetrokken—een voor de VN wel uiterst beschamende tik op de vingers. Maar nog belangrijker is dat het de conferentie tot een machteloze vertoning reduceert, want het conflict dat in Syrië wordt uitgevochten, is (als we even afzien van de Israëlische bezetting van Palestina die als katalysator werkt) een conflict
  1. tussen de autoritaire staat en een democratische oppositiebeweging in het land zelf;
  2. tussen de VS/NAVO/EU en Rusland;
  3. tussen Saoedi-Arabië, Qatar, de Emiraten, en hun bondgenoot Erdogan in Turkije enerzijds; en Iran en zijn bondgenoten (m.n. Hezbollah in Libanon) anderzijds;
  4. tussen avonturiers en fanatici uit de hele Islamitische regio inclusief Europa en de Kaukasus, verenigd onder de noemer van een radicale Soenni-Islam; en de seculiere staten van Noord Afrika en het Midden Oosten.

De conferentie in Montreux/Genève brengt, nu Iran niet mee mag doen, alleen de partijen van de twee eerstgenoemde conflicten rond de tafel. Daarbij moet nog wel aangetekend worden dat de Syrische Nationale Coalitie in het land zelf nauwelijks voet aan de grond heeft, zelfs het Vrije Syrische Leger (dat ook het gezag van de SNC weer niet erkent) is grotendeels gemarginaliseerd in de strijd. Maar nu is ook nog eens, op de eerste dag, de Syrische Nationale Raad uit de Syrische Nationale Coalitie gestapt, waardoor de SNC eigenlijk helemaal niets meer voorstelt.

 
 
 
De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Kerry heeft daarnaast herhaald dat het doel van de conferentie is, het aftreden van Assad te bewerkstelligen. Voor velen kwam dit onverwacht na de succesvolle besprekingen met zijn Russische collega Lavrov. Het Dleidde op de eerste dag van de conferentie al tot een verhitte woordenstrijd met de Syrische minister van buitenlandse zaken.
 
Ook Qatar, het olierijke vorstendom aan de Perzische Golf dat vanaf het begin van het conflict de kant van de gewapende opstand heeft gekozen, heeft zijn kaarten op tafel gelegd, in de vorm van een dossier van 55000 foto’s van gemartelde en gedode gevangenen van het Syrische regime.
 
Nu hoeft niemand verbaasd te zijn dat er gemarteld en gemoord wordt door de Syrische geheime dienst: in de eerste fase van de Oorlog tegen de Terreur was Syrië een van de landen die ‘verdachten’ ondervroegen op verzoek van de CIA. Daarmee ontliep die dienst het verbod op martelen in de VS zelf.
 
Anderzijds is het natuurlijk opmerkelijk dat Qatar opdracht voor het bovengenoemde rapport heeft gegeven en dit juist nu, in de week van de onderhandelingen in Montreux/Genève, openbaar laat maken. Daarmee wordt geprobeerd de publieke opinie in het Westen (het rapport werd doorgegeven aan CNN en aan The Guardian in Londen) mee te krijgen in het idee van ‘Assad must go’ (daarna zien we wel weer). 
 
Dit is de tweede keer dat een Golfmonarchie probeert een vreedzame oplossing van het conflict te verhinderen; de eerste keer was het de gifgasaanval, die naar later door Seymour Hersh uitvoerig uit de doeken is gedaan, door Saoedi-Arabië in scène was gezet in de hoop dat Obama door zijn eerder getrokken ‘rode lijn’ gedwongen zou worden in te grijpen.
 
Het rapport van Qatar is van een andere orde maar de intentie is dezelfde en er wordt langs dezelfde band gespeeld, nl. men probeert de VS en Engeland mee te krijgen.
 
 
Kees van der Pijl
GeopolitiekMiddenOosten

En als er nu eens geen ‘gematigde oppositie’ meer is? Dan steunen we de jihadisten in Syrië

In een bloedbad van ongekende wreedheid in Adra, 20 kilometer ten noorden van Damascus, hebben jihadisten tientallen burgers, onder wie kinderen, onthoofd of levend verbrand. Onder de slachtoffers bevonden zich Druzen, Alawieten en Christenenen. Het Syrische leger heroverde Adra maar kwam te laat om het drama te verhinderen. 


*** Syrische tankeenheid in de nabijheid van de stad Adra *** 

Aanvankelijk waren er berichten dat behalve strijders van al-Noesra, ook een eenheid van het Islamitisch Front bij de overval betrokken was maar dit werd later tegengesproken. Het Islamitisch Front is van belang omdat dit de factie is door momenteel door de Verenigde Staten en Engeland wordt benaderd als de nieuwe ‘pro-Westerse’ vleugel van de opstand. 



De Nederlandse opstelling terzake van het bloedbad in Adra is nog niet bekend, maar eerdere reacties van onze minister van buitenlandse zaken Frans Timmermans beloven niet veel goeds. In antwoord op kamervragen over een eerdere moordpartij onder Aramese Christenen in de stad Sadad baseerde hij zich 3 december jl. uitsluitend op het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, een spreekbuis van de opstandelingen. Daar was ‘geen melding gemaakt van de verwoesting van het dorp… [er is] geen andere informatie beschikbaar… enz. enz.’ Verder wist onze Frans van niets. 

Hoe is het mogelijk, vraag je je af, dat een Nederlandse minister hiermee weg komt. Wel lopen paraderen op het centrale plein van Kiev, maar niet in staat verschillende bronnen af te wegen en zich een zelfstandig oordeel te vormen … Waarom nog een eigen minister van buitenlandse zaken als hij tot niets anders komt dan achter de muziek van Washington en Berlijn aan lopen? 

In dat opzicht kunnen we spoedig nog meer verwachten. Want de eerder gemelde toenadering tussen regering en het Vrije Syrische Leger (Engels: FSA), zeg maar de binnenlandse, seculiere oppositie, heeft als gevolg gehad dat veel FSA-strijders zijn overgelopen naar de jihadisten. Deze zijn immers veel beter bewapend en hebben zich nu bovendien meester gemaakt van opslagplaatsen met door het Westen geleverde wapens, o.a. in Bab al Hawa in het noorden. In een burgeroorlog van de intensiteit van die in Syrië, inmiddels geïnternationaliseerd door de toevloed van jihadisten uit Irak en diverse Europese landen inclusief Nederland, is er geen optie om ‘weer gewoon naar je werk te gaan’. Dus zoeken de losgeslagen elementen die rond de opstand zwerven, een ander onderdak.

De furieuze strijd tussen de regeringstroepen en de rebellen heeft inmiddels het stadium van een uitputtingsslag bereikt, waarin alle middelen geoorloofd lijken. Het Syrische leger gebruikt nu bij gebrek aan beter zgn. ‘barrel bombs’, olievaten gevuld met explosieven, die uit laag overvliegende helicopters worden gegooid. Op 16 december werden 76 burgers in een door rebellen bezet gehouden deel van Aleppo gedood door zo’n bom, die zoals te verwachten, weinig precies is. Bij een eerdere ronde met barrel bommen op buitenwijken van Aleppo stuiterde er al een over een aantal daken bovenop een markt, met rond 50 doden als gevolg. 

Het wegsmelten van de FSA (hun generaal Idriss moest zelfs, naar we mogen aannemen tijdelijk, Syrië ontvluchten) is voor Washington en Londen daarom aanleiding geweest om nu maar met de jihadisten in gesprek te gaan. Eerder deze week werd door het State Department bevestigd dat het in gesprek gaat met het Islamitisch Front nadat dit een FSA-hoofdkwartier onder de voet had gelopen. Het Islamitisch Front ‘staat niet op de Amerikaanse lijst van terreurorganisaties’. Volgens een artikel in Foreign Policy Magazine dd. 13 december zijn radicale Moslims nog de enig overgebleven stroming in het anti-Assad-front waar Washington zijn invloed kan laten gelden. 


Het Front werd op 22 november jl. gevormd uit zeven afzonderlijke islamistische groeperingen, met een geschatte sterkte van tussen de 45 en 60 duizend strijders, compleet met tanks en artillerie en met royale steun van de monarchieën aan de Golf, m.n. Saoedi-Arabië en Qatar. Nu het FSA niet veel meer voorstelt, hoopt het Westen via het Islamitisch Front militaire druk op de Syrische regering te kunnen uitoefenen. Alleen zo kan de positie van Assad bij de onderhandelingen volgende maand verzwakt worden.

Zaterdag berichtte het persbureau Reuters in een rapport dat commandanten van het Islamitisch Front vertegenwoordigers van het State Department zouden ontmoeten in Turkije, om over de voorwaarden voor Amerikaanse steun te spreken. Daarbij zou ook een fusie tussen het Islamitisch Front en wat er over is van de FSA besproken kunnen worden. 

Nu is het doel van het Islamitisch Front het vestigen van een Soenni-theocratie. Het wijst iedere vorm v
an representatieve democratie af aangezien Allah al soeverein is. Officieel heet het dat de ethnische en religieuze minderheden die nog zullen resteren in een Syrië onder het Islamitisch Front, door de sharia-wetgeving zullen worden beschermd. Maar Zahran Alloush, de militaire commandant van het Islamitisch Front, heeft in een
video de Alawieten uitgemaakt voor afval dat door de jihadisten uit Syrië zal worden opgeruimd, dus die zullen daar niet gerust op zijn. 


*** Europese Jihadisten in Syrië ***

De Westerse positie is naar verluid dat de rebellen een overgangsregering zullen moeten accepteren waarbij Assad aanblijft, zij het met sterk verminderde bevoegdheden. Dit om een regelrechte machtsovername door de jihadisten te voorkomen. Hoe steun aan de jihadisten van het Islamitisch Front een machtsovername van jihadisten kan verhinderen (tenzij het Front in gevecht zou raken met al-Noesra) blijft een raadsel. 

De laatste die dit alles zal begrijpen is natuurlijk onze Frans. Zijn ministerie heeft overigens nog wel drie ton ter beschikking gesteld voor een oppositie-persbureau, om nog meer van dezelfde kant te kunnen horen. 

Nederland heeft getekend voor de vernietiging van Afghanistan, van Irak, van Libië, en met onze Patriots geven we rugdekking aan de vernietiging van de laatste seculiere staat in het Midden Oosten, Syrië. Als hij niet te onbenullig was, zou de geschiedenis Frans Timmermans toevoegen aan de lijst van namen die aan het samenleven van verschillende volkeren en geloofsgemeenschappen in het Midden Oosten een eind heeft gemaakt—om de olie, om het verzet tegen de voortgaande Israëlische kolonisatie van Palestina te breken, om de Saoedis in het zadel te houden, en wat al niet. ‘Geen andere informatie beschikbaar’.


Kees van der Pijl

 

GeopolitiekMiddenOosten

Verlenging Patriot-missie in Turkije—Niet doen!

Bijna een jaar geleden verzamelde zich een kleine groep demonstranten bij het Ministerie van Defensie op het Plein in den Haag om protest aan te tekenen tegen het Nederlandse besluit om Patriots te stationeren bij de Amerikaanse basis Inçirlik in Turkije. In aansluiting besloten de deelnemers zich te verenigen in een landelijke tak van het Enschedese Oorlog Is Geen Oplossing. 

O#O staat op het standpunt dat wat er ook aan kritiek te leveren is op het Assad-regime, de seculiere staat in Syrië niet het lot van Irak en Libië mag ondergaan. Nederland draagt een zware verantwoordelijkheid voor wat betreft het vernietigen van de staat in deze twee landen en voor de chaos die als gevolg daarvan is ontstaan. 

Moet Syrië daaraan worden toegevoegd? 

Dat Clingendael de Syrische oppositie traint in onderhandelen is misschien geen verrassing. Evenmin dat Nederland heeft meegeholpen het EU-wapenembargo niet te verlengen. Maar hoe IKV/Pax Christi kan meewerken aan het opzetten van bestuur in de ‘bevrijde gebieden’ waar degenen de scepter zwaaien die een van de oudste Christelijke gemeenschappen in de wereld willen uitroeien… Dat vraagt om een nieuwe vredesbeweging! 

De Patriot-missie begin 2013 heeft tot nu toe, ondanks pogingen van Saoedische kant om de VS tot interventie te provoceren, niet als rugdekking voor een nieuwe, fatale interventie van het Westen in het Midden-Oosten geleid. De voor het Nederlandse Patriot-besluit aangevoerde grond, nl. dat het ging om bescherming van een NAVO-bondgenoot tegen de dreiging van een Syrische aanval, was altijd belachelijk—er is geen ander woord voor. Het Turkse leger is 1 miljoen man sterk en modern bewapend; Assad heeft op z’n best éen-tiende van dat aantal, en is in gevecht met een opstand. 


De afkeuring van Erdogans Syrië-politiek in Turkije zelf was een factor in de explosie van onvrede afgelopen zomer en de grootscheepse demonstraties in alle grote Turkse steden. Het keiharde neerslaan van deze beweging, gevolgd door een mobilisatie van Erdogans traditionele, van het platteland afkomstige aanhang, tekent de scherpe tegenstellingen in het land. Turkije staat aan de vooravond van het barsten van een financiële ‘bubble’, en een van de grootste banken van het land, Garanti, verklaarde zich afgelopen zomer solidair met de betogers tegen Erdogan. 

De verlenging van de Nederlandse Patriot-missie heeft onder deze omstandigheden een geheel andere betekenis gekregen. Niet alleen zijn we partij tegen de seculiere staat in Syrië, maar ook tegen degenen in Turkije die zich verzetten tegen de sluipende Islamisering van dat land. Nog eens 42 miljoen—daar moet toch wel een betere besteding voor te vinden zijn? 

GeopolitiekMiddenOosten

Wie bepaalt of er een overeenkomst met Iran komt?

In de onderhandelingen over een nucleair akkoord met Iran proberen Saoedi-Arabië en Israël op alle mogelijke manieren een spaak in het wiel te steken, en hun nieuwe bondgenoot daarbij is Frankrijk.

Prins Bandar in gesprek met toenmalig president George Bush


In oktober jl. werd in de Wall Street Journal verslag gedaan van de aankondiging van de Saoedische geheime-dienstchef prins Bandar bin Sultan dat zijn land de betrekkingen met de VS ging herzien. Woedend over het Amerikaanse besluit om af te zien van een bombardement op Syrië als straf voor een beweerde gasaanval (die volgens sommigen door Saoedi-Arabië was geënsceneerd om Obama te dwingen, in te grijpen), maakte Bandar bekend dat de Saoedi’s van nu af aan zelfstandig de steun aan de Syrische opstand zouden gaan organiseren, zonder Amerikaanse bemoeienis.

Het eerdere, opzienbarende besluit van Saoedi-Arabië om de vrijkomende zetel in de VN Veiligheidsraad niet te bezetten, was al geïnterpreteerd als een teken dat Riyadh zijn beleid in de regio buiten zowel de VN als de VS wilde uitvoeren. Nu nodigde Bandar een Westerse diplomaat uit naar de Saoedische kustplaats Jeddah  om deze koerswending toe te lichten—en die diplomaat was een Fransman.

Zo kreeg Parijs via haar eigen vertegenwoordiger uit de eerste hand te horen dat Saoedi-Arabië toenadering zocht tot Frankrijk en andere landen die diplomatieke en militaire steun kunnen verlenen. Om de Fransen over de brug te krijgen, werden lucratieve wapenaankopen voorgespiegeld, in ruil voor het opblazen van een eventueel akkoord met Iran, de grote rivaal van Saoedi-Arabië in de regio. Voor de Saoedi’s is immers het grote gevaar dat Irak, waar door de Brits-Amerikaanse invasie de pro-Iraanse Shia meerderheid aan de macht is gebracht, samen met Iran de rol als ‘swing producer’ overneemt—degene(n) die door de kraan open of dicht te draaien, de wereldoliemarkt beheerst. Vandaar ook de Saoedische steun aan de niet-aflatende terreuraanslagen die Irak verhinderen de economie weer op te starten. 

De eerste ronde van onderhandelingen met Iran in begin november werd prompt beëindigd zonder dat overeenstemming was bereikt—door toedoen van de Franse minister van buitenlandse zaken Laurent Fabius die verklaarde niet mee te werken aan een bedrieglijke overeenkomst.

Frankrijk heeft van het begin af aan de opstand tegen Assad in Syrië gesteund en is verbitterd over de langzaam maar zeker mislukken van die opstand—mede door steun aan Assad van de kant ban Iran en de door dat land gesteunde shi’itische militie van Libanon, Hezbollah. Libanon en Syrië waren na de Eerste Wereldoorlog en de instorting van het Ottomaanse Rijk Franse mandaatgebieden (koloniën onder toezicht van de voorloper van de VN, de Volkenbond) en verlies aan invloed ligt in Frankrijk  nog altijd zeer gevoelig.

De andere gezworen vijand van Iran en Hezbollah is Israël, en afgelopen week heeft de Franse president Hollande een bezoek aan dat land gebracht. Hij verzekerde premier Netanyahu dat er ook in de tweede ronde geen akkoord met Iran zou komen als niet aan de Israëlische eisen was voldaan. Klaarblijkelijk willen de Fransen de Europese partner worden van een Israëlisch-Saoedisch blok tegen Iran. 

Er circuleren zelfs geruchten dat Israël en Saoedi-Arabië een geheim akkoord hebben gesloten om de Israëli’s gebruik te laten maken van vliegvelden op het Arabisch schiereiland om zo Iran aan te vallen, al zou het koninkrijk daarmee zeer grote risico’s nemen voor zijn aanzien in de Arabische wereld.

