NSA

Category
NSA, politiestaat, WIV-referendum

Naar een Atlantische politiestaat? (4): De geheime diensten tegen de eigen gekozen leiders

Ons wordt voorgehouden dat ‘de terroristen’ jaloers zijn op ‘onze manier van leven’ en daarom moeten de inlichtingendiensten ons tegen hen beschermen (en ons afluisteren). Maar die diensten hebben ook een eigen politiek. Dus de inlichtingendiensten van de ‘Five Eyes’ (waar Nederlandse geheime diensten de toeleverancier van zijn) hebben van tijd tot tijd ingegrepen in de eigen politiek en gekozen leiders opzij geschoven. 
 
 
De moord op president John F. Kennedy in 1963 en het bespioneren van Nixon naar aanleiding van diens ontspanningspolitiek met de Sovjet Unie en zijn opening naar China zijn voorbeelden. Kennedy had het met de CIA aan de stok gekregen over de invasie van de Varkensbaai op Cuba, terwijl Nixon de CIA tegen zich in het harnas had gejaagd door James Schlesinger opdracht te geven om als directeur de bezem er eens goed door te halen. Dit bracht delen van de geheime diensten, de strijdkrachten en de media ertoe om aan Nixons afzetting te gaan werken. Met andere woorden, de geheime diensten van de VS en de bondgenoten hebben niet alleen buitenlandse regeringen ten val gebracht maar ook als het zo uitkwam, hun eigen.

In de nasleep van Watergate bracht de Commissie-Church in de Senaat de onwettigheid van de contraspionage-activiteiten van de FBI aan het light. De dienst hield ook dossiers bij van Amerikaanse congresleden. Bij het overlijden van J. Edgar Hoover in 1972 blek dat de FBI-directeur meer dan 1000 dossiers van Senatoren en leden van het Huis in zijn bezit had. Wetten zoals de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA) van 1978, bedoeld om aan het afluisteren een halt toe te roepen, maakten het de diensten juist makkelijker. Het zogenaamde FISA gerechtshof kon telefoonmaatschappijen gewoon opdragen om gegevens van gesprekken tussen Amerikaanse en buitenlandse bellers af te geven; praktijken die gewoon doorging na de verkiezing van president Jimmy Carter in 1976.
Carter was verkozen als de ‘cleane outsider’ en zijn mensenrechtenpolitiek, hoewel zeer selectief toegepast, leek dat te bevestigen. Niettemin werden in 1978 plannen voor de noodtoestand bij binnenlandse onlusten weer uit de kast gehaald nadat Samuel Huntington, die eerder voorstellen had gedaan voor het terugdraaien van de democratie, benoemd was tot coördinator voor veiligheid. Samen met zijn chef, Carter’s Nationale Veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski, moderniseerde Huntington ook het Continuity in Government (COG) planningssysteem. Dit gaat terug naar geheime plannen onder Eisenhower voor een noodtoestand na een kernoorlog. Later zou de taak van FEMA worden gewijzigd van het helpen van de regering na een kernoorlog naar ondersteuning in de nasleep van een terreuraanval, maar dat kwam pas onder Bush Sr en Clinton.
Ten tijde van Carter leek het allemaal nog de andere kant op te gaan. Het Congres legde de beperkingen op inzake de geheime buitenlandse operaties van de CIA, waar de Commissie-Church om had gevraagd; de nieuwe CIA-directeur, Admiraal Stansfield Turner, ontsloeg belangrijke CIA-figuren die bij zulke operaties betrokken waren geweest. Dit leidde ertoe dat een groep Saoedische en andere buitenlandse geheime diensten een uiterst rechts alternatief inlichtingennetwerk opzetten om het communisme te bestrijden, de ‘Safari Club’. Samen met een ‘schaduw-CIA’ van ontevreden veteranen van die dienst sloegen ze de handen ineen om Carter’s herverkiezing in 1980 te verhinderen. In juli van dat jaar kwam William Casey, Reagan’s campagnemanager en later directeur van de CIA, in geheime onderhandelingen met Israëlische en Iraanse vertegenwoordigers tot een akkoord om de gijzelaars in de Amerikaanse ambassade bij de Islamitische Republiek, nog een tijdje vast te houden (die waren gegijzeld uit protest over het toelaten van de afgezette Sjah). Als Reagan dan verkozen zou zijn, konden ze worden vrijgelaten in ruil voor wapens die dan via Israël aan Iran zouden worden geleverd.
Kennedy, Nixon en Carter waren niet de enige slachtoffers van hun eigen schaduwstaat. We moeten ook kijken naar het complet tegen de Britse Labour-premier Harold Wilson in the jaren 70 en er waren zelfs moordaanslagen om te verhinderen dat figuren rond Margaret Thatcher hun plannen om de geheime diensten MI5 and MI6 te reorganiseren, zouden kunnen uitvoeren. Ook de verwijdering van de Australische Labour-premier Gough Whitlam midden jaren 70 past in dit beeld. Maar dat waren dan ook jaren waarin links dichter bij de werkelijke staatsmacht leek te komen.
 
