Oekraïne-referendum

Category
Oekraïne-referendum

Persbericht: Noodzaak incassobureau in te schakelen voor restbedrag toegekende subsidie:

Niet campagne-voerende organisaties maar overheid handelt dubieus inzake Oekraïne-referendum


Het bestuur van de stichting Centrum voor Geopolitiek zal komende week een incassobureau in moeten schakelen om het door de Referendumcommissie toegezegde restant van het uiteindelijke subsidiebedrag alsnog te ontvangen. De noodzaak hiertoe staat haaks op de tussentijdse evaluatie die de Referendumcommissie een half jaar geleden uitbracht en waarin het beeld werd geschetst als zouden incassobureau’s volop werk krijgen om een bedrag van 250.000 euro bij diverse campagne-voerende organisaties terug te vorderen.
Met dit beeld van circa 12,5% van het totaalbedrag aan kennelijk onder valse voorwendselen verkregen en dus terug te vorderen subsidiebedragen, droeg de Referendumcommissie bewust of onbewust bij aan een klimaat waarin de legitimiteit van het referendum en van de organisaties die in dit kader een campagne hadden opgezet zo veel mogelijk werd ondergraven. Een klimaat waarin de Tweede Kamer op haar allerlaatste vergaderdag voor de verkiezingen in haar huidige samenstelling alsnog een goedkeuringswet voor het Oekraïne-verdrag kon aannemen. Een verdrag dat op 6 april 2016 door een overgrote meerderheid van de opgekomen kiezers is afgewezen en waarvoor een meerderheid in de Tweede Kamer na 15 maart a.s. volgens de huidige peilingen kantje boord zou zijn geweest.

Onder de noemer “Oorlog is geen Oplossing” heeft het Centrum voor Geopolitiek vorig voorjaar een inhoudelijke campagne tegen het associatieverdrag met Oekraïne gevoerd, onder andere bestaande uit een referendumkrant, een bijeenkomst met internationale gasten in de Balie, een tournee langs tien verschillende steden in het hele land en een groot aantal youtube-filmpjes die nog steeds via de website toegankelijk zijn. Omdat tussen de verschillende deelactiviteiten met uitgaven was geschoven oordeelde de Referendumcommissie dat het Centrum voor Geopolitiek € 13.000 op de voorlopig door haar toegekende subsidie van € 49.000 terug diende te betalen.

Waar veel organisaties zich bij de uiteindelijke beslissing van de Referendumcommissie hebben neergelegd, heeft het Centrum voor Geopolitiek een bezwaarschrift ingediend bij de interne bezwaaradviescommissie van de Referendumcommissie. Op basis van dit bezwaarschrift en een hoorzitting op 25 november jl. stelde de bezwaaradviescommissie het Centrum voor Geopolitiek voor het overgrote deel in het gelijk. De Referendumcommissie heeft echter slechts de helft van het advies overgenomen en het Centrum voor Geopolitiek op 2 januari 2017 laten weten de voorgenomen korting tot ongeveer de helft, namelijk € 7.000 te reduceren. Het bestuur van het Centrum heeft vervolgens besloten niet in beroep te gaan, omdat het een punt wilde zetten achter deze al veel te lang slepende kwestie.

Tot een dergelijk afsluiting kon het helaas echter nog steeds niet komen. Sinds de brief van 2 januari waarin werd toegezegd het resterende bedrag (inclusief een vergoeding voor de gemaakte proceskosten) “zo spoedig mogelijk” op het rekening­nummer van het Centrum voor Geopolitiek over te maken, is van de Referendumcommissie taal noch teken vernomen. Op een op 6 februari jl. verzonden herinnering is niet gereageerd en dat geldt ook voor een op 1 maart jl. verzonden tweede herinnering waarin het Centrum voor Geopolitiek heeft aangekondigd dat het, mocht het op 2 januari toegezegde bedrag vóór 15 maart a.s. nog niet ontvangen zijn, zich helaas genoodzaakt ziet om een incassobureau in te schakelen.

De bovenstaande schets van de ervaringen van het Centrum voor Geopolitiek met de gang van zaken rond het Oekraïne-referendum maakt duidelijk dat in politieke en media veelgehoorde beschuldigingen van dubieus gedrag niet primair de subsidie-ontvangende organisaties zouden moeten betreffen, maar vooral de overheid zelf. Inhoudelijk qua uiteindelijke besluitvorming en financieel als het gaat om het nakomen van de door haar zelf aangegane verplichtingen.

media en nepnieuws, Oekraïne-referendum

En nu blijkt ook het Oekraïne-referendum door de Russen gehackt te zijn


Nog nooit zijn in zo korte tijd zoveel raadsels in de wereld opgelost. De verkiezing van Trump en de nederlaag van Hillary? Laat niemand denken dat dit een uiting was van onvrede bij de kiezers, o nee. Waren de mensen gevoelig voor een kandidaat die in plaats van de duizenden miljarden voor overzeese oorlogen, de vervallen infrastructuur en werkgelegenheid in de VS zelf wilde opvijzelen? Welnee, het werd allemaal vanuit Moskou geregisseerd! Hetzelfde met de Brexit, de opkomst van rechts-populisme in Frankrijk en elders, allemaal eenvoudig te verklaren. Poetin! 