Hoe dan ook zullen de Saoedi’s hun defensie fors gaan versterken, en voor de Franse economie, die langzaam maar zeker bezwijkt onder de Duitse concurrentie in de Eurozone, is dit mogelijk uitstel van executie. Frankrijk heeft haar belangrijke auto-industrie al geofferd aan de embargo-politiek tegen Iran (voor Peugeot-Citroën was Iran tot een jaar geleden de tweede buitenlandse afzetmarkt—totdat General Motors een belang in PSA nam waardoor de maatschappij onder de boycot kwam te vallen). Kan de niet minder belangrijke oorlogsindustrie redding brengen?  

Een echte dreiging voor Israël is er natuurlijk helemaal niet. Het land heeft zelf tussen de 80 en 200 atoombommen, en hoew
el Iran, als het de reactor van Arak zou afbouwen, over plutonium voor ‘een bom per jaar’ zou beschikken, heeft het land geen mogelijkheid dat plutonium militair bruikbaar te maken.

Joodse Iraniërs demonstreren voor het recht van hun land op vreedzaam gebruik van kernenergie


Een bijzondere rol in de Franse opstelling wordt gespeeld door Franse politici van joodse afkomst. In Frankrijk zelf zou, net als bij ons, iedere verwijzing naar deze afkomst onmiddellijk tot beschuldigingen van anti-Semitisme leiden. Maar toen Sarkozy in 2007 tot president werd gekozen, concludeerden Israëlische media op grond van zijn joodse origine zonder omhaal dat van nu af aan op de Fransen kon worden gerekend.  En inderdaad is onder Sarkozy Frankrijk de meest pro-Israëlische en anti-Iraanse staat in de EU geworden, iets waarin de ‘socialisten’ van Hollande geen verandering hebben gebracht.

Vlak voor Fabius bekend maakte dat hij het voorlopige akkoord met Iran afwees, had hij een telefoontje gehad van Meyer Habib, een joods lid van het Franse parlement, waarin deze waarschuwde dat Netanyahu  een aanval op Iran’s kerninstallaties zou lanceren in het geval van een akkoord. Habib is naast zijn posities in het Franse parlement en in de organisatie van Franse joden, volgens de Israëlische krant Haaretzeen Likoed-aktivist met een lange staat van dienst en een vriend van Netanyahu die als zijn persoonlijke vertegenwoordiger in Parijs geldt. Habib waarschuwde Fabius dat bij Netanyahu de stoppen zouden doorslaan als er een akkoord kwam.

Maar Frankrijk heeft geen Israëlische telefoontjes nodig om stelling tegen Iran te nemen. Mohamed El Baradei, voormalig directeur-generaal van het Internationaal Atoomenergie Agentschap, vertelt in zijn memoires dat  de Franse delegatie in oktober 2009 al eerder een bijna-akkoord met Iran in Wenen om zeep hielp.

Het lijkt erop dat Frankrijk met deze opstelling probeert zijn verlies aan economisch gewicht te compenseren door in het Midden-Oosten een zelfstandige rol te spelen ten opzichte van de NAVO- en EU-partners. De economische neergang van Frankrijk heeft van het naoorlogse compromis met (West-) Duitsland, waaruit de huidige EU is voortgekomen, weinig meer overgelaten. Hollande heeft al een keer een minister tot de orde moeten roepen die verklaarde dat het land failliet was en kort geleden heeft Parijs zelfs het besluit genomen een groot deel van de gezamenlijke Frans-Duitse brigade uit de Bondsrepubliek terug te trekken.

Maar zoals de VS al langer hebben laten zien, kan een land dat economisch aan gewicht verliest, nog een tijdlang invloed uitoefenen door gebruik te maken van zijn militaire en diplomatieke machtsmiddelen. Maar daarna is dan echt einde oefening. Hopelijk zullen deze wanhoopsacties niet in de tussentijd een oorlog met Iran hebben veroorzaakt, waarvan de gevolgen niet zijn te overzien.

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

Toenadering in Syrië tussen regering en oppositie

Het akkoord tussen de VS en de Rusland om het overleg over Syrië alsnog doorgang te laten vinden (Genève 2) moet gezien worden in samenhang met de veranderingen in Iran, waar de stroming die Assad niet langer onvoorwaardelijk wil steunen, terrein heeft gewonnen met de verkiezing van Rohani tot president.
In een belangrijk artikel in het oktobernummer van Le Monde Diplomatique schrijft Ali Mohtadi dat al eerder, onder president Khatami in 1997, de banden met zowel Hezbollah in Libanon en met Damascus enigszins losser werden. 
(Helaas hadden de ‘hervormers’ in Iran toentertijd de corruptie niet onder controle. Ex-president Rafsanjani, die we nu weer zien opduiken op foto’s met Rohani, wist zich in die jaren op te werken tot de rijkste man van het land. Hieronder links op de foto) .


Rohani zelf, aldus weer Mohtadi, onderhandelde in die periode een akkoord met de Europese troika (Frankrijk, Engeland en Duitsland) dat voorzag in het staken van het uraniusmverrijkingsprogramma. Maar aangezien Bush Jr. in 2002 Iran bij de ‘Axis of Evil’ had ingedeeld, werd dit akkoord in 2004 getorpedeerd. Een jaar later werd Ahmadinejad tot president verkozen in antwoord op de onverzoenlijke houding van de VS—zoals altijd trouw gehoorzaamd door de Europese landen.

Ditmaal is het opnieuw de gematigde Iraanse leiding, geconfronteerd met een economie die zwaar lijdt onder de door de VS en de EU ingestelde sancties, die probeert uit de impasse te geraken door onderhandelingen. Voor het eerst kan openlijk gezegd worden, aldus Mohtadi, dat een Syrië zonder Assad denkbaar is—al is het niet de enige positie.

Maar terwijl deze verregaande verschuivingen plaatsvinden (Amerikaanse ommezwaai naar een diplomatieke oplossing, Iraanse onderhandelingsbereidheid), vindt in Syrië zelf nog iets heel anders plaats. Temidden van de voortrazende gevechten tekent zich, aldus Robert Fisk in The Independent, een praktische toenadering tussen de Syrische autoriteiten en het Vrije Syrische Leger af. 

Onder de kop ‘Een Syrische oplossing tot de burgeroorlog? Het Vrije Syrische Leger houdt besprekingen met de bestuurlijke top van Assad’ en als ondertitel, ‘Geheime toenadering tot president kan de hele oorlog van aanzien veranderen’.



Ik vat Fisks belangrijkste punten hier samen. 

Zes weken geleden al arriveerde een delegatie uit Aleppo in het diepste geheim in Damascus. Onder een garantie van vrijgeleide kwamen deze gezanten namens het Vrije Syrische Leger (FSA) met een voorstel aan President Bashar al-Assad om te gaan werken aan een Syrische oplossing van het conflict. 

Naast het voorstel om een interne dialoog te beginnen waren de eisen gericht op het garanderen van publieke en private eigendommen in het land; het veroordelen van alle vormen van sectarisch en ander geweld; en het vestigen van een rechtsstaat waarin de wet het hoogste gezag vormt in een democratisch Syrië. Opvallend aldus Fisk, die zijn informatie kreeg van personen die direct bij het overleg betrokken waren, was dat er in ieder geval op dit moment, geen eis bij was dat Assad moet aftreden. 

Het antwoord kwam onmiddellijk. Niet alleen werd er ingestemd met een Syrische dialoog, maar alle FSA-mannen die eraan deelnemen hebben een door de president gegarandeerd vrijgeleide. Maar er is iets nog veel opmerkelijker aan de hand, schrift Fisk: in de delen van Aleppo die in handen van de rebellen zijn (en de meeste van de zeven gebieden daar worden door de FSA gecontroleerd), kunnen ambtenaren weer gewoon naar hun kantoren, kunnen overheidsinstellingen en scholen weer geopend worden, en zullen studenten die militia-leden zijn geworden, ontwapen worden en weer naar de collegebanken terugkeren. 

Uiteraard is deze spectaculaire toenadering niet onomstreden: er is desertie uit het Vrije Syrische Leger van eenheden die zich bij het al-Noesra-front hebben aangesloten, de harde, met al-Qaida verbonden salafisten. Want de vraag zal zijn, als het FSA zich met het regime verzoent, hoeveel aanhang behoudt het dan? 

Maar het blijft een feit dat in delen van de provincie Homs het vechten tussen het FSA en het Syrische leger is gestaakt en dat de twee in sommige dorpen ongehinderd aanwezig zijn. Het regime is al veel langer bezig te proberen, afvallige eenheden en officieren terug te winnen; een leger dat deze uitvallers er weer bij heeft, zal in staat zijn al-Noesra en andere jihadisten te verslaan in de naam van nationale eenheid. 

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

Nadert de ‘War on Terror’ zijn einde?

Begin september leek het een kwestie van dagen of de regering-Obama zou de Amerikaanse vlooteenheden in de Middellandse Zee opdracht geven, een bombardement op doelen in Syrië te beginnen. Frankrijk en Engeland, al langer voorstander van militaire interventie, stonden eveneens klaar in te grijpen. Inmiddels is door behendig manoeuvren van de Russen de lucht in zoverre opgeklaard dat het Westen zich gecommitteerd heeft aan een diplomatieke oplossing van de slepende oorlog, in het verlengde van de Syrische bereidheid, het chemische wapenarsenaal te laten vernietigen. Daarnaast heeft met de de verkiezing van een president in Iran die tot onderhandelen bereid is, ook de oorlogsretoriek tegen dat land een holle klank gekregen. Net als in Syrië had het Westen tot nu toe met sancties en steun aan opstandelingen en terreurgroepen, ook Iran op de korrel; maar ook hier lijkt het erop dat de lucht uit de band is gelopen.


Deze koerswijziging vertoont alle kenmerken van een historische ommezwaai. Niemand die zich daar beter van bewust is dan de Likoed-regering in Israël, die het vuur rond Iran voortdurend heeft opgestookt en furieus reageerde op het vriendelijk optreden van president Rohani in New York, met als dieptepunt een door Israëlische diplomaten opgestelde web-biografie waarin Rohani zichzelf aanprijst als oplichter. Netanyahu reist deze week naar Washington om Obama te bezweren de confrontatiepolitiek voort te zetten. 


De Israëli’s hebben dan ook alle reden om het afblazen van een nieuwe ronde oorlog in het Midden-Oosten als een teken aan de wand te zien, mogelijk het begin van het einde van de ‘War on Terror’. Ze hebben immers zelf aan de wieg van die kruistocht gestaan.

Het idee voor een Oorlog tegen de Terreur onder Amerikaanse leiding gaat terug naar een reeks conferenties tussen 1979 en 1984, lang voor ‘9/11’ en de aanslagen in New York en Washington. De eerste conferentie, onder auspiciën van het Jonathan Instituut (genoemd naar de broer van Benjamin Netanyahu die omkwam bij de aanval op een gekaapt Israëlisch passagiersvliegtuig op de luchthaven van Entebbe), werd gehouden in Jeruzalem en geopend door toenmalig premier Menachem Begin, die met zijn Likoed-partij twee jaar eerder aan de regering was gekomen. 

Israël was na de oorlogen van 1967 en ’73 in bezit gekomen van een aantal gebieden veroverd op buurlanden—de Westelijke Jordaanoever inclusief Oost-Jeruzalem op Jordanië, de Golan-hoogte op Syrië, alsmede de inmiddels teruggegeven Sinaï en de Gazastrook. De oorlog van 1973 was echter een zwaar bevochten Israëlische overwinning, die zonder Amerikaanse steun mogelijk zelfs niet behaald zou zijn. En dat de Palestijnen net als in 1948 uit het oorspronkelijke Israël, ook van de Westoever verjaagd konden worden, leek evenmin waarschijnlijk. Zoals alle bezettingsmachten in de moderne geschiedenis kwalificeert Israël verzet als terrorisme, maar zolang de Palestijnen kunnen terugvallen op een Arabisch en/of Islamitisch achterland, waarin ook grote delen van de oorspronkelijke bevolking van Palestina toevlucht hebben gezocht, zal de opgave om dit ‘terrorisme’ te verslaan niet door Israël alleen zou kunnen worden gerealiseerd. Vandaar de poging om middels de genoemde conferenties, de Amerikanen (en de Britten) aan boord van te krijgen van een groots-opgezet project waarin een coalitie van landen het ‘terrorisme’ de oorlog zou verklaren.

De natuurlijke partners in deze onderneming waren de tegenstanders van de ontspanningspolitiek van Henry Kissinger, de ‘NeoConservatives’, voormalige ‘liberals’ die na de oliecrisis en de oorlog van 1973 waren omgezwaaid naar een harde Koude-Oorlogslijn. De conferentie van 1979 werd bijgewoond door twee delegaties uit de VS, één geleid door de ‘Senator voor Boeing’, Henry Jackson, de andere door George H.W. Bush, voormalig CIA-directeur en oliebaron, en toen nog presidentskandidaat voor de verkiezingen van 1980 die uiteindelijk door Reagan werden gewonnen. De conferentie stond in het teken van het uitroepen van een Oorlog tegen de Terreur, die gevoerd zou moeten worden door staten aan te vallen die ‘het terrorisme’ steunen. Tevens zou een inlichtingensysteem moeten worden opgezet om terroristen op te sporen, ook in de VS zelf, waaraan burgelijke vrijheden helaas geofferd zouden moeten worden. ‘Moskou’ werd unaniem aangeduid als het commandocentrum van het wereld-terrorisme. 

Na een vervolg-conferentie in Washington in april 1980 en de verkiezing van Reagan, die Bush als vice-president had geaccepteerd, plaatste Reagans minister van buitenlandse zaken, Al Haig, het officiële stempel op de nieuwe politiek toen hij in een State Department Current Policy document het terrrorisme, dat zijn hoofdkwartier in Moskou had, als grootste bedreiging voor de wereldvrede aanmerkte. Daarbij baseerde hij zich op de drukproeven van Claire Sterlings boek over de KGB, The Terror Network, hoewel dat boek, naar later werd onthuld door Bob Woodward, gebaseerd was op disinformatie die door de CIA eerder in omloop was gebracht.

In hetzelfde jaar 1981 gaf Israël een proeve van het ‘achtervolgen van terroristen’ door Palestijnse doelen in Libanon aan te vallen, officieel als vergelding voor de aanslag op de Israëlische ambassadeur in Londen. Uiteindelijk leidden deze vijandelijkheden tot een volledige militaire bezetting van Zuid-Libanon die tot 2000 zou voortduren. Door Israël buitgemaakte PLO-documenten werden door twee deelnemers aan de conferentie in Jeruzalem, Ray Cline, Bush’ tweede man in de CIA, en de terrorisme-expert van de State University of New York, Yonah Alexander, gebruikt voor een boek (Terrorism: The Soviet Connection, 1984) en een rapport voor de Amerikaanse Senaat, State-Sponsored Terrorism. Daarin legde
n zij uit de de term ‘nationale bevrijdingsbeweging’ Sovjet-progaganda was—niet zo moeilijk natuurlijk.


Tegen deze achtergrond werd in 1984 in Washington opnieuw een conferentie van het Jonathan Instituut gehouden, voorgezeten door Benjamin Netanyahu, toentertijd Israëls ambassadeur bij de VN. In aanwezigheid van George Schultz, Haigs opvolger als minister van buitenlandse zaken, Reagans vriend en minister van justitie Ed Meese, FBI Directeur William Webster, en de Israëlische minister van defensie, Yitzhak Rabin, alsmede een schare Amerikaanse en Britse parlementsleden, wetenschappers, en journalisten (zowel Sterling als Woodward namen aan de conferentie deel) onderstreepte Netanyahu dat de grootste bedreiging voor de democratie uitging van het wereldwijde terreurnetwerk georganiseerd door het communistische totalitarisme en het Islamitisch radicalisme, een netwerk dat van de VN alle ruimte had gekregen doordat de wereldorganisatie ‘nationale bevrijding’ accepteerde als dekmantel voor het terrorisme. 

De papers voor deze conferentie en de discussies achteraf, in boekvorm uitgegeven met Netanyahu als redacteur, bevatten gloedvolle beschrijvingen van de op handen zijnde overval op de vrijheid door de Sovjet-Unie; deze hebben echter door het aantreden van Gorbatsjov een jaar later iets aan relevantie ingeboet. Voor ons belangrijker zijn de drie andere hoofdlijnen van de conferentie van 1984, nl. een voorwaartse defensie tegen het terrorisme; het voorkomen dat de media achtergronden van terrorisme onderzoekt; en de noodzaak om de wereld wakker te schudden door een grote aanslag, die net als Pearl Harbor de noodzaak van oorlog aan iedereen duidelijk zou maken.

Ten aanzien van het eerste punt werd de Israëlische invasie van Libanon aangeprezen als een waarschuwing aan ‘de moordenaars in Teheran en Tripoli’. Schultz wees zelfs op het bestaan van een Bond van de Terreur, met Libië, Syrië, Iran en Noord-Korea als leden, en onderstreepte de noodzaak van preventieve oorlogen tegen deze landen. Want zoals de Republikeinse senator Paul Laxalt verklaarde, ‘als we ontdekken dat Libië of Iran een kernwapen bezitten…, zijn we dan echt verplicht om te wachten tot dat wapen gebruikt wordt?’