 
De inlichtingendiensten van de ‘Five Eyes’ vormen vandaag de dag nog steeds de kern van het wereldomspannende Westelijke inlichtingennetwerk. De conclusie moet zijn dat deze diensten een staat binnen de staat vormen. Natuurlijk hebben zij ook terroristen in het vizier, zij het niet altijd om ze op te pakken. Daarnaast is gebleken dat ze er ook niet voor terugschrikken om hun eigen gekozen politieke leiders te verwijderen. Dit is het netwerk waar de Nederlandse inlichtingendiensten formeel aan gekoppeld zullen worden. Dat is de strekking van de Wiv die in maart in een referendum zal worden onderworpen.
Kees van der Pijl
Voor een complete tekst met verwijzingen, zie Surveillance Capitalism and Crisis
Illustraties Michiel Kassies
NSA, politiestaat, WIV-referendum

Naar een Atlantische politiestaat? (3) UKUSA, ECHELON en de ‘Five Eyes’

De infrastructuur voor afluisteren en bespioneren zoals we die vandaag de dag kennen dateert van de Tweede Wereldoorlog. Die oorlog was niet alleen een strijd tegen het nazisme en fascisme, maar ook een meer verborgen oorlog tegen links. Toen werd ook de Brits-Amerikaanse structuur opgezet om in de oorlog vergaarde signaal-inlichtingen (‘SIGINT’, gedecodeerde militaire communicatie) en inlichtingen verkregen door het afluisteren van communicatie (‘COMINT’) uit te wisselen.
 
 
Dit werd geformaliseerd met de UKUSA overeenkomst van 1947-48 (eigenlijk een reeks overeenkomsten, briefwisselinmgen, en memoranda). Groot Brittannië bracht in deze overeenkomst ook zijn inlichtingenband met de Dominions (Canada, Australië en Nieuw-Zeeland) in. De vandaag de dag bestaande samenwerking tussen de NSA, GCHQ en vergelijkbare organisaties van de drie andere landen, de ‘Five Eyes’, vormt het hart van het Westerse inlichtingennetwerk.

In de Koude oorlog werd de inlichtingensamenwerking van de Five Eyes uitgebreid naar een aantal niet-UKUSA landen, de zgn. ‘Derde Partij’ NAVO-landen zoals West-Duitsland, Denemarken en Noorwegen en natuurlijk Nederland. Buiten de NAVO kwam het tot samenwerking met landen als Israël, Japan, en nog vele andere bondgenoten.
In de jaren 70 kwam aan het licht dat de Five Eyes het ECHELON-systeem in gebruik hadden om buitenlandse communicatie te onderscheppen. Britse onderzoekers kwamen hier achter en stelden vast dat de afgeluisterde berichten overgedragen werden aan de NSA. Ze werden prompt gearresteerd maar hun proces leidde tot nieuwe aandacht en onderzoek. Zo kwam naar buiten dat het NSA afluisterprogramma het merendeel van de satelliettelefoongesprekken in de wereld oppikte, Internet, e-mail, fax en telex.
ECHELON werd officieel opgericht in 1971 (toen heette het nog Shamrock, in 1975 kreeg het de naam die we nu kennen). Inmiddels was het uitgegroeid tot een mondiale afluisterstructuur die alle electronische communicatie aftapt, voornamelijk niet-militaire doelen: regeringen, organisaties en bedrijven in praktisch ieder land. In de jaren negentig was het zover dat het ECHELON-programma zonder onderscheid zeer grote communicatiestromen onderschepte. Daar werd dan uitgezeefd wat van waarde was, o.a. door kunstmatige intelligentie te gebruiken zoals Memex en daarmee sleutelwoorden op te sporen.
De informatie die zo werd verzameld werd niet alleen opgeslagen maar ook gebruikt voor regelrechte repressie. In de VS werd een plan voor noodsituaties, Garden Plot, opgesteld om twee legerbrigades paraat te houden voor onlusten die zouden kunnen uitbreken na de moordaanslagen op Martin Luther King en Robert Kennedy in 1968.
In 1970-71 brak en schandaal uit toen duidelijk werd dat het Amerikaanse leger dossiers over 7 miljoen Amerikaanse burgers had verzameld die betrokken waren bij de anti-Vietnam- en de burgerrechtenbeweging (voor zwarte Amerikanen). Die werden dan via ARPANET (de voorloper van het Interne opgezet door het Pentagon) aan de NSA doorgegeven voor opslag. De NSA bespioneerde ook mensen zoals Frank Church, de senator die de commissie zou leiden die deze praktijken zou gaan onderzoeken.
De Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA) van 1978 moest een einde maken aan het bespioneren van de eigen burgers maar door uitzonderingsbepalingen werkte hij juist als een legitimatie om ermee door te gaan. Ook zou ECHELON later gedetailleerde informatie verzamelen over de aanslagen van 9/11, ruim van te voren. Maar met die informatie werd niets gedaan om ze te voorkomen. Dat wat betreft ‘de strijd tegen het terrorisme’.
 