Nu is als klap op de vuurpijl ook nog eens aan het licht gebracht dat het Nederlandse Oekraïne-referendum van 6 april jl. door de Russen gemanipuleerd is. De man die hiervan het willoze werktuig was, staat hierboven op de foto—scheidend SP-kamerlid Harry van Bommel. Dat wil zeggen, als we de New York Times moeten geloven.


Wat de krant over het referendum te melden heeft draait om het inmiddels niet meer weg te denken begrip ‘fake news’, nepnieuws. Ik denk dat het niet lang meer zal duren alvorens vriend en vijand het erover eens worden dat de invoering van deze term een rampzalige ontwikkeling is geweest. Het bericht in de New York Times is hiervan zelf een treffend voorbeeld.

Vanaf nu is het gedaan met verschil van beoordeling. Je hebt nieuws (officieel nieuws, de waarheid) en nep-nieuws. Maar degenen die het officiële nieuws in twijfel trekken, zullen dat op hun beurt ‘nepnieuws’ noemen, en zo wordt iedere dialoog verder onmogelijk gemaakt.

De New York Times maakte in de aanloop naar de invasie van Irak in 2003 een reeks verzonnen of verdraaide berichten openbaar die het publiek rijp maakten voor deze (voorlopig) grootste misdaad van de eeuw. Op 8 november 2001 berichtte de krant dat een Iraakse generaal trainingen voor vliegtuigkapers had bijgewoond. Dit bleek later verzonnen door de Iraakse balling Ahmed Chalabi, vertrouweling van de neocons die op een invasie aanstuurden. Alle volgende valse berichten die de weg moesten vrijmaken voor de invasie, zoals over Iraakse onderhandelingen met al-Qaeda in Praag, aankoop van uraniumoxide (‘yellowcake’) in Niger door het regime van Saddam Hoessein, de door marteling verkregen ‘informatie’ dat Irak terroristen trainde in het gebruik van chemische wapens, werden allemaal trouw door de New York Times verslagen, in plaats van onderzocht.

Op 8 september 2002 rapporteerde de krant dat Saddam aluminium buizen wilde kopen voor de verrijking van uranium en waarschuwde niet te wachten tot het bewijs zou zijn geleverd: een paddestoelwolk. Enzovoort.

Maar nu het bericht over het Oekraïne-referendum, ongetwijfeld bedoeld als cadeau aan Harry van Bommel, die donderdag 16 februari afscheid nam. Nog voor het ‘nepnieuws’ in stelling wordt gebracht, stapelt de krant al fout op fout. Het referendum zou zijn gegaan over een ‘trade pact’, maar handel is een EU-competentie. Nederland kon zich alleen uitspreken over de politieke implicaties van het associatieverdrag, dat o.a. in politiek-militaire samenwerking en standaardisering voorziet (artikelen 4, 7 en 10).

Van Bommel zou een team Oekraïense tegenstanders van ratificatie hebben gemobiliseerd, om te laten zien dat niet alle Oekraïeners vóór het verdrag waren. In de media waren immers dag in dag uit Oekraïense sporters en jongeren in beeld die om onze steun vroegen, maar dat vermeldt de NYT verder niet.

Daarentegen heeft de New York Times het Van Bommel-team overal in actie gezien, in de media en in het land, en de krant weet bovendien te melden dat het eigenlijk Russen waren OF Russisch-sprekende Oekraïeners (klein verschil; meer dan de helft van Oekraïne is Russischtalig). Ik ben met OorlogIsGeenOplossing weken lang in het hele land actief geweest voor de Nee-campagne, en heb maar één Oekraïense gezien (bij het lanceren van de campagne van de SP, waar ik ook iets mocht zeggen) en één keer een Russische dame die de hele avond zweeg (in Utrecht). Zou zij misschien behoord hebben tot ‘de meest actieve leden van het Oekraïne-team die in feite uit Rusland kwamen’—? Maar goed, ik heb ook geen NYT-reporters gezien, en zij hebben natuurlijk hun eigen bronnen.

De New York Times citeert ook De Volkskrant dat de Russen de Nederlandse verkiezingen van 15 maart onder vuur nemen. Maar die krant zit dan ook op hetzelfde anti-‘Poetin’-spoor.

Samenvattend: argumenten tegen het Associatieaccoord zijn geen argumenten maar berusten op ‘nepnieuws’. De mensen die tegen stemden hadden ook geen argumenten maar waren misleid door het team van Van Bommel dat ‘overal in actie’ was (behalve dat niemand ze gezien heeft).

Als verkiezingen of referenda een andere uitslag hebben dan ‘business as usual’, dan is de verklaring simpel. Nepnieuws, Russische hacks en propagandateams van het Kremlin. Alles met de complimenten van Vladimir Poetin.