Op het punt van de media-strategie prees de adjunct-hoofdredakteur van de Londense Times, John O’Sullivan, de manier waarop de schandaalpers terreuraanslagen verslaat: zoveel mogelijk horror en bloedige details, geen achtergronden, dat werkt alleen maar ter verontschuldiging van de daders. In dit opzicht kon TV-presentator Ted Koppel hem geruststellen: een Oorlog tegen de Terreur zou met een officiële oorlogsverklaring gepaard gaan, en die zou allerlei wettelijke beperkingen kunnen opleggen aan de media, iets wat in Vietnam, waar nooit de oorlog was verklaard, niet mogelijk was gebleken. Als eenmaal een noodtoestand is afgekondigd, zijn er legio mogelijkheden om de berichtgeving in goede banen te leiden. Maar wat moet er gebeuren om een noodtoestand af te kondigen?

Dit was het derde thema op de conferentie van 1984, en Netanyahu nam dat zelf voor zijn rekening. ‘Het terrorisme verloopr volgens een onstuitbare, ingebouwde escalatie,’ aldus zijn analyse. ‘Om effectief te zijn, moet het voortdurend schokken en verbijsteren. Zodra we gewend zijn aan een bepaald niveau van geweld, is er weer een nieuwe verschrikking nodig om ons gevoel een schok te bezorgen. Het was lange tijd voor terroristen voldoende om een vliegtuig te kapen om internationaal aandacht te krijgen; toen werd het noodzakelijk, een paar gijzelaars te doden; in de toekomst zal meer geweld noodzakelijk zijn.’ Alleen als er een grote klap zou worden uitgedeeld, gevolg door een ‘succesvolle oorlog tegen het terrorisme, … niet alleen maar lukrake antwoorden op indiiduele terreurdaden’, zouden de VS in staat zijn met ‘twee of drie’ andere landen een ‘bondgenootschap tegen het terrorisme te vormen’ die de daders ‘geloofwaardig zou kunnen bedreigen en … de neutrale staten zou kunnen dwingen hun neutraliteit te laten varen’.

Op de conferentie in Jeruzalem vijf jaar daarvoor had ook Bush Sr. gepleit voor een ‘drastische chirurgische ingreep’, maar hij had zich nog wel afgevraagd of het liberale geweten van de ‘open maatschappij’ de noodzakelijke versterking van de staat niet in de weg zou staan. Netanyahu kon dit bezwaar in 1984 pareren door erop te wijzen dat als de klap maar groot genoeg zou zijn, de burgers in de democratieën, in angst opeen gedreven, zichzelf zouden gaan beschouwen als ‘soldaten in een gemeenschappelijke strijd’ en bereid zouden zijn offers te brengen en pijn te lijden.

De internationale politiek wordt niet alleen door de VS en Israël gedicteerd, ook niet in het Midden-Oosten. Na de instorting van de Sovjet-Unie moest het anti-terreurverhaal worden herschreven en daarbij waren de ideologen van de Democratische partij zoals Zbigniew Brzezinski en Samuel Huntington, aan het woord. Laatstgenoemde leverde met zijn ‘Clash of Civilizations’ een nieuw script. Daarin wordt de rol van Moskou als sponsor van het Islamitische terrorisme aan China toebedeeld. Dat in beide gevallen deze connectie totaal ongeloofwaardig was en is, is secundair; als de defensieuitgaven maar op peil blijven. Daartoe was binnen een jaar na het strijken van hamer-en-sikkel vlag op het Kremlin door de NeoCons middels de Defence Planning Guidance een nieuwe defensie-strategie aangedragen, die na aanvankelijke aarzeling tot de dag van vandaag de toon heeft gezet. 

In de jaren negentig volgden de voorspellingen van deskundigen in gezaghebbende tijdschriften zoals Foreign Affairs dat er een nieuw Pearl Harbor op handen was, elkaar snel op, waarbij de aanbeveling van de genoemde conferenties om een Oorlog tegen de Terreur af te kondigen voortdurend werden herhaald. De grote klap kwam op 9/11, het vervolg is bekend. Laat ik er voor alle duidelijkheid bij zeggen dat ik niet weet wie de verantwoordelijkheid voor de aanslagen draagt, al zou ik mijn geld niet op Bin Laden zetten en de Amerikanen ook niet, anders hadden ze hem niet ter plaatse geëxecuteerd maar meegenomen voor rechtsvervolging.

Belangrijker is dat de Oorlog tegen de Terreur, die het Midden Oosten en Noord-Afrika in brand heeft gesto
ken, zijn oorsprong heeft in de poging van de Likoed in Israël, de VS dit pad op te sturen om haar politiek in de bezette gebieden rugdekking te verschaffen—en dat daarvoor in Washington ook de bereidheid toe bestond. In de tussentijd is de kolonisering van de Westelijke Jordaanoever zover voortgeschreden dat een ‘Palestijnse staat’ alleen in de ogen van de corrupte Fatah-leiding nog geloofwaardig is. 


Maar als de ‘War on Terror’, zoals het er nu naar uitziet, in een fase van afbouw is aangeland (al was het maar omdat Amerika economisch en politiek aan de grond zit), dan zal dit ook in bredere kring duidelijk worden. Daarom moet Netanyahu, die dit verband als geen ander zal inzien, naar Washington om de zaken recht te zetten.

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

11/9: Afscheid van onschuld

Washington is in oorlog sinds 12 jaar. Volgens deskundigen, zoals Joseph Stiglitz en Linda Bilmes, hebben deze oorlogen het Amerikaanse volk tot dusver ongeveer $ 6 triljoen gekost, genoeg om de gemankeerde sociale zekerheid en Medicare voor decennia te behouden.

Alles wat er te zien is na 12 jaar oorlog, zijn de vetste banksaldi ooit voor de wapenindustrie en een reeks van vernietigde landen met miljoenen doden en ontwrichte mensen, die nog nooit een hand tegen de Verenigde Staten hebben opgeheven.
Wij leven in een wereld die in het teken staat van een al vele jaren durende mondiale militaire agenda, waaruit, niets en niemand ontziend, oorlog na oorlog voortvloeit. Oorlogen die slechts dood en verderf zaaien, slechts verliezers kennen en indruisen tegen het internationaal recht en bovendien mijlenver afstaan van het streven van alle volkeren in vrede te willen leven.

Nog ver van een wereld van vreedzame samenwerking, is deze wereld veranderd in een ontmenselijkte wereld, in de ban van onophoudelijke conflicten, onveiligheid, autoritair toezicht, ‘dubbeldenken’ en publieke ‘hersenspoeling’, die beide zo diep zijn ingebed en uitgezaaid door de massamedia.

Er dreigt opnieuw een gruwelijke oorlog ditmaal tegen Syrië uit te breken – de gevolgen zijn niet te overzien! – waarin ook ons land opnieuw kan worden betrokken. Een oorlog tegen mensen die wij totaal niet kennen.

Is de vraag gerechtvaardigd dat een langer lijdzaam toezien en afwachten toelaatbaar is? Mogen wij ons nog langer afzijdig houden?

Is onze onverschilligheid, ook voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen inmiddels een normaal verschijnsel? Wanen we ons veiliger door het maar zo te laten en moet het maar door anderen worden opgeknapt? Wat is dat voor een vooruitzicht?
Onze bezorgdheid deed ons besluiten een oproep aan de volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer te sturen. Dat is wel het minste wat je kunt doen. Per slot besliste deze Kamer al eerder over leven en dood.

21 September is door de VN uitgeroepen tot Internationale Dag voor de Vrede om ‘de idealen van vrede te promoten’. Genoeg aanleiding te vragen: stemt dit schrijven u tot nadenken, deelt u onze zorgen en komt ook u tot de conclusie dat een breed verzet nu meer dan ooit noodzakelijk is? Dan kunt ook ú uw steentje bijdragen het gevaar te keren en bijv. uw volksvertegenwoordiger benaderen. Talloos zijn de mogelijkheden om u te uiten. Aan het wereldwijde protest moeten ook wij ons steentje bijdragen.

Kees Mattijsen

GeopolitiekMiddenOosten

Kortzichtigheid of oog voor de realiteit en voor inconsistent beleid?

Hun reactie, bijna drie weken na het verschijnen van het duur hun gewraakte artikel van Hans Wiegel en Stephan de Vries, beginnen Esseline van de Sande en Tineke Bennema met een sneer dat de opiniemakers en politici kennelijk nu pas wakker zijn geworden over Syrië. Mijn ervaring is dat er binnen de politiek en ook binnen de omvangrijke Syrische gemeenschap in Nederland intensief over Syrië werd gediscussieerd, maar dat deze discussies nauwelijks doordrongen bij de media en de publieke opinie. Daar bleef lange tijd het versimpelde beeld bestaan dat de Syrische bevolking massaal in opstand was gekomen tegen een dictator die meedogenloos terugsloeg en daarmee alle krediet verspeelde om nog langer aan de macht te mogen blijven. Dat beeld was al enige tijd aan het kantelen en dankzij vaste columnisten als Rob de Wijk en Hans Wiegel dringt dat nu ook op de opiniepagina’s van de gevestigde kranten door. Mogelijk hangt dit samen met de Egyptische contrarevolutie waarbij het Egyptische leger inmiddels even meedogenloos het verzet van de Egyptische Moslimbroederschap de kop in probeert te drukken. Al eerder was ook langzaam maar zeker het besef doorgedrongen dat de Syrische oppositie door streng islamitische groepen werd gedomineerd en de opstand weinig meer met het streven naar vrijheid en democratie te maken had. 

Het grootste verschil tussen de situaties in Egypte en Syrië is op dit moment eigenlijk hoe het Westen en haar Arabische bondgenoten hierop reageert. Inzake Egypte worden grote zorgen geuit over het geweld en worden door Europa toegezegde hulpgelden bevroren, waar de Verenigde Staten hun steun aan het leger gewoon voortzetten en de Golfstaten (met uitzondering van Qatar) zelfs met extra financiële middelen over de brug komen. De door het leger gepleegde staatsgreep wordt niet echt veroordeeld en het lijkt wel alsof er algemene opluchting is dat de Moslimbroederschap in Egypte het veld heeft moeten ruimen. Verwacht mag worden dat de verhoudingen met het Egyptisch leger en de Egyptische regering binnenkort genormaliseerd zullen worden, zoals ze dat inmiddels ook zijn met de regering van Algerije die daar in feite aan de macht is dankzij het ingrijpen van het Algerijnse leger tegen de islamitische partijen die daar in 1991 de democratische verkiezingen dreigden te winnen en dat ontaarde in een tien jaar lange burgeroorlog met volgens schattingen tenminste 150.000 doden. Juist afgelopen week schreef de Nederlandse regering aan de Kamer dat ze een exportvergunning af heeft gegeven voor de levering door het Hengelose defensiebedrijf Thales van radarapparatuur ter waarde van 21 miljoen euro aan de Algerijnse marine. Dit ondanks het feit dat de regering toe moet geven dat de Algerijnse regering allerlei repressieve maatregelen in stand houdt tegen islamitische en terroristische groepen in eigen land. Misschien is het feit dat de radarapparatuur wordt geplaatst op marineschepen die door China worden gebouwd wel een voorbeeld van het door Wiegel genoemde Nederlandse belang om ook inzake Syrië meer samen op te trekken met Rusland en China.

Waar Nederland inmiddels dus weer zaken kan doen met Algerije en naar verwachting binnenkort ook met Egypte, zal de Syrische regering volgens Van de Sande en Bennema een paria blijven. Vreemd genoeg wijzen ze zelf in hun artikel op de discrepantie die in deze benadering zit, zij het dan niet in relatie tot Egypte en Algerije maar tot Israël. Ze geven aan dat Nederland enkele jaren geleden als enige EU-lidstaat dwarslag bij het sluiten van een associatieverdrag met Syrië hetgeen betekende dat de 20 miljoen Syriërs verstoken bleven van samenwerking op het gebied van economische ontwikkeling en democratisering, maar verbazen zich er vervolgens over dat Israël wel gewoon in het stelsel van associatieverdragen is opgenomen, ondanks de talrijke mensenschendingen die dat land pleegt. Ook de meeste andere partnerlanden in het stelsel van associatieverdragen worden, zo erkennen Van de Sande en Bennema, geregeerd door corrupte regiems die mensenrechten aan hun laars lappen en de eigen bevolking onderdrukken. De reden om in tegenstelling tot al die andere regiems de Syrische regering niet te steunen is dan volgens hen de realiteitszin dat Assad op termijn toch het veld zal ruimen. Misschien niet binnen nu en een jaar, maar wel over een aantal jaren. Het Nederlandse beleid zou erop gericht moeten zijn dat in Syrië ruimte komt voor een coalitie van etnische en religieuze groepen die elkaar in balans houden. En dan vervolgen ze met een verwijzing naar de mislukte samenwerking van de Syrische oppositie waaruit zou moeten blijken dat de alleenheerschappij van de alawieten onmogelijk zal zijn.

Over welke realiteit hebben we het hier nu? Waar de Syrische regering de laatste tijd weer volop het initiatief aan zich heeft getrokken en vriend en vijand veel voorzichtiger zijn geworden met het voorspellen van de uiteindelijke val van het regiem, menen Van de Sande en Bennema zonder verdere onderbouwing dat dit laatste toch het meest waarschijnlijke is. Waar de mislukte samenwerking van de Syrische oppositie eerder laat zien dat juist deze nauwelijks in staat zal zijn om een regering op basis van een evenwichtige coalitie van etnische en religieuze groepen te vormen, vestigen Van de Sande en Bennema toch juist hierop hun hoop voor het nieuwe Syrië. En waar de huidige regering van Syrië wordt gevormd door alawieten, christenen, seculieren, gematigde  soennitischemoslims en druzen, spreken Van de Sande en Bennema in dit verband van een alawitische alleenheerschappij die in Syrië nooit bestaan heeft, nooit zal kunnen bestaan en ook door niemand zal worden nagestreefd. Volgens ons is de realiteit achter de totaal andere benadering die Syrië ten deel valt ten opzichte van de andere landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika dat Syrië als enig overgebleven bondgenoot van Rusland en Iran in deze regio geldt en dat het Westen deze situatie om geopolitieke redenen en ten koste van de Syrische burgerbevolking wil beëindigen.

Als samenwerkingsverband “Oorlog is geen Oplossing” onderschrijven we, al langer, het pleidooi van Van de Sande en Bennema om via een wapenstilstand en onderhandelingen met alle betrokkenen tot een oplossing te komen voor de huidige strijd in Syrië waarbij ook de verschillende belangen van het Westen, Rusland, Iran en de Golfstaten op tafel komen te liggen. Maar de eis of verwachting dat Assad daarbij sowieso het veld zal moeten ruimen getuigt zeker in de huidige situatie niet van de door hen geclaimde realiteitszin en kan hooguit een uitkomst van de onderhandelingen zijn; niet een voorwaarde vooraf.

Jan Schaake
GeopolitiekMiddenOosten

De omwenteling in Egypte, en de gevolgen voor de oorlog in Syrië

In onze media wordt uitvoerig bericht over de recente stormachtige ontwikkelingen in Egypte maar er is nauwelijks aandacht voor de daarmee gepaard gaande stormachtige ontwikkelingen in Syrië en andere landen in de regio.
De strijd voor of tegen de Moslim Broederschap (MB) speelt in de hele Arabische regio. Met name de dictatoriale heersers in deze landen zien de MB vanouds als de belangrijkste bedreiging voor hun heerschappij. De machthebbers in Saudi Arabië en de Golfstaten vrezen dat als de opmars van de MB in het Midden-Oosten niet wordt gestopt geen van de monarchieën in de Golf-regio zal overleven.




Daarom werd de coup in Egypte, waarbij MB werd afgezet, door deze regimes toegejuicht. In de media wordt zelfs gesuggereerd dat Saudi Arabië een belangrijke rol speelde het afzetten van de MB in Egypte. Naast Saudi-Arabië en de Golfstaten behoort ook het koninkrijk Jordanië bij dit blok van actieve tegenstanders van de MB.

 
Een uitzondering vormt het kleine maar steenrijke Qatar; dat voerde de afgelopen jaren juist een krachtig pro-MB beleid. Dat kwam vooral tot uiting in het beleid van Qatar tegenover de oorlog in Syrië. Qatar en Saudi Arabië zijn de enige landen die het gewelddadige verzet in Syrië op grote schaal met geld en wapens steunen. Maar binnen de organisatie van het gewelddadige Syrische verzet stonden Qatar en Saudi Arabië tegenover elkaar. Qatar steunde namelijk binnen dat verzet de fractie van de Syrische MB, Saudi Arabië deed juist alles om te voorkomen dat de MB in Syrië aan de macht zal komen; het steunt de salafisten en Al Qaeda-achtige stromingen in het Syrisch verzet met geld en wapens.
Mede door deze tegenstelling is de in Kairo gevestigde organisatie van het gewelddadige Syrische verzet al sinds de oprichting twee jaar geleden totaal verlamd. Tot voor enkele maanden had de door Qatar gesteunde MB-fractie in de Syrische verzetsorganisatie een kleine meerderheid in het bestuur, maar in juni slaagde Saudi Arabië (met steun van Washington en de Europese landen?) er in de leiding van de organisatie over te nemen. Er kwam op 6 juli een (voorlopig?) eind aan de strijd toen Ahmed Assi al-Jarba tot nieuwe voorzitter werd gekozen.
 