 
Heel belangrijk, zowel voor de oorsprong van het begrip van een Oorlog tegen de Terreur als voor praktische repressie, heeft de NSA-band met Israël zich ontwikkeld naar een niveau dat vergelijkbaar is met de band tussen de Five Eyes (dus de Eerste/Tweede Partij, oftewel ‘Tier A’).
De NSA levert Israël ongesorteerde inlichtingen in bulk, hetgeen wettelijk verboden is, maar dat wordt genegeerd. En dat terwijl Israël wordt gezien als een van inlichtingendiensten die het meest agressief zijn in het afluisteren van de VS. Naast Tier A maken NAVO en EU landen zoals Nederland, maar ook formeel neutrale staten zoals Zwitserland, deel uit van ‘Tier B’ (Derde Partij). In Azië en het Midden-Oosten wordt de Derde Partij/Tier B gevormd door Zuid-Korea and Japan, India, Pakistan, Saoedi Arabië, de Emiraten, enz. Soms worden deze landen ook betaald voor hun afluisterwerk. Maar landen uit deze groep zoals Duitsland, Brazilië en India worden ook weer afgeluisterd door de VS. Dat alles is bij elkaar het fundament waarop een Atlantische politiestaat gefundeerd zal worden.
Kees van der Pijl
Voor een complete tekst met verwijzingen, zie Surveillance Capitalism and Crisis
Illustraties van Michiel Kassies
NSA, politiestaat, WIV-referendum

Naar een Atlantische politiestaat? (2) Orwell’s ‘1984’ en permanente oorlog

De onthullingen van Edward Snowden over de wereldwijde afluistersystemen die door de Amerikaanse National Security Agency (NSA) worden gerund hebben velen ertoe te gebracht om de slogan uit het boek ‘1984’ aan te halen, ‘Big Brother Is Watching You’. In Orwell’s nachtmerrie-achtige toekomstfantasie, wordt dit gedaan via overal aanwezige ‘teleschermen’ die de Partij gebruikt om leugenachtige propaganda te verbreiden en de bevolking te bespioneren.
 


Dit was echter niet alleen maar een kwestie van propaganda en bewaking. Het systeem berustte ook op een permanente staat van oorlog en de staat van beleg die daarmee gepaard ging. Orwell’s boek was geïnspireerd door de autoritaire wending van het Sovjet-communisme onder Stalin, maar zoals we vandaag kunnen zien is het van veel bredere betekenis. Vooral omdat het een wetenschappelijke analyse bevat van het verband tussen oorlog en repressie plus afluisteren. In de roman wordt deze kwestie behandeld door de auteur van een fictief boek-in-het-boek, ‘Emmanuel Goldstein’, alter ego van Trotzki. Goldstein’s fictieve ‘Theory and Practice of Oligarchical Collectivism’ is een bron van troost voor de hoofdpersoon van 1984, een Snowden of Manning avant la lettre. Het bevat een stelling die opmerkelijk actueel is.