Kees van der Pijl

Oekraïne-referendum

Bijsluiter Rutte komt op geen enkele manier aan bezwaren tegemoet

Vanavond zal de Tweede Kamer met premier Rutte debatteren over de zgn. “bijsluiter” (het “juridisch bindend besluit”) bij het Associatieverdrag met Oekraïne dat de Nederlandse regering tijdens de Europese Top van 15 en 16 december jl. wist binnen te halen. Rutte meldde tijdens zijn persconferentie opgetogen dat hiermee “alle Nederlandse punten zijn geadresseerd”. Zo zou in de bijsluiter staan dat het Associatieverdrag “geen collectieve veiligheidsgarantie en geen defensiesamenwerking” zou omvatten.


Onder de noemer “Oorlog is geen Oplossing” heeft het Centrum voor Geopolitiek rond het referendum een inhoudelijke campagne tegen juist deze punten in het verdrag gevoerd en naar onze opvatting komt de bijsluiter in het geheel niet tegemoet aan de toen geuite zorgen en bezwaren. En dat geldt zowel de tekst als de context van de bijsluiter, zo lieten we de Tweede Kamer per brief weten.

Om met de tekst te beginnen. Op het genoemde punt luidt de volledige tekst van de bijsluiter: “De Overeenkomst bevestigt de samenwerking met Oekraïne op het gebied van veiligheid, met name inzake conflictpreventie, crisis­beheersing en niet-verspreiding van massavernietigingswapens. De tekst behelst geen verplichting voor de Unie of de lidstaten om collectieve veiligheidsgaranties of andere militaire steun of bijstand aan Oekraïne te verstrekken.”


In deze passage wordt dus eerst de verdragstekst bevestigd waarin in de artikelen 4 t/m 13 gesproken wordt over het doel van “geleidelijke convergentie op het vlak van buitenlands beleid en veiligheid, zodat Oekraïne nog meer wordt betrokken bij de Europese ruimte van veiligheid (…) met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid” en over de praktische invulling daarvan “in het bijzonder met het oog op versterkte deelname van Oekraïne aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheer onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen, ook die in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

In samenhang met deze voorafgaande bevestiging van de verdragtekst blijft inhoudelijk weinig over van de toevoeging dat “geen collectieve veiligheidsgaranties of andere militaire steun of bijstand aan Oekraïne wordt verstrekt”. De collectieve veiligheidsgarantie blijft een punt van interpretatie hoe ver de “betrokkenheid bij de Europese ruimte van veiligheid” reikt; voor het overige wordt in bijsluiter enkel de “andere” (dan in het verdrag genoemde!) militaire steun of bijstand uitgesloten. De formulering “geen defensiesamenwerking” van premier Rutte in zijn persverklaring is dus ronduit misleidend en de bijsluiter vormt in ieder geval geen tegemoetkoming.

Dan de context. De bijsluiter was tijdens de Europese Raad van vorige week één van de 27 besluiten die de Raad nam, waarvan er 6 gingen over “de versterking van de Europese veiligheid en defensie in een moeilijk geopolitiek klimaat”. Ook premier Rutte benadrukte dat de bijsluiter ervoor kan zorgen “dat Europa een verenigd front is en kan blijven tegenover de in toenemende mate destabiliserende buitenlandse politiek van Rusland.”

Deze context staat op gespannen voet met de constatering in het vorige maand verschenen “Nationaal Referendum Onderzoek 2016” dat de “spanningen met Rusland” het meest gedeelde tegenargument vormen bij het referendum. Van de respondenten gaf volgens de onderzoekers 46,2% aan te geloven dat het Associatieverdrag de spanningen met Rusland verhoogt. Dit argument werd volgens hen ook gedeeld door veel kiezers die uiteindelijk toch “ja” stemden. Het was volgens de onderzoekers het meest overtuigende (zij het niet doorslaggevende) argument dat door “het nee-kamp” werd gehanteerd.

Dit signaal, dat bijna de helft van de deelnemers aan het Nationaal Referendum Onderzoek, zowel “ja”- als “nee”-stemmers, duidelijk maakten dat zij de spanningen met Rusland niet verder willen laten oplopen, wordt volkomen genegeerd in de door de Nederlandse regering en de Europese Raad genomen maatregelen die de spanningen alleen maar verder laten oplopen.

Een escalatie die bestaat uit het over en weer reageren op de laatste stap die de ander zojuist heeft gezet. Het systematisch onbenoemd laten van de reden van die andere partij om die laatste stap te zetten (zoals de premier afgelopen vrijdag deed door wel de stationering van Russische kruisraketten in de exclave Kaliningrad te noemen maar niet het daaraan voorafgaande NAVO-besluit tot plaatsing van anti-raketsystemen in Roemenië en Polen) houdt deze escalatie in stand. En dit wringt temeer omdat juist het Associatieverdrag een belangrijke eerste stap in dit escalatieproces vormde. Ook zonder veiligheidsgaranties zijn de EU-lidstaten samen met Oekraïne door het Associatieverdrag een (nieuwe koude) oorlog met Rusland in gerommeld.