De strijd tussen de twee hoofdstromen binnen het Syrische geweldadige verzet wordt niet alleen aan de conferentietafel uitgevochten; in de oorlogszones in Syrië vinden steeds meer bloedige gevechten plaats tussen de Syrische MB en de salafisten/Al Qaeda.

Begin juli volgde een tweede, veel belangrijkere doorbraak die in de westerse media geen aandacht kreeg: Qatar maakte plotseling een einde aan zijn steun met geld en wapens aan de MB-vleugel binnen het gewelddadige Syrische verzet. Dit kwam voor het eerst naar buiten toen op 2 juli het kantoor van de MB in Qatar op last van de emir werd gesloten. Tegelijk kregen de spirituele leider van MB, al-Qaradawi, en Hamas-leider Meshaal 48 uur om het land te verlaten. (Hamas is de Palestijnse MB-organisatie die ook op grote schaal door Qatar werd gesteund.) .
 
Er worden twee redenen genoemd voor deze doorbraak. Qatar had miljarden uitgegeven om het MB-bewind in Egypte te steunen; dat geld was nu waarschijnlijk verloren. Mogelijk is deze plotselinge ommekeer van Qatar ook een gevolg is van het feit dat de Amerikaanse regering besloot de MB-regering in Egypte te laten vallen en vreesde Qatar om zonder rugdekking van Washington helemaal alleen te komen staan in haar voorliefde voor de MB.

Volgens Zayd Alisa heeft pressie vanuit de Verenigde Staten gezorgd voor een verschuiving van de buitenlandse politieke van Qatar in de richting van die van Saudi’s en moet de plotselinge machtsoverdracht in Qatar ook in dat licht gezien worden. Terwijl de monarchen in de Golf-regio meestal tot hoge leeftijd doorregeren werd de macht in Qatar op 26 juni door de 60-jarige emir Hamad bin Khalifa (61 jaar) plotseling overgedragen aan zijn 30-jarige zoon Tamin bin Hamad. Over de achtergrond van deze plotselinge vergaande stap werd niets bekend gemaakt. Opvallend is dat tegelijk het hoofd van de regering en het hoofd van de staatsbank die de projecten in het buitenland financierde werden ontslagen.
 
Het feit dat niet alleen Saudi Arabië maar nu ook Qatar de Syrische MB hebben laten vallen zal er toe leiden dat een groot deel van het gewapende anti-Assad verzet geen of zeer weinig buitenlandse steun meer krijgt. Deze verzwakking van het verzet zal waarschijnlijk de opmars van het leger van Assad bespoedigen.
 
Turkije, naast Saudi Arabië en Qatar het derde land in de regio dat als doorvoerland van groot belang is voor de Syrische gewelddadige oppositie, komt door de gewijzigde opstelling van Qatar in een moeilijke positie. De MB-regering in Turkije steunde altijd het MB-smaldeel binnen de Syrische oppositie. Zal Turkije als belangrijk doorvoerland nog meewerken als de buitenlandse wapenleveranties en financiële steun zich nog uitsluitend op de Al Qaeda organisaties in Syrië richten?
 
De Amerikaanse regering komt door deze ontwikkeling met haar Syrië-beleid in een onmogelijke positie terecht. Als de Syrische MB door het wegvallen van de buitenlandse steun grotendeels wordt uitgeschakeld wordt de d
oor Washington gesteunde oorlog tegen Assad steeds meer een strijd van (gedeeltelijk buitenlandse) Al-Qaeda strijders. Hoe kan Washington in landen als Jemen, Pakistan en Somalië Al Qaeda met geweld bestrijden en tegelijk bondgenoot van Al Qaeda in Syrië zijn ? Nu al is het pijnlijk voor Washington dat ze moet toegeven dat het leger van Assad de enige strijdmacht is die Al Qaeda in Syrië effectief bestrijdt.
 
Sietse Bosgra
GeopolitiekMiddenOosten

Welk belang dient de voortgaande steun aan de Syrische oppositie eigenlijk nog?

Bij veel politieke partijen die de eerste democratische verkiezingen winnen na een lange periode van autoritair dictatoriaal bestuur, zie je een houding van “en nu zijn wij aan de beurt”. Met name als juist deze partij en haar politieke ideologie door het voorafgaande bewind alle politieke invloed werd ontzegd. Als reactie op de wijze waarop zij jarenlang buiten de macht zijn gehouden, zijn ze er nu op gebrand alle macht aan zich te trekken waarbij zij zich niets aantrekken van de veelal substantiële groep kiezers die haar stem aan een andere politieke partij heeft gegeven of zelfs aan haar eigen kiezers die met hun stem niet de ene alleenheerschappij door een andere wilden vervangen. Dit “winner takes all” principe kan vooral werken in presidentiële republieken naar Amerikaans of Frans voorbeeld waar een zelfs maar met een miniem verschil verkozen president enorme macht kan laten gelden of bij een districtenstelsel waarbij in etnisch of religieus verdeelde landen de macht volgens deze scheidslijnen wordt verdeeld en geen ruimte is voor etnische of religieuze minderheden; deze zelfs, door een doelbewust trekken van de districtsgrenzen, van een hen toekomende vertegenwoordiging worden uitgesloten. Presidentiële democratieën en districtenstelsels zijn kenmerkend voor de democratie-modellen van de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië; de landen die in het verleden en ook nu hun idee van democratie aan andere landen hebben willen opleggen en waarin begrippen als “coalitievorming”, “overlegmodellen”, “rekening houden met minderheden” niet op een vanzelfsprekende wijze aan bod kwamen.


Na decennialang buiten de macht in Irak te zijn gehouden, kwamen de Koerdische en sji’itische partijen na hun overwinning van de eerste verkiezingen na de Amerikaans-Britse invasie van 2003 een machtsdeling overeen die bovendien tot een feitelijke opdeling van het land leidde en waarbij de Arabisch-soennitische minderheid die tot dan toe in het centrum van de macht zat het nakijken heeft. In Egypte won de Moslimbroederschap de eerste verkiezingen na de val van Moebarak die, net als zijn voorgangers, juist deze Moslimbroederschap decennialang buiten de macht heeft gehouden. De nieuwe president Morsi gebruikte zijn positie om de nieuwe rol van de Moslimbroederschap in de nieuwe grondwet en ook in de feitelijke machtsposities voor de langere duur te bestendigen en feitelijk zijn politieke tegenstanders van de macht uit te sluiten. Dit leidde niet alleen tot kritiek van deze politieke tegenstanders, maar ook van een deel van zijn eigen kiezers en van zijn, nog islamistischer coalitiepartner. Grote volksopstanden tegen dit democratische gelegitimeerde machtsmisbruik waren het gevolg en onder herhaling van de ook in 2011 gebruikte propaganda-slogan “het volk en het leger zijn één” bracht het Egyptische leger president Morsi ten val en presenteerde zichzelf als redder van de democratie. Demonstraties van Morsi-aanhangers werden met geweld en ten koste dodelijke slachtoffers door het leger de kop ingedrukt. Westerse politici uitten hun zorgen, maar willen ons toch laten geloven dat dit militaire ingrijpen een volgende stap op weg naar democratie is en niet een stap terug.

Het Turkse leger had decennialang dezelfde taakopvatting die zelfs was vastgelegd in de Turkse grondwet: het waarborgen van het seculiere karakter van de Turkse staat en het buiten de macht houden van religieuze partijen. Wijs geworden door ervaringen van eerdere islamistische partijen, pakte de in 2002 gekozen president Erdogan het aanvankelijk voorzichtig aan, maar na zijn derde verkiezingsoverwinning op rij raakte ook hij overmoedig en liet hij zich steeds minder gelegen liggen aan andere politiek-maatschappelijke opvattingen. Massale protesten waarvan die op het Taksimplein het meest tot de verbeelding spreken maar die nog steeds in het hele land plaatsvinden zijn het gevolg. Voor zover bekend hebben de opstandelingen de steun van het Turkse leger niet ingeroepen. Met een overkill aan geweld heeft Erdogan herhaaldelijk de opstanden de kop ingedrukt waarbij dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Westerse politici uitten hun zorgen, maar steunden uiteindelijk het optreden van Erdogan. Ondanks aandringen van een groot deel van de Tweede Kamer gaf minister Timmermans, toen hij juist kort na het neerslaan van de protesten op het Taksimplein in Turkije was, de voorkeur aan ondersteunende bezoeken aan de Nederlandse Patrioteenheden bij Adana en aan een kamp voor Syrische vluchtelingen boven een kritisch onderhoud met zijn Turkse collega over de wijze waarop de protesten waren neergeslagen. Na terugkeer in Nederland sprak Timmermans zelfs nogmaals zijn grote waardering uit voor de politiek die de Turkse regering ten aanzien van Syrië voerde.

De Turkse Syrië-politiek bestaat sinds het begin van de Arabische Lente uit het ondersteunen van de Syrische oppositie, waarbij zij zich niet, zoals de meeste Westerse regeringen, tot een ondersteuning in woorden beperkt. Turkije geeft niet alleen ruimte aan de politieke organisatie van de Syrische oppositie maar ook aan de leiding van het Vrije Syrische Leger (dat zijn hoofdkwartier in het vroeger tot Syrië behorende Antakya had), aan trainingskampen en aan de doorvoer van wapens en rekruten aan het Vrije Syrische Leger en andere strijdende partijen terwijl het zich actief teweer stelt tegen de eigenzinnige koers van de Koerden in het noordoosten van Syrië. In de rest van het Midden-Oosten heeft de Turkse regering van Erdogan er geen geheim van gemaakt erg ingenomen te zijn met het aan de macht komen van regeringen die verwant zijn aan zijn AKP, zoals Hamas in Gaza en de Moslimbroederschap in Egypte, en ook in Syrië heeft Turkije er minder moeite mee dan de meeste Westerse regeringen dat de Syrische Oppositie Coalitie door de Moslimbroederschap wordt gedomineerd. Het lijkt er inmiddels zelfs op dat de Westerse regeringen mede door de recente gebeurtenissen in Egypte argwanender tegenover deze Syrische oppositie zijn komen te staan. Na een langdurige en hoogoplopende politieke strijd om wapens aan de Syrische oppositie te mogen leveren, zijn de Amerikaanse, Britse en Franse regeringen daar inmiddels op terug gekomen. Publicist en jarenlang pleitbezorger van de Syrisch oppositi
e, Maarten Zeegers,
gaf vorige maand in Nieuwsuur samen met zijn Syrische vrouw aan dat de Syrische opstand voor vrijheid en democratie inmiddels is gekidnapt door islamisten en onze steun niet langer verdient.

In de NRC van 29 juli jl. verwoordt het voormalige kopstuk van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, Hans Wiegel, de door al deze ontwikkelingen logische gedachte dat het misschien beter is om de regering Assad te steunen tegen een verdeelde Syrische oppositie waarbinnen radicaal-islamitische groeperingen bovendien steeds meer de overhand krijgen. Hij geeft toe: “een ideale optie is dat [= het steunen van Assad] evenmin, maar wel één die een grotere kans biedt op het behartigen van westerse geopolitieke belangen. Het Westen heeft namelijk vooral baat bij stabiliteit in het Midden-Oosten; een uitkomst die een stuk waarschijnlijker is als Assad in het zadel blijft dan wanneer onderling verdeelde extremisten de overhand krijgen. Dat hebben ontwikkelingen in Libië en Egypte inmiddels wel duidelijk gemaakt.” Bovendien, zo schrijven Wiegel en zijn co-auteur Stephan de Vries, medewerker van het Wetenschappelijk Bureau van de VVD, zou een keuze voor Assad ook tot een normalisering van de betrekkingen met Rusland en China kunnen leiden en zelfs tot een opening in het geschil met Iran. Al eerder, aan de vooravond van de Arabische Lente, publiceerde Stephan de Vries een artikel over Iran en de spanning tussen de Westerse steun aan de Iraanse democratiseringsbeweging en het behartigen van haar eigen, geopolitieke belangen. Voor een volkspartij voor vrijheid en democratie moet het streven van anderen voor vrijheid en democratie natuurlijk wel in “ons” eigen belang blijven. Nu de strijd in Syrië evenwel niets meer met vrijheid en democratie te maken heeft, stellen Wiegel en De Vries vanuit deze nuchtere overweging echter wel terecht de vraag aan de orde welk Westers belang eigenlijk gediend is met een voortgaande steun aan de gewapende Syrische oppositie en de daardoor verder oplopende spanningen in en rond het Midden-Oosten.

Jan Schaake

GeopolitiekMiddenOosten

Amerika en Rusland op één lijn in het Midden-Oosten?

Donderdag 11 juli werd Kamal Hamami, een van de commandanten van het Vrije Syrische Leger, bij Latakia samen met zijn broer in Noordwest Syrië gedood. Niet door het regeringsleger maar door strijders van het al-Noesra front. Het incident onderstreept nog eens de verdeeldheid van de opstand in Syrië nu de regeringstroepen daar militair de overhand hebben gekregen. 

Juist nu zijn er aanwijzingen dat de Verenigde Staten en Rusland het eens zijn geworden over het stoppen van de jihadisten en de opmars van het Moslim-fundamentalisme in het Midden-Oosten. Voor de VS zou dit een grote ommezwaai betekenen. Het lijkt erop dat de Moslim Broederschap en haar belangrijkste steunpilaren, Turkije en Qatar, daarbij de grote verliezers zijn. Zoals in een eerdere blog al werd aangegeven, was er een groeiende frictie tussen deze landen en Saoedi-Arabië over steun aan de opstandelingen in Syrië. De coup in Egypte heeft de Moslim Broederschap en een deel van de Syrische opstand een zware slag toegebracht. Daar is door de VS een streep getrokken die mogelijk grote gevolgen in het Midden-Oosten gaat krijgen—in Egypte natuurlijk, maar ook in Syrië. 

 

Een van de eerste daden van de militaire machthebbers in Cairo was het uitwijzen van Al Jazeera, het Qatari tv-station. Dat heeft bij Al Jazeera de remmen losgegooid, want nu komt het station met

onthullingen over de financiering van de oppositie tegen Morsi. Het Amerikaanse State Department heeft volgens deze berichten een grootschalig programma opgezet om het in de ‘Arabische lente’ verloren terrein terug te winnen. Al Jazeera geeft als voorbeeld kolonel Omar Afifi Soliman, voormalig lid van een elite-eenheid van de Egyptische politie, die al tijdens Mubarak voor de Amerikanen werkte, daarna tegen het militaire overgangsbewind, en meer recent tegen Morsi campagne voerde. Soliman heeft vluchtelingenstatus in de VS; in Egypte werd hij bij verstek tot 5 jaar veroordeeld wegens aanzetten tot geweld. Documenten tonen aan dat zijn organisatie Hukuk al-Nas (de rechten van het volk), in de staat Virginia, tienduizenden dollars ontving van de National Endowment for Democracy, de organisatie die werd opgericht ten tijde van Reagan om onwelgevallige dictators ten val te brengen. Daarnaast werkten de Amerikanen nauw samen met de Egyptische militairen, een samenwerking die zoals eerder bericht, in een stroomversnelling kwam toen Morsi zijn steun gaf aan oproepen om de jihad in Syrië vanuit Egypte te steunen.

De Indiase diplomaat M. K. Bhadrakumar, die regelmatig analyses schrijft voor Asia Times online, meent dat het bezoek van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Kerry aan Saoedi-Arabië op 25 juni jl. wel eens het beslissende moment kan zijn geweest in het ontwikkelen van de nieuwe politiek die de VS, Rusland, Israël en Saoedi-Arabië op één lijn heeft gebracht—ten koste van Turkije en Qatar. Na de coup of 2 juli was Saoedi-Arabië het eerste land dat de Egyptische militairen feliciteerde en direct over de brug kwam (samen met de Verenigde Arabische Emiraten) met een lening van 8 miljard dollar. Washington gaat intussen door met het leveren van wapens aan Egypte, hoewel een militaire coup daar strikt genomen een streep door zou moeten trekken. 

Een andere onverwachte gelukwens voor de generaals in Cairo was afkomstig van de Syrische president Assad. Om zijn felicitaties te onderstrepen verving Assad de complete top van de Baath-partij, zestien topfiguren die hun functies sinds 2005 hadden bekleed maar die nu het verwijt krijgen, fouten te hebben gemaakt. Een nieuwe, jongere generatie leiders neemt hun plaats in, o.a. Jihad al-Laham (voorzitter van het parlement) en Wael al-Halqi (premier). Assad wil daarmee tegemoet komen aan kritiek van de bevolking, maar bereidt zich ook voor (aldus nog steeds Bhadrakumar) op de onderhandelingen die langzaam maar zeker onvermijdelijk worden. Want het regeringsleger mag dan successen hebben geboekt, het heroveren van heel Syrië is onwaarschijnlijk, daarvoor zijn de wonden die zijn geslagen door de burgeroorlog en de wreedheden over en weer, te diep. 

Ook de leiding van de Syrische Nationale Raad, het overkoepelend orgaan van de opstand, is vervangen: Ghassan Hitto, de Amerikaanse staatsburger die met steun van Washington, Qatar en Turkije aan het hoofd was geplaatst, is als ‘premier’ vervangen door Ahmad Jarba. Jarba heeft de steun van Saoedi-Arabië en de VS, en is geneigd de seculiere staat te aanvaarden. 