‘Goldstein’ legt in zijn verhandeling (in ‘1984’) uit dat oorlog in de huidige tijd niet langer een zaak is van de heersende groepen van verschillende landen die elkaar bevechten. ‘De oorlog wordt door iedere heersende groep gevoerd tegen zijn eigen onderdanen, en het doel van de oorlog is niet om gebied te veroveren of te verdedigen, maar om de bestaande maatschappijorde in stand te houden.’ Door de oorlog permanent te maken, is het begrip oorlog in de oude betekenis van de baan, concludeert Orwell/Goldstein.
In het huidige ‘Oceanië’ (de Atlantische wereld, een van de drie blokken in ‘1984’) wordt deze voorspelling bewaarheid in de Oorlog tegen de Terreur. De ‘terroristen’, dus al-Qaeda of een van de uitlopers ervan, zijn geen vijand die verslagen moet worden maar een Amerikaanse bondgenoot uit de tijd van de anti-Sovjet-opstand in Afghanistan. Nadat Gorbatsjov zich uit die strijd had teruggetrokken, werd al-Qaeda een machtsinstrument voor de Amerikaanse politiek dat benut kon worden voor andere doeleinden. Maar het moest ook goed in de gaten worden want uiteindelijk waren dit figuren die het Afghaanse communisme hadden bestreden vanuit de ideologie van de jihad, geïnspireerd door de anti-Westerse, Wahabi-versie van de Islam uit Saoedi-Arabië.
De organen die belast zijn met het bewaken van zulke potentieel onhanteerbare bondgenoten zijn de inlichtingendiensten. Zij zijn het ook die buitenlandse oorlogvoering (vandaag de dag, de Oorlog tegen de Terreur) koppelen aan spionage in eigen land. In de VS was het bespioneren van de eigen bevolking de taak van de FBI onder haar legendarische directeur, J. Edgar Hoover. Hoover wilde direct na de Tweede Wereldoorlog president Truman mee krijgen met het idee dat het Amerikaanse State Department, dat volgens Hoover geïnfiltreerd was door de Sovjet-spionagenetwerk, aan een onderzoek moest worden onderworpen. Toen de president dit paranoïde voorstel wegwuifde, wendde Hoover zich tot het Huis van Afgevaardigden en de Senaat en daar wist hij resp. Richard Nixon en Joseph McCarthy voor zijn heksenjacht te winnen. De vervolging van ‘On-Amerikaanse activiteiten’ was een feit en zou diepe sporen achterlaten in het Amerikaanse publieke bewustzijn. Het McCarthyisme luidde de Kouode Oorlog in maar in zekere zin bereidde het de VS en het bredere Westen ook voor op een collectieve psychose zoals die van de Oorlog tegen de Terreur.
Toch waren in de periode de technische middelen om de bevolking en haar vijanden te bespioneren nog beperkt, vandaar dat Eisenhower, toen nog stafchef van het Amerikaanse leger, de strijdkrachten in 1946 opriep om nauwer samen te werken met civiele research en ontwikkeling. Zo moesten nieuwe militaire machtsmiddelen worden verworven. In 1952 werd Eisenhower tot president gekozen. Met Nixon als vice-president maakte het McCarthyisme nog één laatste hoogtij mee; maar toe de Senator zijn pijlen richtte op het Amerikaanse leger werd hij afgeserveerd.
Het bespioneren van het berichtenverkeer werd echter voortgezet. In de periode 1947 tot 1975 verzamelde de NSA al miljoenen telegrammen die van en naar Amerikaanse adressen waren gestuurd, krachtens een geheime overeenkomst met drie telegrafiemaatschappijen. Op een computersysteem van de CIA waren 200.000 individuen geregistreerd en in één CIA-operatie, ‘CHAOS’ (1967-1973) belandden meer dan 7000 Amerikaanse burgers en meer dan 100 groepen in de registers.
Vandaag de dag is het afluisteren door de NSA en andere diensten onbeperkt geworden. In waarlijk Orwelliaanse geest (denk aan zijn ‘Ministerie van Waarheid’) zijn grote Internetbedrijven zoals Google behulpzaam om het zgn. nepnieuws af te vangen, zodat mensen niet aan ongewenste informatie (‘samenzweringstheorieën’) zullen worden blootgesteld. De maatschappijen hebben hun algoritmes bijgesteld om linkse sites niet langer te laten verschijnen bij het zoeken op Internet. De World Socialist Website, Global Research, en meer van zulke sites hebben al forse dalingen in aantallen bezoekers vastgesteld. Facebook volgt instructies van de Amerikaanse en Israëlische regeringen op om accounts met ongewenste informatie te verwijderen. Waarom doen ze dat anders dan ter wille van een Orwelliaanse ‘voortdurende oorlog’—tégen de bevolking?
Kees van der Pijl
Voor een complete tekst met verwijzingen, zie Surveillance Capitalism and Crisis