Tekst noch context van de bijsluiter komen dus tegemoet aan de bezwaren die niet alleen bij de “nee”- maar ook, zo blijkt uit het aangehaalde onderzoek, ook onder de “ja”-stemmers leven en kunnen dus geen reden vormen voor het parlement om ondanks de referendumuitslag het Associatieverdrag te ratificeren.

Oekraïne-referendum

Woorden en daden. Hoe de Nederlandse regering de uitkomst van het Oekraïne-referendum verwerkt


Op 15 december jl. werd een bijeenkomst van de Europese Raad (de regeringsleiders van de EU-lidstaten) er door premier Rutte van overtuigd om een appendix aan het slotcommuniqué te hangen betreffende het resultaat van het Nederlandse referednum over het EU Associatieverdrag met Oekraïne op 6 april. Bedoeld om recht te doen aan de twee-derde meerderheid tegen ratificatie van dat verdrag en niettegenstaande de toezegging van de PvdA om de uitkomst als verbindend te beschouwen hoewel het een raadgevend referendum is, is wat Rutte meegebracht heeft een lege huls. 



De daden van het VVD-PvdA-kabinet laten er daarentegen geen enkele twijfel over bestaan hoe het de zorgen van Nederlandse kiezers (ook van diegenen die thuis bleven) interpreteert. Die zorgen betreffen het gevaar dat de anti-Russische regering van het corrupte Oekraïne ons in een grote Europese oorlog kan betrekken. Nu is sinds enkele dagen de militaire opslagbasis Eygelshoven (bij Kerkrade in Zuid-Limburg) opengesteld voor de aankomst van 1600 tanks en pantservoertuigen uit de Verenigde Staten. Zoals altijd, om de commandant van de Nederlandse strijdkrachten, Tom Middendorp te citeren, willen we een duidelijk, niet te missen signaal aan Rusland sturen dat we geen enkele schending van de territoriale integriteit van het NAVO-gebied zullen accepteren!


Het aanhangsel bij het communiqué van de Europese Raad benadrukt dat het Associatieaccoord met Oekraïne mikt op nauwe en duurzame betrekkingen, maar dat dit specifieke document geen aspirant-lidmaatschapsstatus verleent (punt A). Nu deed het dat nooit, dus dat is geen nieuws. Het herhaalt ook de overeengekomen veiligheidssamenwerking, maar geen toezegging van militaire bijstand—dus geen verplichting (B). Alweer oude koek. Mobiliteit van Oekraïeners wordt aangemoedigd, maar het is aan de lidstaten om te beslissen hoeveel ze er toestaan om te komen werken (C). En dan natuurlijk, doorgaan met ‘hervormingen’ (D), de strijd tegen de corruptie (onder Porosjenko! E) en democratie en mensenrechten (F).

Je moet het echt opnieuw lezen om te zien wat Rutte nu eigenlijk heeft meegebracht dat nieuw is. Niets dus. Er was in de Associatieovereenkomst nimmer sprake van dat Oekraïne kandidaatlid zou worden, en evenmin was er een toezegging tot militaire bijstand. Dus het zijn allemaal woorden, holle frasen, een grove belediging van al diegenen die bezorgd zijn over de provocerende uitbreiding van de invloed van de EU en de NAVO tot in het historische kerngebied van de Russische beschaving.

En nu de daden.

De veiligheidssituatie in Europa is een uiterst gevaarlijk stadium ingegaan nu de regering van Obama erop uit lijkt te zijn om zoveel mogelijk brandhaarden te creëren voordat Trump het overneemt. De mensen lachten nog wat toen Angela Merkel Duitse huishoudens adviseerde om voorraden voor tien dagen aan te leggen, zonder erbij te vertellen waarom. Vorige week schreef de Zweedse regering naar alle gemeentes in het land om zich op een oorlog voor te bereiden; daarover kan niet meer zo makkelijk gelachen worden. Zijn er dan geen politici die zorgen tot uitdrukking brengen over de agressiviteit van de NAVO? Jawel, maar meestal is dat van korte duur. De Duitse minister van buitenlandse zaken F.-W. Steinmeier, heeft kort nadat hij geklaagd had over het ‘wapengekletter’ van het bondgenootschap kennelijk besloten dat hij eigen liever president van de Bondsrepubliek wil worden (een zuiver ceremoniële functie). Hij zal opgevolgd worden door de geduchte wapenkletteraar Martin Schulz, voorzitter van het Europese Parlement. (Onwillekeurig denk je ook terug aan de Britse minister van buitenlandse zaken Jack Straw, die kort nadat hij had verklaard dat Engeland onder geen voorwaarden ook nog eens Iran zou binnenvallen, een onweerstaanbare drang ontwikkelde om voorzitter van het Lagerhuis te worden).