Andere tekenen dat zich een nieuw blok heeft gevormd in de aanloop naar de Egyptische coup, zijn de overeenkomst tussen Israël en Rusland om Russische blauwhelmen de plaats te laten innemen van de Oostenrijkers die uit protest tegen het EU-besluit om de Syrische opstand te gaan bewapenen, van de Golan-hoogte zijn teruggetrokken; en het feit dat dit in een Saoedische krant werd gerapporteerd. De Ramadan-boodschap van de Saoedische koning en kroonprins benadrukte voorts dat de godsdienst niet door extremisten mag worden geëxploiteerd en dat het land de Islam zal blijven verdedigen uitgaande van ‘een gematigde, op het midden gerichte benadering’. Even daargelaten of een buitenstaander de politiek van deze middeleeuwse, feodale monarchie ook zo zou karakteriseren, een opmerkelijke uitspraak in het licht van de omstandigheden.

Eén zwaluw maakt nog geen zomer en de strijd in het Midden-Oosten heeft zoveel facetten dat zelfs een zo machtig blok als de VS, Rusland, Israël en Saoedi-Arabië de zaken niet naar zijn
hand zal kunnen zetten. Hoe Saoedi-Arabië zal reageren op de toenadering door de nieuw-verkozen Iraanse president Hassan Rouhani, is nog onduidelijk. Maar het lijkt er nu toch heel sterk op dat de romance tussen Washington en de jihadisten aan het bekoelen is, in ieder geval voor zover het de strijd in Syrië betreft.

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

De coup in Egypte en de strijd in Syrië

Waarom heeft de Egyptische legerleiding op de avond van 3 juli jl. een eind gemaakt aan het presidentschap van Mohammed Morsi? Morsi’s Moslim Broederschap had met een krappe meerderheid de presidentsverkiezingen gewonnen, maar heeft aan de diepe economische crisis die als de belangrijkste oorzaak van de ‘Arabische lente’ mag worden beschouwd, geen eind kunnen maken, integendeel. 

 
Dus was de opstand weer opgelaaid, en net als de vorige keer tegen Mubarak, heeft het leger ingegrepen voordat deze opstand in een sociale revolutie of burgeroorlog kon ontaarden. In de massabeweging tegen Mubarak hield het Pentagon, dat al decennia lang het Egyptische leger subsidieert met zo’n 1.3 miljard dollar per jaar, de vinger aan de pols zonder de zaak echt in de hand te hebben. Deze keer hebben de pro-Amerikaanse militairen ongetwijfeld hun partners in Washington geraadpleegd alvorens in te grijpen. Vandaar dat Obama niet spreekt van een ‘coup’, omdat dat tot opschorting van de Amerikaanse steun zou moeten leiden.

Maar de directe aanleiding was Morsi’s steun aan de opstand in Syrië—en die wordt door de VS en haar NAVO-bondgenoten in de EU gesteund, dus hier lopen de belangen de militairen in Egypte en die van het Westen uiteen.

De aanhoudende demonstraties in Egypte tegen Morsi waren net als die in Turkije een uiting van verzet tegen de aantasting van de seculiere staat door een Moslim-regering met autoritaire trekken. Zowel de Moslim Broederschap als de AKP hebben echter een brede eigen basis in de maatschappij, maar waar Erdogan het leger onder controle heeft kunnen brengen, is Morsi daar niet ingeslaagd en daarom zit hij nu met de leiding van de Broederschap gevangen en wordt zijn aanhang met geweld onderdrukt. 

Morsi begon na zijn verkiezing als president met een onafhankelijke buitenlandse politiek die in zowel de VS als de EU met argusogen werd gevolgd. In augustus vorig jaar reisde de Egyptische president naar Teheran om er een vier-mogendhedenplan voor Syrië te bepleiten. Egypte zou samen met Turkije en Saoedi-Arabië een oplossing voor het conflict moeten zoeken. De Saoedis waren echter niet geïnteresseerd, en noch Riyadh noch Qatar, de belangrijkste financiers van de Moslim Broederschap in Egypte (en ook van de opstand in Syrië), wilden van enige toenadering tot Iran weten.



Daarom liet Morsi dit plan los en schrapte hij de afspraak voor een directe vliegverbinding met Teheran en een versoepeling van de visumplicht voor Iraanse toeristen. In plaats daarvan schoof de Egyptische president op in de richting van steun aan de Syrische opstand, en sloot hij een maand geleden de Syrische ambassade in Cairo. Een en ander beloond met een nieuwe grote lening van Saoedi Arabië waarmee Egypte het hoofd weer even boven water kon houden.

Volgens de Irish Times was het een massabijeenkomst op 15 juni jl. die voor de legertop de doorslag gaf om in te grijpen. Daar was Morsi, aldus legerbronnen, aanwezig temidden van hard-line Islamisten die opriepen tot een heilige oorlog in Syrië. Soenni leiders gebruikten bij de gelegenheid de term ‘ongelovigen’, niet alleen om de Shias aan te duiden die de Syrische staat verdedigen, maar ook als etiket voor het verzet tegen Morsi in Egypte zelf.  

Morsi riep zelf ook op tot buitenlandse interventie tegen Assad, wat hem op een bedekte terechtwijzing van het leger kwam te staan. Volgens een anonieme officier waren het de Syrië-conferentie en de oproepen tot heilige oorlog tegen ongelovigen, middenin een diepe politieke crisis aan het thuisfront, die de emmer deden overlopen. Oproepen om in Syrië te gaan vechten kan ertoe leiden dat er een nieuwe generatie jihadisten in Eygpte ontstaat. Daarbij moet niet vergeten worden dat Egypte het geboorteland is van al-Qaeda leader Ayman al-Zawahri. De militaire bron van de Irish Times veroordeelde de rol van ‘gepensioneerde terroristen’ in de entourage van Morsi, die zelf de banden met de voorheen gewapende beweging al-Gamaa al-Islamiya strakker had aangehaald. 

Het leger heeft daarnaast, net als lange tijd in Turkije, een enorm economisch imperium, met belangen in de produktie van een breed scala aan goederen, van gebotteld water tot computers. Deze belangen zijn eind 2012 in de nieuwe grondwet vastgelegd. Morsi dacht daarbij de militairen als binnenlandse machtsfactor te hebben geneutraliseeerd; generaal Abdel Fattah al-Sisi, de aanvoerder van de coup, was door de nieuwe president benoemd tot commandant van de Egyptische strijdkrachten toen hij veldmaarschalk Hoessein Tantawi ontsloeg (die twintig jaar lang minister van defensie onder Mubarak was geweest). Maar de militairen vrezen de volledige teloorgang van de Egyptische economie en de terugkeer van het militante fundamentalisme van de jihadisten. Zowel de Obama-regering als Israël vertrouwden Morsi niet vanwege zijn aanvankelijke toenadering tot Iran.Dus hebben deze partijen, het leger voorop, het risico genomen van een Algerijns scenario—in dat land werd het FIS, de Islamitische oppositie tegen het militaire regime, na de gewonnen verkiezingen door een staatsgreep buiten de wet geplaatst. In de daarop volgende burgeroorlog, van 1990 tot ’98, zijn naar schatting 200.000 mensen om het leven gekomen. Met Morsi uitgeschakeld en Erdogan verzwakt, zal er voor de situatie in Syrië veel van afhangen of de Amerikaanse plannen om in augustus vanuit Jordanië een militaire interventie te starten, doorgang vinden. 

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

Verschuivingen binnen de Syrische oppositie

Het westerse beleid ten aanzien van de oorlog in Syrië is vastgelopen. Iedereen is het er over eens dat er zo spoedig mogelijk een eind moet komen aan dit onmenselijke drama. Maar de weg naar onderhandelingen met de regering-Assad over een wapenstilstand en een overgangsregering is mede door onverstandig westers  beleid geblokkeerd.
 

Al twee jaar lang zijn de Amerikanen en hun voornaamste bondgenoten in de regio -Saudi Arabië, Qatar en Turkije- betrokken bij de vorming van een organisatie die het Syrisch verzet moet vertegenwoordigen. Deze “Syrian National Coalition for Revolutionary and Opposition Forces” wordt door het westen en haar Arabische bondgenoten gefinancierd, bewapend en erkend als “de vertegenwoordiger van het Syrische volk”. Maar  deze Coalitie weigert met de regering-Assad te onderhandelen over beëindiging van de strijd. Bovendien heeft de Coalitie geen enkele zeggenschap over de rebellen die in Syrië oorlog voeren. Daardoor zal ze niet kunnen garanderen dat afspraken over een wapenstilstand en over een vredesregeling ook zullen worden nageleefd



Deze leiders zijn vaak ballingen die al tientallen jaren niet meer in Syrië woonden. Deze Coalitie wordt gedeeltelijk geleid door ballingen die in de woorden van Hillary Clinton “vaak al in geen twintig of dertig jaar in Syrië geweest zijn”. Doordat de Coalitie intern verdeeld is verloopt de besluitvorming uiterst moeizaam. De interne verdeeldheid is de laatste maanden nog verder toegenomen doordat Saudi Arabië en Qatar verschillende soennitische stromingen in de Coalitie steunen.


Naast deze door het westen gesteunde buitenlandse Syrische oppositie bestaat er ook een binnenlandse oppositiebeweging die binnen Syrië een moedige strijd tegen de regering-Assad voert maar die door het westen wordt geboycot. Deze beweging stond in maart 2011 aan de wieg van de massale wekelijkse vreedzame demonstraties tegen de regering-Assad waaraan honderdduizenden mensen deelnamen. In alle steden en in veel kleinere plaatsen werden Lokale Coördinatie Comités gevormd.

Maar de massale vreedzame demonstraties gingen eind 2011 ten onder in geweld. Maar de twee toen opgerichte landelijke binnenlandse oppositiebewegingen, het “National Coordination Committee for Democratic Changes in Syria” (NCC) en het samenwerkingsverband “Local Coordinating Committees of Syria” (LCC) zetten de strijd tegen de regering-Assad voort. Het gebruik van geweld wordt door hen op praktische en ethische gronden afgewezen.


Deze organisaties bouwen voort op een lange traditie van geweldloos verzet tegen Assad door mensenrechten activisten, hoogleraren, juristen etc, moedige mensen die vaak werden gestraft met een jarenlang verblijf in Assad’s gevangenissen. Toen de huidige president Assad in 2000 na het overlijden van zijn vader aan de macht kwam publiceerden 99 oppositieleiders een verklaring waarin een groot aantal hervormingen werden geëist.  Assad reageerde door 600 politieke gevangenen vrij te laten en een gevangenis voor politieke gevangenen te sluiten. Maar in februari 2002 volgden de arrestaties. Zowel in 2005 als in 2007 werden opnieuw soortgelijke oproepen aan de regering gericht en opnieuw verdwenen de belangrijkste ondertekenaars voor jaren in de gevangenis.

Vorig jaar september organiseerden de beide oppositiebewegingen NCC en LCC in de Syrische hoofdstad Damascus een congres waar 300 afgevaardigden van vijftien politieke partijen en acht burgerrechten bewegingen in de slotverklaring opnieuw het onmiddellijke aftreden van Assad eisten. Door de aanwezigheid van de ambassadeurs van Rusland. China, Iran en andere Arabische landen werd voorkomen dat Assad de bijeenkomst zou verstoren.

Ondertussen zijn de internationale pogingen om Assad met geweld te verdrijven vastgelopen. Het militaire offensief heeft wel tot grote verwoestingen en een groot aantal burgerslachtoffers geleid maar niet tot enig uitzicht op de verdrijving van Assad.  Dit zal ongetwijfeld leiden tot verminderd enthousiasme bij de bevolking voor de door het westen gesteunde gewelddadige buitenlandse oppositie en tot een toenemende sympathie voor het binnenlands verzet.

Daarnaast komen steeds meer berichten naar buiten over ernstige misdragingen door het Vrije Syrische Leger tegen de burgerbevolking, zoals diefstal, plundering, afpersing, ontvoeringen, verkrachtingen en moorden. Dit  leger bestaat grotendeels uit lokale groepen die zelfstandig opereren en soms zelfs onderling slaags raken. Vorig jaar verklaarde Abu Ahmed, de commandant van de grootste militaire eenheid van dit leger in Aleppo, de al-Tawheed Brigade,  tegenover persbureau Reuters dat door plunderingen en andere misdragingen niets over is van de aanvankelijke  goodwill voor zijn beweging bij de bevolking . Hij schatte dat daardoor 70 % van de inwoners van Aleppo achter president Assad staat. Maar nu zal voor veel mensen de visie van het binnenlands verzet aantrekkelijk zijn, terwijl de streng-islamitische leer van het verzet velen zal afschrikken.

Het is tijd dat het westen zich niet lange
r eenzijdig richt op de in Egypte zetelende buitenlandse oppositie maar ook samenwerking zoekt met het binnenlandse verzet. Het zou funest zijn als bij de geplande onderhandelingen met de regering-Assad in Genève het buitenlands  verzet de oppositie zal vertegenwoordigen terwijl het binnenlands verzet bij de onderhandelingen wordt buitengesloten. In tegenstelling tot de buitenlandse oppositie beschikken de binnenlandse opposanten over de benodigde ervaring en kennis van het regeersysteem om verstandige besluiten te nemen en om te participeren in een overgangsregering. Het zou verstandig zijn als het westen het gesprek aangaat met het binnenlands verzet.


Daarbij is van belang dat de Amerikaanse regering heeft aangegeven dat na de omwenteling zowel het huidige militaire apparaat en de veiligheidsdiensten van Assad als het landelijke en lokale bestuursapparaat in stand moeten blijven. Washington meent dat alleen het Syrische leger de kracht zal hebben om het land bijeen te houden, kan garanderen dat de chemische en andere gevaarlijke wapens niet in verkeerde handen vallen en dat de Al Qaeda groepen worden uitgeschakeld. De mensen die hieraan leiding kunnen geven zullen voornamelijk uit de binnenlandse oppositie en uit de regering moeten komen.

Ook aan de zijde van de regering lijkt er enige beweging. Bij de  verkiezingen van mei 2012 werden verschillende opposanten in het Syrische parlement gekozen. En om de steun onder de bevolking te verbreden werden twee van hen door Assad in zijn regering opgenomen. Ali Haidar,  voorzitter van de Syrische Sociaal Nationalistisch Partij werd minister voor nationale verzoening. Qadri Jamil van het Volksfront voor Nationale Bevrijding werd Plaatsvervangend Minister-President voor Economische Zaken. Beiden reisden in april 2013 naar Moskou om op het hoogste niveau met de Russische regering over het vredesproces te overleggen. Opmerkelijk is ook de positie van Vice-President Farouk al-Sharaa die als gematigd man door de regeringen van Egypte, Turkije,  Saudi-Arabië en Iran werd aanbevolen als voorzitter van een overgangsregering.

Sietse Bosgra
GeopolitiekMiddenOosten

Waarom kan de Syrische oppositie het maar niet eens worden?

Na het onthutsende besluit van de EU om het wapenembargo tegen Syrië op te heffen is de vraag, naar wie deze wapens dan verstuurd gaan worden. De verdeeldheid van de oppositie is inmiddels genoegzaam bekend. Het enige waarover men het in kringen van de rebellen en hun sponsors in het Westen en aan de Perzische Golf eens is dat ‘Assad weg moet’, net zoals ‘Gaddafi weg moest’, ‘Saddam weg moest’, en zo voort. Nog altijd schijnt men in het Westen niet goed te begrijpen dat het veranderen van een regering (iets waarvan je zou denken dat het voorbehouden is aan de eigen bevolking) iets anders is dan het vernietigen van de staat.

 

In Syrië wordt druk gewerkt aan een nieuwe regering, die het naar het zich laat aanzien, zonder staat zal moeten doen—net als in Irak en in Libië. Nadat eerst de Syrische National Raad (SNC) de weg vrijgemaakt had voor een nieuwe koepel met de dezelfde afkorting, de Syrische Nationale Coalitie, lijkt ook deze op weg naar de uitgang. 



Vier gewapende groepen hebben al een gezamenlijke
verklaring uitgegeven waarin ze zich beklagen over het feit dat de SNC geen voeling heeft met de strijdgroepen en in toenemende mate in de greep van buitenlandse krachten raken, m.n. Saoedi-Arabië en Qatar. 

Daarbij mag nu ook de EU gerekend worden, die immers door het besluit het wapenembargo op te heffen, een premie zet op niet-onderhandelen en doorvechten. Al eerder was door het vertrek van Moaz al-Khatib, de oppositieleider die tot onderhandelingen bereid was en zijn vervanging door een Amerikaans staatsburger, Gassan Hitto, een belangrijke blokkade tegen onderhandelingen opgeworpen. De EU heeft het kennelijk te druk met het redden van de Euro om zich te verdiepen wie ze nu eigenlijk gaan steunen in het rebellenkamp. Maar de belofte dat de wapens (nog meer) eraan komen, dát kon er wel van af. 

Of zou het zo zijn dat zich binnen de EU een strijd afspeelt tussen Engeland en Frankrijk, die hun kaarten hebben gezet op een volledige overname van Syrië, lees vernietiging van de Syrische staat; en Duitsland, met Nederland, Oostenrijk, Luxemburg en andere vazallen in het kielzog, die op opdeling à la Joegoslavië koersen? Dat het conflict binnen de EU langs deze lijnen loopt wordt misschien ook onderstreept door het protest van Oostenrijk, gesteund door Luxemburg, tegen de opheffing van het wapenembargo. Oostenrijk heeft nu aangekondigd zijn aandeel in de VN-macht op de Golan-hoogte terug te trekken.