En nu heeft de Nederlandse regering nog eens blijk gegeven van haar gehoorzaamheid aan de oorlogspartij in de NAVO door toe te staan dat de VS een begin maken om 1 600 pantservoertuigen op te slaan in Limburg, vlak bij de Duitse grens

De eerste Abrams tanks, Bradley pantservoertuigen en Paladin artillerievoertuigen zijn al gearriveerd, als onderdeel van een door het Congres goedgekeurd plan om de militaire paraatheid van de NAVO in Europa op te voeren (prijskaartje, $3,4 miljard). Ook in Polen, België en Duitsland zijn opslaglocaties die volgens plan geopend gaan worden.

Eygelshoven is opgezet in 1985 om voorbereid te zijn op een Sovjet-aanval. Dat was het jaar waarin Gorbatjsov de leiding overnam in de USSR en het proces in gang zette dat zoals we achteraf kunnen zien, uiteindelijk leidde tot de capitulatie die de NAVO tot aan de Russische grens heeft gebracht. Generaal Middendorp zegt ook nog, dat toen hij de Baltische staten bezocht, ‘je, daar vlak aan de Russische grens, de gespannen sfeer kon voelen’.

Ja wat zou je anders verwachten? Als de Russen nu eens bij Eygelshoven stonden?

En is dat misschien ook niet de sleutel tot de hele situatie? Toen in West-Duitsland in 1985 het gevoel leefde dat er een kans bestond om met een verzoeningsgezinde regering in Moskou tot een accoord te komen over de hereniging met Oost-Duitsland, begon de VS de paraatheid om een ‘Sovjet-invasie’ af te slaan, op te voeren.

Nu een eigenzinnige Amerikaanse president (over wie we verder op geen enkel ander gebied enige illusie moeten hebben) op het punt staat een meer zakelijke koers tegenover Rusland in te slaan en daartoe een Exxon-topman als minister van buitenlandse zaken heeft benoemd, wordt de ‘Russische dreiging’ opeens weer acuut.

De Nederlandse regering heeft Washington toestemming gegeven de voorbereiding op een oorlog in Europa een nieuw, gevaarlijk stadium te laten ingaan. Dat zijn haar daden.

Daarnaast wil het de betekenisloze appendix over Oekraïne bij het communiqué van de Europese Raad verkopen als een teken dat het de Nederlandse kiezers serieus neemt. Maar dat zijn maar woorden.

Het wordt tijd dat deze regering wordt afgerekend op haar daden.

Kees van der Pijl

Oekraïne-referendum

PERSBERICHT – Centrum voor Geopolitiek roept Kamer op om door non-ratificatie aan te sturen op nieuwe onderhandelingen over Oekraïne

Aan de vooravond van het Kamerdebat over de uitslag van het Oekraïne-referendum heeft het Centrum voor Geopolitiek, dat voorafgaand aan het referendum van 6 april jl. onder de noemer “Oorlog is geen Oplossing” een campagne tegen het Associatieverdrag voerde, zich met een brief tot de Tweede Kamer gewend met de oproep om de uitslag serieus te nemen, het verdrag niet te ratificeren en dit niet als geopolitiek risico te zien, maar juist als “gouden kans” om de ontwikkeling van de nieuwe Koude Oorlog te vertragen of zelfs om te buigen.


Met betrekking tot het voorstel dat de regering vorige week naar de Kamer stuurde om aan te sturen op een aanvullend besluit van de Europese staats- en regeringsleiders dat tegemoet komt aan de voornaamste zorgen die tijdens het referendumdebat genoemd werden en dat dan in zou moeten houden “dat er geen sprake is van een collectieve veiligheidsgarantie voor Oekraïne en dat de Associatieovereenkomst de Lidstaten geen verplichting tot militaire samenwerking oplegt” merkt het Centrum voor Geopolitiek op dat een dergelijk voorstel op geen enkele manier de zorgen op dit punt wegneemt waarop juist door dit centrum expliciet een goed-geïnformeerde en inhoudelijke campagne op werd gevoerd.



Voorstel regering is strijdig met de verdragstekst

In relatie tot de verdragstekst zelf gaat het voorstel van de regering al mank omdat het geheel voorbij gaat aan de artikelen 4 t/m 13 van het verdrag waarin gesproken wordt over het doel van “geleidelijke convergentie op het vlak van buitenlands beleid en veiligheid, zodat Oekraïne nog meer wordt betrokken bij de Europese ruimte van veiligheid (…) met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid” en over de praktische invulling daarvan “in het bijzonder met het oog op versterkte deelname van Oekraïne aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheer onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen, ook die in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.” Aldus het Centrum voor Geopolitiek in haar brief. Als het de regering ernst zou zijn met het door haar voorgestelde besluit op dit punt, dan zou ze dus niet kunnen volstaan met het aansturen op een aanvullend besluit maar dient ze aan te sturen op een herziening van het Associatieverdrag door het starten van nieuwe onderhandelingen.