De verdeeldheid van de oppositie is ook nog eens onderstreept door de aanslag in Reyhanli op 11 mei die 51 doden veroorzaakte. Deze terreurdaad heeft tot nieuwe onthullingen geleid die ook licht werpen op de rol van Turkije samen met Qatar in de Syrische oorlog. Alper Birdal and Yigit Gunay onhullen in hun artikel in de Asia Times Online, mede gebaseerd op speurwerk van een collectief van Turkse hackers (redleaks), dat de Turkse inlichtingendiensten van te voren op de hoogte waren van voorbereidingen door het Syrische Jabhat al-Noesra front om drie bommen op Turks grondgebied tot ontploffing te brengen. 

Aangezien de Turkse pers een verbod kreeg opgelegd om verder over Reyhanli te berichten, kan dit in Turkije zelf, onze trouwe NAVO-bondgenoot die we te hulp moesten snellen met onze Patriots, niet verder worden uitgezocht. En een persverbod leg je, met al meer dan 100 journalisten achter de tralies wegens ‘onjuiste berichtgeving’, niet zomaar naast je neer.

De verdeeldheid van de oppositie, met op de achtergrond strijd tussen Turkije en Qatar aan de ene kant en Saoedi-Arabië en Jordanië aan de andere kant, is ook de achtergrond van het succes van het Syrische regeringsleger in het langzaam maar zeker heroveren van de strategisch belangrijke stad Al-Qusayr, op weg naar Homs. De al-Farouq brigade, een moorddadige organisatie die onlangs het nieuws haalde door een commandant die het hart van een gedode regeringssoldaat opat, is daar van haar aanvoer afgesneden nu Saoedi Arabië wapenzendingen niet langer via Turkije maar via Jordanië stuurt. Dit is niet vanwege afschuw over het kannibalisme van de commandant maar uit ontevredenheid over het feit dat Turkije en Qatar grote voorraden wapens hebben gestuurd naar groepen die met de Moslim Broederschap verbonden zijn, zonder daarbij overleg te voeren met andere rebellengroepen en hun sponsors.


De Saoedis zijn inmiddels zeer verontrust over het feit dat de Broederschap in de landen waar de ‘Arabische lente’ tot politieke veranderingen heeft geleid, de toon aangeeft. De salafisten die door Saoedi Arabië worden gesteund en radicaler zijn, zijn er in de meeste gevallen niet in geslaagd de Broederschap de macht te betwisten. Zowel de Jordaanse koning, de kroonprins van de Verenigde Arabische Emiraten, and de Saoedische minister van buitenlandse zaken hebben onlangs Washington aangedaan om te klagen over het gedrag van Turkije en Qatar.

Birdal en Gunay wijzen in dit verband ook op een zelfmoordaanslag op een konvooi uit Qatar in Mogadishu, de hoofdstad van Somalië, op 5 mei jl. Hoewel de minister van binnenlandse zaken van Qatar op dat moment in Somalië was, ontsnapte hij aan de aanslag; maar volgens bronnen in Libanon kwam het hoofd van de inlichtingendienst van Qatar, Ahmed Nasser bin Qassim al-Thani, bij de aanslag om het leven. In november 2012 had Qassim al-Thani nog samen met de premier van Qatar, Hamad bin Jassim bin Jaber al-Thani, overleg gevoerd met Mossad-chef Tamir Pardo en de Israelische premier Benjamin Netanyahu over een plan om de Syrische president Assad te vermoorden. Daarbij had Netanyahu de eis gesteld dat de Gulf Cooperation Council (GCC), het samenwerkingsverband van Arabische staten aan de Perzische Golf, na het elimineren van Assad Israël zou erkennen.

Of Qassim al-Thani werkelijk gedood is in Somalië is onzeker. Door zijn kaarten op een samenw
erking met Israël te zetten, heeft deze geheime-dienstman echter grote risico’s genomen. Hij was degene die de organisatie had geregeld van het transport naar Syrië van jihadisten uit Jemen die door Amerikaanse Special Forces in Qatar waren getraind. De aanslag in Mogadishu waarbij hij mogelijk omkwam, kan echter gezien de gebruikte middelen alleen het werk zijn geweest van Al Shabaab, verbonden aan al-Qaeda, en daarmee Saoedi-Arabië.

Nu is de situatie in Syrië zo instabiel dat daarmee niet gezegd is dat Turkije en Qatar daarom niet óók al-Noesra zouden steunen, want daarbij spelen ook lokale tactische overwegingen een rol; net zoals Saoedi-Arabië probeert aansluiting bij de Moslim Broederschap te krijgen. Zowel Saoedi-Arabië als Qatar hebben bijeenkomsten van de Broederschap in Syrië (waartoe, ondanks hun verschillen, zowel Al Kahtib als Hitto behoren) georganiseerd om zo greep op de beweging te krijgen/behouden.

Voor de EU is het misschien aardig om te weten dat wapens van de Balkan, waar Kroatië, zolang het nog niet onder het EU wapenembargo viel (omdat het nog geen EU-lid was), de leveranties verzorgde, zowel bij het Vrije Syrische Leger als bij al-Noesra terecht zijn gekomen. Daarnaast is de onderlinge handel in wapens tussen de verschillende rebellengroepen ook heel levendig.

Door zorgvuldig te vergelijken hoe er internationaal (door de VS, door Turkije, enz.) werd gereageerd op aanslagen, interpreteren de schrijvers van het Asia Times artikel de bomaanslagen van Reyhanli, die op de Qataarse delegatie in Somalië, maar ook de aanslag door een Tsjetsjeense Amerikaan in Boston, als ‘waarschuwingen’ aan elkaars adres. Reyhanli zou dan een waarschuwing aan Turkije zijn geweest om zich niet langer zo agressief in de Syrische strijd te mengen—een waarschuwing afkomstig van Saoedi Arabië en/of de Verenigde Staten.

De geplande conferentie in Genève zal hooguit dienen om beide kanten in het Syrische conflict (gesteund door het Westen en de Arabische monarchieën aan de Perzische Golf, respectievelijk Rusland en Iran) de tijd en de gelegenheid te geven hun positie te versterken. In wezen heeft de EU door het opheffen van het wapenembargo iedere andere uitkomst uitgesloten. De conferentie zal ook dienen om binnen het kamp van de oppositie, de macht van Turkije en Qatar te beperken. Zo niet, dan zullen er nieuwe bomaanslagen plaatsvinden om deze boodschap te onderstrepen.

Dat deze analyse hout snijdt blijkt misschien uit het feit dat Turkije op 31 mei is overgegaan tot de arrestatie van 12 al-Noesra terroristen die een aanslag in Adana vlakbij de Syrische grens aan het voorbereiden waren. In Reyhanli was men zover nog niet gegaan.

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

De waarheid over Syrië

Op maandagavond 27 mei 2013 a.s. vindt vanaf 19.30 uur in het verenigingsgebouw van de Samenwerkende Democratische Organisaties (Hoog en Droog 25, te Enschede) een debatavond plaats met:
  • Harry van Bommel (buitenlandwoordvoerder Socialistische Partij)
  • Aziz Beth Aho (Aramese Beweging voor Mensenrechten)
  • Layal Chaker (Syrische, op persoonlijke titel)
  • Sheruan Hassan (Syrisch-Koerdische Democratic Union Party (PYD))
  • Ali Mahmoud (Syriër, op persoonlijke titel)
  • Sanaa Mohammed (Syriërs en Nederlandse vrienden van Syrië)
  • Yvette Shamier (Comité Syrian in Nederland) 

De bijeenkomst wordt georganiseerd door de initiatiefgroep “Oorlog is geen Oplossing” Enschede.

Is er nog hoop voor een seculier Syrië? Syriërs zullen vertellen wat niet of nauwelijks in de Nederlandse media verteld wordt; de andere kant van het verhaal: de kidnapping van honderden hoogopgeleiden, de dagelijkse bedreigingen in en buiten Syrië, de verdrijving van bevolkingsgroepen en vernietiging van hun cultuurgoederen. En het werkelijke verhaal over de oppositie: de snelle overgang naar een gewapende strijd; de economische belangen van bondgenoten van de oppositie in Syrië.

Het uiteindelijk doel is een oplossing voor de oorlog, via een politieke, vreedzame weg; het  implementeren van het 6 puntenplan van VN-onderhandelaar Lakhdar Brahimi.



Foto’s van de bijeenkomst:

op de onderste foto v.l.n.r. Sanaa Mohammed, Layal Chaker, Aziz Beth Aho,
Harry van Bommel, Sanherib Korkis en Ali Mahmoud
GeopolitiekMiddenOosten

Een aanslag op de geplande vredesconferentie over Syrië

Op 7 mei maakten de ministers van buitenlandse zaken van de Verenigde Staten en Rusland, Kerry en Lavrov, bekend eind mei een tweede conferentie over Syrië te houden met het doel, regering en oppositie tot een vergelijk te brengen en het bloedvergieten te stoppen.


Het is niet te gewaagd om deze onverwachte toenadering in verband te brengen met het Israëlische bombardement op Damascus op 5 mei jl., dat door Rusland en China werd veroordeeld en voor Kerry
aanleiding was naar Moskou af te reizen. 

De vrees aan Amerikaanse zijde dat Israël nu gevaar loopt direct in het conflict in Syrië betrokken te raken, is het belangrijkste motief voor het akkoord. Rusland heeft ook sterke banden met Israël, dat een grote immigrantenpopulatie herbergt afkomstig uit de voormalige Soviet-Unie. Er zijn bovendien veel zakelijke connecties—soms van twijfelachtige legaliteit. 

Nóg was de Amerikaanse-Russische overeenstemming echter niet openbaar of de stemmen voor Westerse interventie in Syrië, via directe bewapening van de opstand (tot nu toe gebeurde dat via o.a. Qatar en Kroatië) ofwel door een NAVO-vliegverbod, werden luider. Op 11 mei vond een zware bomaanslag plaats in de Turkse grensplaats Reyhanli, die meer dan 50 doden en honderden gewonden veroorzaakte. 

De Turkse regering was er snel bij om de aanslag op het conto van de Syrische regering te schrijven maar een Turks parlementslid van de oppositiepartij CHP heeft verklaard er de hand van het El-Noesrafront in te zien. Het parlementslid, Mehmet Ediboglu, verklaarde dat de aanslag alle kenmerken vertoonde van een professionele terreuraanslag en dat de aanslag plaatsvond vlakbij een grenspost die door El-Noesra wordt gecontroleerd. Ook het onafhankelijke linkse parlementslid Levent Tüzel verklaarde na een bezoek aan Reyhanli dat de lokale bevolking met de beschuldigende vinger naar het Vrije Syrische Leger wijst. 

Het gebied rond Reyhanli, dat pas vlak voor de Tweede Wereldoorlog bij Turkije is gekomen en daarvoor deel uitmaakte van Syrië, is een miniatuur van Syrië zelf—alle bevolkingsgroepen zijn er vertegenwoordigd en er zijn vanaf het begin steunbetuigingen aan Assad geweest. Kortom, dáár een slachting aanrichten is vanuit oogpunt van Damacus natuurlijk absurd, nog afgezien van het feit dat de regering-Assad geen enkel belang heeft bij het provoceren van Turkije, nadat het net in een staat van verhoogde spanning met Israël is beland.  

De Turkse regering heeft inmiddels negen mensen gearresteerd en een verbod uitgevaardigd op journalistieke onderzoekingen naar de achtergrond. Niets bijzonders in een land waar meer dan 100 journalisten achter de tralies zitten wegens ‘onjuiste berichtgeving’. Intussen wijst Ankara naar een ‘marxistische’ organisatie ‘die banden heeft’ met Syrië en door de geheime dienst van dat land zou zijn opgestart. Nu is niets onmogelijk in de wereld van de ‘covert action’—marginale extreme groepen, links of rechts, zijn altijd en overal mikpunt geweest van manipulatie door geheime diensten of zelfs dissidente groepen daarbinnen. Aangezien er in zo’n schimmig milieu ook nog eens dubbelagenten kunnen opereren, is daar meestal pas tientallen jaren later met enige zekerheid iets over te zeggen.

Maar in deze situatie wijst alles op een provocatie om Turkije zelf, dan wel de NAVO tot actie te bewegen—de Patriots blijken hier immers van geen enkel nut. In ieder geval wordt vanuit Ankara de druk om te interveniëren opgevoerd. Zowel de regering-Erdogan als de opstand is er alles aan gelegen dat het Westen nu snel ingrijpt omdat anders de zwaar verdeelde oppositie en buitenlandse jihadi’s anders wel eens het onderspit tegen het Syrische leger kunnen delven. De conferentie in Genève moet dan snel om zeep worden geholpen.

In deze omstandigheden is het toch wel op zijn minst verbazend dat IKV Pax Christi, in plaats van zich aan te sluiten bij het Amerikaans-Russische plan, voortgaat met zijn campagne om de NAVO ertoe over te halen de vliegvelden van de Syrische luchtmacht te bombarderen. Daartoe heeft IKV Pax op 21 mei een discussiebijeenkomst in Den Haag georganiseerd, waar de Syrische oppositie is uitgenodigd samen met parlementsleden zoals Désirée Bonis van de PvdA die zich al eerder voor NAVO-ingrijpen uitsprak. Nu maar hopen dat de aanwezige parlementariërs van christelijke huize (van links is verder niemand aanwezig) zich er rekenschap van geven zijn dat hun geloofsgenoten onder de verliezers zullen zijn als de Syrische staat instort en Irak en Libië achterna gaat. 

Kees van der Pijl





GeopolitiekMiddenOosten

Blind de volgende oorlog in?

De oproep van IKV Pax Christi om militair in te grijpen in het bloedbad in Syrië doet de vraag rijzen wat nu eigenlijk nog de betekenis is van een ‘vredesbeweging’. In plaats van zich aan te sluiten bij diegenen die stellen dat Syrië aan alles behoefte heeft behalve aan meer geweld, komt IKV Pax met de aankondiging ‘bereid [te] zijn gedurfde stappen te ondernemen, … Bijvoorbeeld door vliegvelden van het regime te vernietigen en vliegtuigen op de grond uit te schakelen’.



Waar is de tijd gebleven dat Mient Jan Faber als IKV-secretaris in Den Haag een mensenmassa toesprak onder de leuze ‘De kernwapens de wereld uit, te beginnen bij Nederland’—of was het kort daarop al aan het verschuiven, toen Faber de kant op werd opgestuurd van ‘De kernwapens de wereld uit, te beginnen bij de Sovjet-Unie’? Ik herinner me nog goed hoe Heldring in zijn column in de NRC met vaderlijke correcties de richting aangaf, met af en toe zelfs een pluim wanneer de IKV-secretaris weer wat was opgeschoven. Want met ‘de mensenrechten’ was het natuurlijk niet goed gesteld in de USSR, en de leiding van de vredesbeweging liet zich langzaam maar zeker meevoeren in de gedachte dat het onze taak is, de rest van de wereld om te bouwen naar het model van de liberale maatschappij in het Westen. Als je eenmaal dat standpunt aanvaardt, is het ook logisch dat ‘wij’ de superieure bewapening hebben. Je zou je toch immers niet willen uitleveren aan ‘regimes’ die niet deugen? Zo doorredenerend kom je dan vanzelf bij ‘gedurfde stappen’ en ‘vliegvelden van het regime vernietigen en vliegtuigen op de grond uitschakelen.’ 

Helaas is ‘het regime’ de instantie die het staatsgezag belichaamt. In dit geval zelfs een van de laatste seculiere staten in de regio, een staat die zijn gezag niet ontleent aan een bepaalde godsdienst (Shia of Soenni Islam), of zoals Israël het exclusieve domein is van één etnische groep, waarin anderen tweederangsburger zijn. Eén ding mag na het drama van de invasie van Irak duidelijk zijn, en dat is dat het staatsgezag in een zeer diverse maatschappij, eenmaal ten val gebracht, niet zo gauw meer terugkomt. Dat de staat overwegend in handen is van een coalitie van bepaalde groepen, zoals in Syrië de (shi’itische) Alawieten en de Soenni-elite doet daar niet aan af; het gaat erom of de staat de verschillende bevolkingsgroepen beschermt, ongeacht hun religieuze of etnische achtergrond.

Zo’n staat hebben is voor de meeste maatschappijen, zeker die in het Midden Oosten, al een hele verworvenheid. Het wordt nog wel eens vergeten dat de moderne natie-staat een Westerse sociale vorm is die elders maar moeizaam gedijt, zo ’t al niet een wangedrocht is dat nooit op eigen benen zal kunnen staan. Vandaar de autoritaire of zelfs dictatoriale trekken van veel niet-Westerse staten. We praten hier over historische processen van lange adem die nu, in het geval van Syrië zo goed als in als daarvoor Afghanistan, Irak en Libië, Somalië en Jemen, maar ook Pakistan, brutaalweg geofferd worden. De greep op energiebronnen en transportroutes, het omringen van Israël door een niemandsland waarvan geen dreiging kan uitgaan, het speelt allemaal mee in de door een diepe crisis gevoede politiek van de VS, de NAVO en de EU. 