Dan zal echter, zo gaat het Centrum voor Geopolitiek verder, ook aan het licht moeten komen dat het niet alleen om de feitelijke verdragstekst gaat, maar om de hele geopolitieke constellatie waarin deze is opgesteld en door de verschillende betrokken regeringen is geaccordeerd. Het was nota bene de Raad van State die hier al de vinger op legde toen hij in december 2014 advies uitbracht en daarin de volgende “opmerking over de motivering van het voorstel” maakte: “In de toelichting wordt niet of nauwelijks aandacht besteed aan de actuele situatie in Oekraïne. In het licht van de doelstelling van de Associatieovereenkomst is dit wel van belang.” Ook uit de reactie van de regering op dit punt blijkt dat de Raad van State met deze opmerking doelde op de rol die het Associatieverdrag heeft gespeeld in de politieke ontwikkelingen in Oekraïne in het aan dit advies voorafgaande jaar. Het Associatieverdrag, dat tijdens de referendumcampagnes door de voorstanders ervan stelselmatig als “een heel normaal handelsverdrag” werd gepresenteerd, had het geopolitieke oogmerk om het grensland dat Oekraïne letterlijk is zowel politiek, militair als economisch volledig los te maken van de Russische invloedsfeer en te integreren in de Westerse politieke, militaire en economische invloedsfeer. De ondertekening van het Associatieverdrag was dè centrale kwestie in de machtswisseling in Kiev en de losmaking en annexatie van Krim, de ontwikkeling van de oorlog in Oost-Oekraïne en de met economische sancties en militair machtsvertoon hervatte Koude Oorlog van het Westen met Rusland in opeenvolgende reacties daarop.

Omdraaiing

In haar brief van 31 oktober jl. draait de regering deze samenhang tussen het Associatieverdrag en de spanningen tussen Rusland en het Westen echter om en komt ze tot de merkwaardige stelling dat als zij gehoor zou geven aan de nee-stem van de Nederlandse bevolking tegen het Associatieverdrag dit “verwachtbare negatieve gevolgen” zou hebben “in het bijzonder voor de stabiliteit aan de Europese oostgrens en de relatie met Rusland. (…) Nederlandse non-ratificatie zou Moskou in de kaart spelen en in Russische ogen een verdeelde EU laten zien die niet in staat is effectief invloed in de nabuurschapsregio uit te oefenen en de relatie met de buurlanden vorm te geven. Juist onze eensgezindheid is het beste antwoord op het Russische buitenlandse beleid dat leidt tot destabilisering aan Europa’s grenzen. Onze opvattingen hebben meer gewicht als we als Europa één front vormen, ook waar het de rol van Rusland in Syrië betreft.” Het feit alleen al dat dit hele citaat over de verhouding met Rusland, waarin zelfs de oorlog in Syrië figureert die helemaal niets met het Associatieverdrag met Oekraïne te maken heeft, als allereerste bezwaar tegen de Nederlandse non-ratificatie wordt genoemd en daarna pas de gevolgen voor de relatie met Oekraïne aan bod komen, geeft impliciet aan dat het ook in de ogen van de regering bij het Associatieverdrag in de eerste plaats om de geopolitieke betekenis van dit verdrag gaat en pas in tweede instantie om de handelsbepalingen met Oekraïne. Dit dus in tegenstelling tot haar argumentatie tijdens de referendumcampagne.

Naar de opvatting van het Centrum voor Geopolitiek, die ze zowel tijdens de referendumcampagne heeft uitgedragen als ook nu weer, vormt juist het Associatieverdrag zelf een grote bedreiging “voor de stabiliteit aan de Europese oostgrens en de relatie met Rusland”. Niet alleen door het Centrum zelf, maar ook door buitenlandse experts werd een Nederlandse nee-stem, gevolgd door de nog steeds in onze ogen enig mogelijke vervolgstap van non-ratificatie door de Nederlandse regering waardoor (met name het politieke en militaire onderdeel van) het Associatieverdrag niet in werking zou kunnen treden, als een gouden kans gezien om op deze dwaling terug te kunnen komen. Stephen F. Cohen van het American Committee for East-West Accord schreef in de referendumkrant van het Centrum: “Ik vind jullie initiatief bemoedigend en hoop dat het referendum in een luid ‘Nee’ resulteert waardoor het afglijden naar een Koude Oorlog tussen het Westen en Rusland wordt vertraagd of misschien zelfs omgebogen”. En ook een lid van de Duitse Bondsdag die op één van de door het Centrum georganiseerde referendumbijeenkomsten sprak, zei te hopen op een Nederlands ‘Nee’ dat in andere Europese landen zou moeten leiden tot een herbezinning op de volgens hem tamelijk onbezonnen ratificatie van het Associatieverdrag.

Opnieuw om tafel
Kortom, zo besluit het Centrum, de door de regering terecht waargenomen zorgen over de collectieve veiligheidsgarantie voor Oekraïne en de verplichting tot militaire samenwerking die het Associatieverdrag, anders dan de regering suggereert, wel d
egelijk impliceert, worden niet weggenomen door een aanvullend besluit, maar zullen moeten leiden tot het van tafel vegen van het voorliggende Associatieverdrag en tot nieuwe onderhandelingen met Oekraïne waarbij ook rekening wordt gehouden met de Russische belangen in haar relatie tot Oekraïne en tot het Westen. Dit is in onze ogen niet alleen de enige manier om recht te doen aan de referendumuitslag, maar ook aan de noodzaak om tot vrede en stabiliteit aan de Oostgrens van Europa te komen.

Oekraïne-referendum

Brief aan Tweede Kamer over duiding referendumuitslag

Met het oog op het Kamerdebat woensdagavond 13 april a.s. over de betekenis die uitslag van het referendum van 6 april jl. over het Associatieverdrag met Oekraïne heeft het Centrum voor Geopolitiek in de bijgevoegde brief haar opvattingen aan de woordvoerders toegezonden. Onder de naam Oorlog is geen Oplossing heeft het Centrum voor Geopolitiek zich ingespannen een doordachte, op feiten en argumenten gebaseerde bijdrage te leveren aan de Nee-campagne.


Geachte leden van de Tweede Kamer,

Aanstaande woensdagavond debatteert u over de betekenis die uitslag van het referendum van 6 april jl. over het Associatieverdrag met Oekraïne zal moeten hebben. In dit referendum of het EU-Associatieverdrag met Oekraïne moest worden geratificeerd, werd door twee-derde van de opgekomen stemmers Nee gezegd. Uit onderzoek van de NOS bleek dat van de thuisblijvers ongeveer een kwart niet had gestemd omdat de regering volgens hen toch niets met een uitslag zou doen.
Er is dus alle reden voor de regering en de partijen die eerder Ja hadden gezegd inzake dit verdrag, om de uitslag serieus te nemen—tenzij men van mening is dat het geen probleem is dat grote delen van het Nederlandse publiek geen vertrouwen hebben in het beleid op dit punt en twijfelen aan de bereidheid van Den Haag om aan de uitslag gehoor te geven.

Oorlog Is Geen Oplossing heeft zich ingespannen een doordachte, op feiten en argumenten gebaseerde bijdrage te leveren aan de Nee-campagne.

Nu aan de orde is wat er met de uitslag moet worden gedaan stellen wij voor om dit te betrekken op de defensiesamenwerking, zoals ook door premier Rutte in de media en door minister Koenders in zijn brief van vanochtend aan uw Kamer al is aangegeven. Zoals op onze website betoogd, heeft de machtsgreep van februari 2014 Oekraïense ultranationalisten en fascisten een sleutelrol in de defensie- en veiligheidsstructuren gegeven. M.n. de aanstelling van Andriy Paroebiy als secretaris van de Nationale Veiligheids- en Defensieraad, met Dmytro Jarosj als plaatsvervanger, illustreert hoezeer deze krachten de hoofdrol hebben opgeëist in het formuleren van een gewelddadig antwoord op het verzet tegen de staatsgreep van Russische dan wel anderszins op Rusland georiënteerde Oekraïeners en voorstanders van een federale staatsinrichting.

Door het EU-Associatieverdrag inclusief de defensieartikelen (4, 7 en 10) te tekenen, heeft Nederland zich met deze burgeroorlog accoord verklaard, en daarmee met het geweld dat tegen de bevolking in het oosten en zuiden is ontketend. Prof.dr. Richard Sakwa, een internationaal gerenommeerde Oekraïne-deskundige, betoogde op één van de door ons belegde discussiebijeenkomsten het dan ook onbegrijpelijk te vinden hoe de EU juist als waardengemeenschap, deze verwerpelijke gang van zaken feitelijk ondersteunt. De zojuist genoemde ultranationalisten en fascisten hebben telkens wanneer er mogelijkheden waren om tot een vergelijk te komen, hier met nieuwe gewelddaden op geantwoord.

Paroebiy trad drie weken na de ramp met vlucht MH17 af, maar is in zijn kwaliteit als medeoprichter (met Jatsenjoek) van de partij Volksfront, nog altijd vice-voorzitter van het parlement in Kiev.

De ombouw naar een op de EU gerichte, neoliberale economie in Oekraïne is al zover gevorderd dat de o.i. rampzalige gevolgen die dit voor het land zal hebben, niet door Nederland alleen zullen worden gekeerd (als men dit al zou willen). Maar de defensiesamenwerking kan opnieuw op de agenda komen, wat mogelijk is en ook steun zal kunnen verwerven in andere landen als Nederland een dergelijk amendement met feiten onderbouwt.

Tot nu toe zijn deze feiten grotendeels onbenoemd gebleven.

Wij doen een dringend beroep op de Kamer om de werkelijke gang van zaken die in februari 2014 leidden tot de aanstelling van Jatsenjoek tot premier, opnieuw te overwegen en binnen de EU een onderbouwd voorstel te doen om te komen tot het verwijderen van de defensiesamenwerking uit het Associatieverdrag alvorens tot ratificatie over te gaan.