De taak van de vredesbeweging om hiertegen verzet aan te tekenen is daarom dringender dan ooit. Maar dan moet zo’n beweging zich natuurlijk ook eens verdiepen in achtergronden en zich losmaken van de NAVO/EU-politiek om Assad koste wat koste ten val te brengen. Maar voor IKV Pax Christi is dat een stuk moeilijker geworden nu het samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten een overheidssubsidie heeft gekregen om een lokaal bestuur op te bouwen in de door rebellen gecontroleerde gebieden in Syrië. Na het eerdere besluit om Patriots aan de e Turkse grens te stationeren raakt Nederland daarmee weer dieper in het conflict betrokken. 

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

De rol van olie en gas in de strijd om Syrië

Vandaag 15 april verscheen een artikel van Pepe Escobar, de ‘razende reporter’ van de Asia Times in Hong Kong, over de rol van de olie. In dit geval is het een artikel op Russia Today. Dit is van zo groot belang dat ik het, aangezien Pepe niet in het Nederlands schrijft, met slechts enkele kanttekeningen samenvat.

Het artikel gaat over de twee belangrijke gaspijplijnen die op dit moment vanuit Iran worden aangelegd, een naar Pakistan en een (gepland) via Syrië naar de Middellandse Zee.
De bouw van de pijplijn van Iran naar Pakistan is bijna voltooid. Eenmaal gereed zal dit een geweldige verschuiving in het geopolitieke krachtenveld tot gevolg hebben. De staten van de regio kijken immers naar China en steeds minder naar het Westen dat zich vooral met sancties, oorlog en dreigen met oorlog actief is.

Iranians work on a section of a pipeline linking Iran and Pakistan

De 1100 mijl lange pijplijn van Iran naar Pakistan loopt van het South Pars veld in de Perzische Golf en heeft zo’n $7,5 miljard gekost. Eind 2014 zal hij in gebruik worden genomen. Pakistan is voortdurend door de VS onder vuur genomen dat het sancties tegen Iran schendt maar Islamabad heeft deze dreigementen naast zich neer moeten leggen, het heeft gas nodig.

India had zich eerder uit pijplijnplannen teruggetrokken onder Amerikaanse druk,  Maar als de pijplijn klaar is en uitkomt in Lahore, 100 km van de Indiase grens, zal het in de verleiding komen toch aansluiting op het gasnet te zoeken. Het importeert al Iraanse olie en als puntje bij paaltje komt, durven de VS en de EU India niet te straffen.

Begin maart kwamen de presidenten Ahmadinejad van Iran en Zardari van Pakistan in de Iraanse havenstad Chabahar bij elkaar om nog een aantal details te bespreken. Omdat Pakistan slecht bij kas is heeft Teheran het $500 miljoen geleend om het Pakistaanse deel van de pijplijn af te maken, in ruil voor een eigen bijdrage van Islamabad van 1 miljard en de toezegging dat Pakistan zich niet, zoals India deed in 2009, onder Amerikaanse druk zal terugtrekken.

Hier blijkt maar weer dat het Soenni-Shia conflict betrekkelijk is, schrijft Escobar. Ahmadinejad krijgt de inkomsten en invloed, Zardari van zijn kant komt er voor de verkiezingen in mei a.s. beter voor te staan want het gas zal een eind maken aan stroomstoringen en de economie draaiende houden.
Het Amerikaanse dictaat trotseren zal Zardari alleen maar populairder maken want de aanhoudende drone-aanvallen in het grensgebied en de Amerikaanse operatie om Bin Laden te vermoorden hebben kwaad bloed gezet bij de bevolking. Bovendien wil Islamabad een overeenkomst met Teheran over Afghanistan wanneer dat land na het vertrek van de VS en de resterende NAVO-troepen in 2014, aan zijn lot wordt overgelaten.

De grote winnaar bij dit alles, aldus nog steeds Escobar, is China. Het heeft een accoord met Pakistan gesloten om in de havenstad Gwadar, in het zuiden van Baluchistan aan de Arabische Zee, een nieuwe olieraffinaderij te bouwen die de grootste van Pakistan zal worden. De haven van Gwadar was aangelegd door China (een oude bondgenoot van Pakistan) maar was tot voor kort onder beheer van Singapore. 

China wil t.z.t. een pijplijn aanleggen van Gwadar naar Xinjiang, zodat de Chinese olievoorziening niet langer van doorvoer door de Straat van Hormuz afhankelijk is, maar olie en gas vanuit Iran via pijplijn naar het westen van het land kan betrekken.

Daarmee kan Pakistan de spil van de Aziatische energievoorziening worden, tenzij de CIA die al geruime tijd probeert lokale groepen in Baluchistan tot afscheiding aan te zetten, in die opzet slaagt.

Maar nu Syrië
Iran mag dan succes hebben in Pakistan, iets anders is het in het Westen. De eigendom van de gasvelden van South Pars wordt gedeeld door Iran en Qatar. Die twee werken samen maar zijn ook rivalen.

Qatar is er alles aan gelegen om te verhinderen dat er een pijplijn door Syrië komt, waarover Iran, Irak en Syrië het in juli 2011 eens werden. Ook Turkije is hier mordicus tegen want de Syrische pijplijn zou een directe concurrent worden voor de pijplijn die door Turkije loopt—en ook dat land had gehoopt de energiebrug naar Azië te worden. .

Op de onderstaande kaart is dit aangegeven. De Nederlandse, Duitse en Amerikaanse vlaggen geven de Patriot-stellingen van de NAVO aan; de Russische, de marinebasis bij het geplande eindpunt van de pijplijn door Syrië.



Voor de VS is de Iran-Irak-Syrie pijplijn net zo’n doorn in het oog als die tussen Iran en Pakistan, maar er is één groot verschil: in Syrië kunnen de Amerikanen met steun van Turkije en Qatar ook echt verhinderen dat die er ooit komt. Dus ‘Assad must go’.

Want de Syrische president wil met Iraanse energie de brug naar de Middellandse Zee slaan, niet met energie uit Qatar.
Het wordt allemaal nog ingewikkelder als de nieuwe toenadering tussen Iraaks Koerdistan en Turkije, eveneens gebaseerd op energie (zie het artikel van Erimtan Can) in het geheel wordt betrokken. Hetzelfde voor de recente ontdekking van gasvoorraden in de territoriale wateren van Israël/Palestina, Cyprus, Egypte, Libanon en Syrië, die van sommige of misschien wel al deze landen energie-exporteurs in plaats van –importeurs kan maken.

Israël zal eventueel gas dan via de Turkse pijplijn naar het Westen willen transporteren, hetgeen nog extra licht werpt op het telefoongesprek dat door Obama op het vliegveld werd gearrangeerd tussen Netanyahu en Erdogan.

De territoriale wateren tussen Israël en Libanon zijn niet duidelijk afgebakend. Syrië en Iran steunen de Libanese aanspraken, terwijl Damascus ook het streven van Irak steunt om zijn energie-export te diversifiëren en minder afhankelijk te worden van doorvoer door de straat van Hormuz. Ook dat speelt mee in de strijd in en om Syrië.

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

Wat kwam Obama doen in Israël?

Het bezoek van Obama aan Israël, Jordanië en de bezette Westoever werd in de media hier gekoppeld aan de noodzaak de horloges gelijk te zetten inzake Iran en Syrië. Daarnaast was er veel commentaar dat het hier zou gaan om een verzoeningsbezoek na eerdere wrijvingen tussen de Amerikaanse president en premier Netanyahu, die na beider herverkiezing voor enige jaren tot elkaar zijn veroordeeld. Je zou bijna verwachten dat Netanyahu dan naar Washington zou moeten reizen, want hij had afgelopen november openlijk de Republikeinse kandidaat Romney gesteund.  Maar Obama was nog niet eerder in Israël geweest, werd ons verzekerd. 
 



Met de Palestijnen was de president gauw klaar; over het vlottrekken van het rituele ‘vredesproces’ werd nauwelijks gesproken. Mahmoud Abbas, de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit, liet zich door de Amerikaanse president overtuigen om voor twee maanden af te zien van een aanklacht bij het Internationaal Gerechtshof tegen Israël over het voortgaande bouwen van nieuwe nederzettingen in bezet gebied. Dat tegen een eenmalige betaling aan de PA van $ 500 miljoen. Voor twee maanden—wat moet er in die twee maanden gebeuren om niet nóg eens met 500 miljoen over de brug te moeten komen?


In de Asia Times online editie van 26 maart jl. verscheen een analyse van de voormalig ambassadeur van India in Ankara, M. K. Bhadrakumar, die daar enig licht op werpt. Na alle omhelzingen en verklaringen over eeuwige Amerikaanse trouw aan Israël kwam Obama bij zijn vertrek op het vliegveld van Tel Aviv nog met een kleine stunt. Op de startbaan belde hij naar de Turkse premier Erdogan, gaf het toestel over aan Netanyahu en die deed wat nog nooit eerder door een Israëlische vertegenwoordiger was gedaan: excuses aanbieden, in dit geval voor de militaire operatie tegen een schip met hulpgoederen voor Gaza, waarbij negen Turkse activisten om het leven werden gebracht.
Natuurlijk was dit alles zorgvuldig in scène gezet, want je zal maar bellen en Erdogan zit net in bad. Maar het theater was van belang omdat de hele regio zo getuige was van de opschorting van een conflict tussen de twee belangrijkste buurlanden van Syrië onder auspiciën van de Verenigde Staten. In de weken voorafgaand aan Obama’s bezoek hadden Turkse en Israëlische diplomaten het akkoord al helemaal uitgewerkt. De verklaring waarom de Turks-Israëlische verzoening dringend nodig was, aldus Bhadrakumar, is te vinden in de uitlatingen van NAVO-commandant Admiraal James Stavridis tegenover de defensiecommissie van de Amerikaanse Senaat de dag voor Obama’s vertrek naar het Midden-Oosten.
Stavridis verklaarde daar dat de VS zich krachtiger moeten opstellen in het Syrische conflict en de patstelling moeten doorbreken door het regime van Assad ten val te brengen. Op de vraag van Senator John  McCain wat de NAVO daaraan zou kunnen bijdragen, verzekerde de admiraal dat de organisatie klaar stond om ‘in te grijpen zoals in Libië’. Hij voegde daaraan toe dat Patriot-batterijen die nu in Turkije staan opgesteld (Amerikaanse, Duitse en Nederlandse, maar alle onder NAVO-commando), officieel om het Turkse luchtruim te verdedigen, ook in staat zijn om de Syrische luchtmacht boven het eigen grondgebied aan te vallen en dat daarvan nu al een dreiging richting Syrië uitgaat.
Het vermoeden dat dit inderdaad de opzet was, vormde voor Oorlog is Geen Oplossing de aanleiding om in januari jl. een picketline bij het Ministerie van Defensie te organiseren om te protesteren tegen de uitzending van de Patriots. Toentertijd werd ons in de media echter verzekerd dat het hier zuiver om bescherming van ‘een trouwe bondgenoot’ tegen aanvallen door het boze Syrië ging—iets wat de Turken, met een leger tienmaal zo groot als de ongeveer 100.000 man die er over zijn in het Syrische regeringsleger, kennelijk niet zelf aan konden.
Dat er in een tijd van bezuinigingen niet zomaar $42 miljoen voor zo’n operatie wordt uitgetrokken als er niet meer aan de hand was, is duidelijk. Op de twee eerdere gelegenheden waarbij Nederlandse Patriots in Turkije (en de eerste keer ook in Israël) waren gestationeerd, volgden echte oorlogen (resp. de eerste Golfoorlog in 1991 en de invasie van Irak in 2003), oorlogen waarvoor Nederland dus de rugdekking verschafte. De media hier en in Duitsland gebruikten echter eenstemmig het thema van de ‘trouwe bondgenoot’—en ook in ons buurland waren er protesten tegen de uitzending.


Eind februari kwamen er ook oorlogsschepen van de ‘Standing NATO Maritime Group 1’ in het oostelijk Middellandse-Zeegebied aan. Daar voegden ze zich bij het Amerikaanse vliegdekschip USS Dwight D. Eisenhower. Alles duidt erop, aldus nogmaals Bhadrakumar in de Asia Times online, dat er een interventie in Syrië op handen is. Daarbij zullen geen Amerikaanse troepen aan land gaan, maar wel kunnen de VS en de NAVO, alsook Israël, belangrijke luchtsteun verlenen door de commandocentra van het Syrische regeringsleger uit te schakelen. Ook Assad zelf kan dan worden geëlimineerd, en mochten er grondtroepen nodig zijn, dan kan Turkije als Moslimland en tevens NAVO-lid dat voor zijn rekening nemen. Daarbij is nauwe coördinatie met Israël een voorwaarde, omdat door een gelijktijdige aanval vanuit het noorden en het zuiden, het regime van Assad binnen een dag onthoofd kan zijn.
Erdogan heeft Israël echter nog om een andere reden nodig en dat is het herstellen van de samenwerking met de Israëlische inlichtingendiensten die in de Koerdische gebieden actief zijn. Daardoor zouden Turkse troepen vrijgemaakt kunnen worden voor andere acties—in dit kader passen ook de onderhandelingen met de gevangen PKK-leider  Abdullah Ocalan. Andere consequenties van een Turks-Israëlische verzoening zijn een NAVO-rol in het beschermen van de nieuwe energiebronnen die in het oostelijk Middellandse-Zeegebied zijn ontdekt (o.a. rond Cyprus). Als eenmaal het Turkse veto op een Israëlische rol in de NAVO uit de weg is, gaat de NAVO so-wie-so een grotere rol spelen in het Midden-Oosten, ook als het tot een oorlog tegen Iran komt.
Een belangrijke vingerwijzing dat de VS directe zeggenschap wil hebben op de post-Assad-situatie is de benoeming van Ghassan Hitto, een Amerikaans staatsburger van Syrische afkomst die 30 jaar in de VS heeft gewo
ond. Zijn benoeming was niet alleen een slag in het gezicht van Moaz al-Khatib, de meest geziene leider van de coalitie tegen Assad, die enkele maanden geleden nog door de Franse president Hollande op het Elysée werd ontvangen. Zoals de Guardian berichtte op 24 maart jl., trad al-Khatib af uit protest over het feit dat de door de VS benoemde Hitto hem had verboden onderhandelingen met Assad te voeren om een eind te maken aan de burgeroorlog.

De NAVO, Turkije en Israël hebben het rijk echter niet alleen. 15 maart rapporteerde de Times of Israel dat drie nieuwe Russische oorlogsschepen waren vertrokken met bestemming Syrië, o.a. het ultramoderne geleide-wapenfregat Varyag.
Tot voor kort werden zulke Russische marineoperaties gezien als een signaal dat Moskou zijn burgers en militaire adviseurs uit Syrië zou willen evacueren in geval van nood. Tegenover de Londense Times verklaarde een Russische zegsman echter dat de aanwezigheid van 300 mariniers aan boord van de vlooteenheid bij Syrië als taak hebben om andere partijen ervan te weerhouden in Syrië in te grijpen. Ook de Russen hebben gezien dat er in Syrië een patstelling is ontstaan. Alles duidt erop dat de situatie op een uiterst gevaarlijke crisis afstevent.

The Russian warship Varyag (photo credit: CC BY randychiu, Flickr)


Nederland heeft zich door de Patriots onder NAVO-commando in Turkije te stationeren weer ‘op de kaart gezet’, zoals de directeur van Clingendael verklaarde bij de uitzending in januari. Verder was het allemaal over hoe kordaat ‘vuurleider Sabrina’ klaar stond om een Patriot af te vuren (€ 3,5 miljoen per stuk), en beschouwingen over de ‘trouwe bondgenoot’. Nog afgelopen week gingen krantenberichten over verveling bij de Nederlandse Patriot-bemanningen, de aanwezigheid van een Pizza Hut, en andere irrelevante onzin. Dat mag ons er niet van afleiden dat ons land in het Midden-Oosten  meegesleurd kan worden in een militaire confrontatie met ongekende gevolgen. Want dat Obama niet alleen in Israël was om het met Netanyahu goed te maken mag duidelijk zijn.

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

10 jaar misère en er is niets geleerd

Al een week lang al vliegen ons de terugblikken op de invasie van Irak om de oren. De consensus is wel ongeveer dat het achteraf geen goed idee was, behalve natuurlijk bij Tony Blair die het toch altijd al beter wist.


Toen ik nog in Engeland werkte, vertelde een collega die Irak-specialist is over hoe hij met nog zo’n vijf of zes mede-deskundigen  aan de vooravond van de invasie bij Blair was ontboden. In een antichambre van Downing Street 10 werden ze eerst door een ambtenaar onder handen genomen die hen uitlegde dat ze moesten wachten op vragen die hen zouden worden gesteld, dus geen ongevraagde meningen. Ook de kwestie of een invasie gewettigd was, mocht niet aan de orde gesteld worden. Aldus geprepareerd werden ze vervolgens de werkkamer van de premier binnengeleid, die toen iedereen gezeten was, opende met: ‘He is evil, isn’t he?’ (Hij is een duivel, of niet soms?). Dáárvoor was de top van de Britse Irak-kennis naar Londen gehaald.


En Bush? Die heeft zich teruggetrokken uit het openbare leven en is gaan schilderen, te beginnen met een serie portretten van zijn hond. Onlangs verscheen een interview in een Amerikaanse webkrant waarin zijn lerares verklaart dat ‘George Bush de geschiedenis in zal gaan als een groot kunstenaar’ (The Daily Caller, 10 maart 2013).

Dat zal niet zo gauw gezegd worden van de Nederlandse premier Balkenende, die in Washington in het gezelschap van minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer door Bush in het Witte Huis werd rondgeleid als een van de ‘trouwe bondgenoten’. Want wij deden mee, VN-resolutie of niet. In tegenstelling tot België, dat zich aansloot bij Frankrijk, Duitsland, Rusland en China in de afwijzing van de invasie, besloot Nederland steun te verlenen aan de operatie om Saddam van zijn vermeende massavernietigingswapens te ontdoen. De Belgische premier Verhofstadt en minister van buitenlandse zaken Michel werden door de Amerikaanse minister van defensie Rumsfeld in het openbaar beledigd; de VS kondigden aan, het hoofdkwartier van de NAVO uit Brussel weg te halen. De Hoop Scheffer daarentegen werd als dank voor bewezen diensten secretaris-generaal van de NAVO. De steun van Nederland was niet alleen moreel. Er werd ook, net als in 1991 bij de eerste Golfoorlog, een batterij Patriots in Turkije gestationeerd. Net als nu, want we zijn weer van de partij.

In het proces van Neurenberg tegen de Nazi-top werden de aangeklaagden die tot de hoofdverantwoordelijken konden worden gerekend, ter dood veroordeeld en opgehangen omdat ze zich schuldig hadden gemaakt aan de grootste misdaad die het volkenrecht kent, nl. een ongeprovoceerde aanvalsoorlog. Oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, zo bepaalden de rechters in Neurenberg, liggen besloten in dit kardinale vergrijp. Dat, niet of het achteraf een goed idee was, is waar het bij de invasie van Irak over moet gaan. En nu Nederland opnieuw Patriots heeft gestationeerd, zien we ook waarom het zo belangrijk is dat misdaden tegen de vrede worden bestraft—anders begint het hele verhaal opnieuw. Syrië en Iran zijn de volgende kandidaten voor een aanvalsoorlog, en door de verdediging voor onze rekening te nemen, zijn wij daaraan bij voorbaat medeplichtig.
 


En dan—de tien jaar. De verhalen over massavernietigingswapens bleken even zovele verzinsels, net als de banden tussen al-Qaida en Irak. Zoals Mehdi Hasan schreef in de New Statesman op de tiende verjaardag van de demonstraties tegen de toen dreigende oorlog, het grootste massavernietigingswapen dat in Irak is ingezet, was de invasie zelf. In tien jaar tijd is het land fysiek, sociaal en economisch verwoest. De invasie veroorzaakte ook de grootste vluchtelingenstroom in het Midden Oosten sinds het verjagen van de Palestijnen uit Israel in 1948. De belofte van de toenmalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker aan zijn ambtgenoot Tariq Aziz in 1991, ten tijde van de eerste Golfoorlog, dat de VS Irak zou vernietigen en naar de steentijd terug zou schoppen, is gestand gedaan (Ramzy Baroud in Asia times online, 14 februari 2013). Scholen, huizen en ziekenhuizen zijn vernietigd, hele steden zoals Fallujah met de grond gelijk gemaakt. De overlevenden lijden aan de gevolgen van het gebruik van granaten die met verarmd uranium zijn verhard—met als gevolg dat kinderen geboren worden met ernstige afwijkingen. Het aantal weeskinderen in Irak wordt geschat op 4,5 miljoen, 70 procent daarvan heeft zijn ouders verloren na 2003; zo’n 600,000 leven er op straat. Hoe gaan Bush, Blair en Balkenende om met die feiten?

De oorlog was in de eerste plaats een oorlog om de olie. Democratie, dictatuur, mensenrechten en dergelijke zijn voor de versiering. Irak is na Saoedi Arabië de grootste producent met de grootste reserves, en een van de goedkoopste locaties om de olie te winnen. Saddam moet zich niet helemaal bewust zijn geweest van de risico’s toen hij besloot om voortaan euro’s in plaats van dollars te vragen voor zijn olie, en toen hij na 1997 begon contracten aan Lukoil, China National Petroleum, Total, en andere niet-Anglo-Amerikaanse maatschappijen uit te geven, was de maat vol.

Na de invasie werd de reorganisatie van de Iraakse olieproductie in handen gegeven van Kellog, Brown & Root, een dochteronderneming van Halliburton, waarvan vice-president Cheney langdurig aan het hoofd had gestaan. Cheney’s goede vriend Lee Raymond, de baas van ExxonMobil, was een van degenen die samen met BP en Shell aandrongen op het openen van Irak na de invasie. BP en Shell waren de eerste bedrijven die nieuwe contracten binnen haalden, Exxon was toen het erop aankwam, iets terughoudender.

Inmiddels is de olieproduktie van Irak terug op het niveau van voor de eerste Golfoorlog. Als we het geheel overzien zijn zowel de bedrijven waarmee Saddam nog contracten afsloot, als de Anglo-Amerikaanse (-Nederlandse) oliemaatschappijen terug in Irak, samen natuurlijk met de in 1972 genationaliseerde Irak Oil Company. Onderstaande kaart (Al Jazeera, 7 januari 2012) geeft een overzicht van de bestaande concessies.
 
Iraq plans to increase its oil production capacity up to 12 million ba
rrels per day by 2017 [Al Jazeera]


Er zijn echter een paar problemen. De deelregering in het Koerdische noorden wil zelf contracten uitgeven (voor het Kirkuk-veld, het tweede qua productieniveau na Rumaila), en ExxonMobil aarzelt of ze daar gebruik van willen maken—immers, Maliki, de nieuwe machthebber in het zuiden, heeft troepen samengetrokken bij de grens met het Koerdische gedeelte en Exxon riskeert mogelijk zijn aandeel in het West Qurna veld. De meest recente berichten spreken van plannen om Exxon’s aandeel dan maar te verkopen aan China National Petroleum. Zoals Jean-Pierre Séréni schrijft in Le Monde Diplomatique van maart 2013, de werknemers van Exxon voelen er weinig voor in de gevaarlijke omstandigheden van Irak te gaan werken. Bovendien eist Irak inmiddels zulke hoge tarieven dat de meeste westerse maatschappijen alleen in Irak werken om te voorkomen dat de concurrentie de concessies overneemt.

De olieopbrengsten vallen dus tegen. Maar ook de VS zelf betalen een hoge prijs voor de oorlog. Het Irak-avontuur heeft de Amerikanen 1,7 triljoen (1700 miljard) dollar gekost, de kosten van de behandeling van veteranen en rente op de voor de oorlog gemaakte schulden niet meegerekend, aldus Neta Crawford van Boston University. Omdat de oorlogen in Irak en Afghanistan gepaard gingen met belastingverlagingen voor de allerrijksten, moesten de kosten gedekt worden door leningen—de rente daarop zal tussen nu en 2053 oplopen tot een geschatte 4 triljoen.
Een debacle voor Irak, een debacle voor de VS. Dus alles nog eens over gaan doen in Syrië en Iran?

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

Voed geen tweede burgeroorlog in Syrië!

OPEN BRIEF AAN VVD EUROPARLEMENTARIËR HANS VAN BAALEN

Hans van Baalen schudt de hand van generaal Selim Idris van het Vrije Syrische Leger



Geachte heer Van Baalen,

De afgelopen dagen heeft u via diverse media buitenlandcoördinator Catharine Ashton en de lidstaten van de Europese Unie opgeroepen om militaire steun te leveren aan het “Vrije Syrische Leger”. Met deze oproep sluit u zich aan bij de discussie die met name in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk wordt gevoerd en die wat de Europese landen betreft op 18 februari jl. tijdens een vergadering van de Raad Buitenlandse Zaken leidde tot de openstelling van de mogelijkheid om “strikt defensieve wapens” (als nachtkijkers en scherfvesten) aan de Syrische opstandelingen te leveren. Overigens ging aan dit besluit ook veel verzet vooraf, ook vanuit het Nederlandse parlement.


Rond de zgn. “listening tour” van de nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, langs diverse hoofdsteden in Europa en het Midden-Oosten, kreeg deze discussie vorige week een extra dimensie. De voorzitter van de enkele maanden geleden mede op initiatief van het Westen opgerichte Nationale Coalitie voor Syrische Oppositionele en Revolutionaire Krachten, Moab el-Khatib, weigerde aanvankelijk naar een ontmoeting met John Kerry te komen omdat het hiermee verbonden Vrije Syrische Leger zich ernstig in de steek gelaten voelde. Door hen werd gewezen op de doorgaande wapenleveranties en militaire assistentie door Rusland en Iran aan het Syrische regiem en door de Golfstaten (Saoedi-Arabië, Qatar, maar niet zonder medewerking van de VS en een aantal Europese landen) aan jihadistische strijders die in Syrië snel terrein aan het winnen zijn, terwijl het Vrije Syrische Leger zonder enige hulp van buiten hun eigen wapens zouden moeten maken of zouden moeten veroveren. Deze klacht leidde tot een hernieuwde discussie over Westerse wapenleveranties aan het Vrije Syrische Leger, dit keer om te voorkomen dat de jihadisten straks aan het langste eind trekken.

Al langer woedt in Syrië niet alleen een strijd tussen het regeringsleger en het Vrije Syrische Leger, maar vinden ook diverse schermutselingen plaats tussen het Vrije Syrische Leger en jihadistische groepen als al-Nushra en al-Qaïda. Overigens vinden deze vooral plaats in gebieden waar het regeringsleger vrijwel afwezig is; op andere plaatsen trekken het Vrije Syrische Leger en jihadisten samen op tegen het Syrische regeringsleger. In verschillende commentaren op de nieuwe oproep tot wapenleveranties wordt dan ook gewezen op de onmogelijkheid om te voorkomen dat wapens die geleverd zouden worden aan het Vrije Syrische Leger tegen te gaan dat de jihadisten nog meer terrein veroveren ook in handen van diezelfde jihadisten belanden. Bovendien zullen wapenleveranties en militaire steun aan het Vrije Syrische Leger om jihadistische groepen te bestrijden een tweede burgeroorlog voeden juist in de zogenoemde “bevrijde” gebieden waar het nu vaak weer betrekkelijk rustig is en het streven van de internationale gemeenschap er juist op gericht zou moeten zijn om humanitaire organisaties hun werk daar te laten doen.

Het is verder wel heel opmerkelijk dat u deze oproep doet na uw gesprek in Brussel met de chef-staf van het Vrije Syrische Leger, generaal Selim Idris. Het zal niet de eerste keer zijn dat een generaal om meer militaire middelen vraagt met de belofte daarmee binnen een maand de overwinning te kunnen binnenhalen. Wat hierbij vaak wordt vergeten is dat de andere kant zich ook weer extra zal bewapenen om te voorkomen dat die overwinning daadwerkelijk wordt behaald. De afschuwelijke burgeroorlog in Syrië, waar we allemaal zo graag een eind aan zouden willen maken, leidt aldoende alleen maar van kwaad tot erger. Er is, zoals de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken bij de Raad voor Buitenlandse Zaken van 18 februari jl. zei, “aan alles gebrek in Syrië, behalve aan wapens.”

Als we daadwerkelijk zo snel mogelijk een einde willen maken aan het voortdurende geweld in Syrië en niet een tweede frontlinie willen voeden, dan zal de internationale gemeenschap niet langer verschillende partijen in dit conflict moeten steunen om een van deze aan een militaire overwinning te helpen, maar de reeds bestaande wapenleveranties onmiddellijk moeten stopzetten en het zespuntenplan van VN-bemiddelaar Brahimi daadwerkelijk moeten ondersteunen. In het etnisch, religieus en politiek tot op het bot verdeelde Syrië leidt alleen een politieke oplossing met machtsdeling tot een stabiel land waarin vrijheid en democratie kunnen floreren. De overwinning van één partij zal voor andere partijen aanleiding zijn de strijd om de macht vroeg of laat voort te zetten.

GeopolitiekMiddenOosten

Dan Jordanië ook maar op de schroothoop?

Om de Nederlandse defensiebegroting aan te zuiveren zoekt de Nederlandse regering klanten voor overtollig materieel. Vorig jaar verhinderde een meerderheid in de Tweede Kamer nog dat er Leopards aan Indonesië verkocht zouden worden ‘vanwege de mensenrechtensituatie daar’ (Het Parool, 13 februari 2013), maar volgens de VVD-PvdA-regering staan de zaken er in het Midden Oosten beter voor. Dus worden er voor €21 miljoen circa 60 Cheetah-pantservoertuigen aan Jordanië geleverd.


Jordanië ligt ingeklemd tussen Syrië, Irak, Saoedi-Arabië, en Israël. De helft van de bevolking zijn Palestijnen, ooit van hun woongebieden verdreven bij de vestiging van de staat Israël; na de invasie van Irak kreeg Jordanië naar schatting een miljoen Irakese vluchtelingen te verwerken, en nu komen daar nog eens de burgers bij die het geweld in Syrië ontvluchten. Een leek zou denken, geen land om in de huidige omstandigheden zwaar militair materieel aan te leveren.

In Jordanië ontrolt zich immers hetzelfde scenario als in de omringende Arabische landen. De privatisering van openbare voorzieningen die in Tunesië, Egypte en Syrië een belangrijke factor was in het uitbreken van opstanden, heeft Jordanië niet overgeslagen. De drinkwatervoorziening, telecommunicatie en elektriciteit zijn geprivatiseerd en de kosten van levensonderhoud zijn daardoor omhoog geschoten. Volgens Le Monde Diplomatique (augustus 2012) lijdt het land daarnaast grote verliezen door het opdrogen van overboekingen uit de Golfstaten, waar Arabische (m.n. Palestijnse) gastarbeiders vervangen zijn door Aziaten.

Nog afgezien van de Palestijnen en andere vluchtelingen, is Jordanië nooit een  ‘nationale’ staat geweest. Koning Abdallah II is bij de bevolking weinig geliefd, maar veel stammen in het zuiden erkennen zijn gezag zelfs helemaal niet. Door geldgebrek is de monarchie ook steeds minder in staat het evenwicht te bewaren tussen de verschillende groepen waaruit de Jordaanse bevolking is samengesteld.

De verkiezingen van afgelopen januari werden geboycot door de oppositie (geleid door de Moslim Broederschap). Stammen die trouw zijn aan de monarchie zijn in het parlement zwaar oververtegenwoordigd; de Palestijnen hebben slechts 13 procent van de zetels. Er is de Jordaanse elite veel aan gelegen om hun aanwezigheid zoveel mogelijk weg te moffelen want in rechts Israël wint het idee om de ‘Palestijnse staat’ gewoon in Jordanië te vestigen, terrein. 

De ontevredenheid onder de bevolking over de corruptie en de prijsstijgingen is groeiende, en het enige dat de mensen ervan weerhoudt in opstand te komen is volgens een achtergrondrapport van Al Jazeera (22 januari 2013) het wijdverbreide besef dat Jordanië de laatste stabiele staat in het Midden-Oosten is.

Mocht dit veranderen en de inwoners van Jordanië in opstand komen tegen de door de VS en Israël in het zadel gehouden monarchie, dan heeft die er in ieder geval zestig pantservoertuigen bij om de orde te bewaren. Met groeten uit Nederland!

Kees van der Pijl

GeopolitiekMiddenOosten

Wapenembargo Syrië opheffen? Niet doen!

Het voornemen om het wapenembargo tegen Syrië dat in mei 2011 werd ingesteld op te heffen is om een aantal redenen een slechte stap. Ook het compromis dat er slechts een verlenging komt tot 1 maart is een verkeerde keuze. Alsof wapens aanvoeren daarna weer wèl aanvaardbaar zou zijn!
Alle middelen moeten worden ingezet om overleg tussen de regering-Assad en de binnenlandse oppositie te bevorderen. Daar hoort het bewapenen van de rebellen niet bij. Dat zal slechts verder bloedvergieten en verwoesting opleveren.

  • Het voorbeeld Libië heeft de risico’s aangetoond van het bewapenen van een opstand die maar ten dele de doelstelling heeft, een democratie te vestigen. In Libië bleek dat de wapens die Qatar met toestemming van Washington mocht leveren aan de opstandelingen, uiteindelijk o.a. gebruikt zijn bij de aanslag die de Amerikaanse ambassadeur en drie medewerkers het leven kostte (zie New York Times, December 5, 2012: ‘U.S.-Approved Arms for Libya Rebels Fell Into Jihadis’ Hands’). Daarnaast is een grote hoeveelheid wapens uit Libië, zowel uit het arsenaal van Khadafi als geleverd door NAVO-lidstaten (m.n. Frankrijk), in handen van Jihadistische groepen in het Sahel-gebied gevallen, hetgeen mede tot de crisis in Mali heeft geleid.
  • De burgeroorlog in Syrië is een nieuwe en voor Nederland zeer gevaarlijke fase ingegaan. Vier dagen nadat op 26 januari jl. de Nederlandse Patriots bij Adana/Incirlik operationeel zijn geworden, heeft de Israelische luchtmacht luchtaanvallen op doelen nabij Damascus uitgevoerd. In 1991 en 2003 dienden Nederlandse Patriot-stellingen als rugdekking voor de Golfoorlog resp. de invasie van Irak. De vraag rijst of Nederland zich kan veroorloven bij een nieuw groot conflict betrokken te raken waarbij ditmaal Rusland en Iran als bondgenoten van Syrië een rol zullen spelen.

OorlogIsGeenOplossing pleit voor het steunen van initiatieven om tot een dialoog in Syrië te komen, waarbij naast de Verenigde Staten en de EU ook Rusland en Iran worden betrokken. Onder geen beding mag worden meegewerkt aan een voortgaand bloedbad en vernietiging van het multiculturele Syrië.