Dit beroep doet overigens niet alleen recht aan de uitslag van het referendum, maar is ook in overeenstemming met het advies van de Raad van State bij het wetsvoorstel om het EU-Associatieverdrag te ratificeren, namelijk het belang dat de Raad in het licht van de doelstelling van het verdrag hecht aan de actuele situatie in Oekraïne.

Met vriendelijke groet,
namens Oorlog is geen Oplossing,

prof.dr. Kees van der Pijl

ir. Jan Schaake

Oekraïne-referendum

Discussiepunten over het Associatieaccoord (1). Soevereiniteit

In de discussies in de campagne voor het referendum over Oekraïne werd door diverse Ja-stemmers verwezen naar de ‘soevereiniteit’ van dat land. Met andere woorden, het recht om voor het Westen te kiezen. 



Een staat is soeverein als hij zelfstandig zijn positie in de internationale verhoudingen bepaalt. Dat is een principe dat werd vastgelegd bij de Westfaalse verdragen in 1648 (de vredesverdragen van Münster en Osnabrück die een eind maakten aan resp. de 80-jarige en de 30-jarige oorlog).

In de eeuw daarvoor hadden Bodin en Botero, in zekere zin ook Hugo de Groot, dit principe theoretisch voorbereid.

Dit is de definitie van soevereiniteit die door de NAVO en EU wordt gehanteerd bij hun streven om Oekraïne in het Westerse blok te trekken. In het grote debat in Delft op 4 april herinnerde VVD-kamerlid Ten Broeke mij eraan dat ik als politicoloog toch wel moest weten ‘wat soevereiniteit betekent’. 


Als het bij de Westfaalse verdragen was gebleven zou ik hem gelijk hebben moeten geven. In Münster en Osnabrück werd de vrede gesloten tussen onze republiek, de Franse en Zweedse monarchieën, de Duitse keizer, een aantal steden en politiek onafhankelijke bisschoppen, en ga zo maar door.

In de periode die volgde, werd dan ook opnieuw het begrip soevereiniteit tegen het licht gehouden. Want het ‘droit divin’, het goddelijk recht van de absolute vorsten zoals Lodewijk XIV van Frankrijk (‘de staat, dat ben ik’), gold bijvoorbeeld niet voor onze republiek.

Het antwoord kwam uit Engeland, dat in 1648 in een burgeroorlog was verwikkeld die pas in 1688 zou worden beslecht met een compromis gebaseerd op de ideeën van John Locke. Locke betoogde dat de soevereiniteit berust bij degenen die eigendom hebben, en dat de staat er is om die eigendom te beschermen. Dat idee werd bekroond met de aanstelling van de Nederlandse Willem van Oranje als koning, maar dan wel als een soort stadhouder net als in de Republiek, want hij moest accepteren dat zijn nazaten geen recht op de troon zouden hebben.

In de eeuw die volgde, de ‘Verlichting’, reisden veel denkers naar Engeland om met eigen ogen te zien hoe een vorst ‘in dienst’ was van het parlement van eigenaars. Voltaire, Montesquieu, en anderen trokken hieruit de conclusie dat de soevereiniteit berust bij de bezittende klasse, en Rousseau ging nog een stapje verder—de soevereiniteit berust bij het volk.

Dit idee triomfeerde in de Amerikaanse afscheiding van 1776 en in de Franse Revolutie dertien jaar later, en is nog vandaag de dag de grondslag van het moderne begrip van soevereiniteit—ook al schommelt het in de praktijk heen en weer tussen een soevereiniteit van de bezittende klasse en een werkelijke democratie. De soevereiniteit naar buiten is daarvan een afgeleide; de diplomatieke soevereiniteit van een staat die de volkssoevereiniteit ontkent, erkennen wij niet.

Daarom gaat het in Oekraïne natuurlijk niet over de definitie van 1648—dat zou betekenen dat als je maar de macht in de hoofdstad weet te pakken, je verder alle beslissingen mag nemen naar eigen inzicht. De soevereiniteit moet ook in Oekraïne berusten bij het volk. Als de helft van dat volk van zijn stem wordt beroofd door een staatsgreep en er zelfs oorlog tegen wordt gevoerd, is er geen soevereiniteit want dat is zonder democratie een lege huls.

En niet alleen in Oekraïne wordt de soevereiniteit in die zin ondermijnd, maar ook hier.

Ook dat is de betekenis van het Nee in het Oekraïne-referendum.

Kees van der Pijl

Oekraïne-referendum

Waarom de militaire samenwerking met Oekraïne moet worden geschrapt

Nu premier Rutte heeft aangekondigd een aantal maanden te gaan nadenken over wat er met de uitslag van het referendum over het Associatieverdrag met Oekraïne moet gebeuren, is het aan ons, de Nee-stemmers, om met voorstellen te komen. Wat het eigenlijke EU-deel betreft, daar is van alles aan te doen—maar dan hier, niet noodzakelijk in resp. met Oekraïne. Wat het politieke deel betreft is er wel iets mogelijk en dat is het schrappen van de defensiesamenwerking. Waarom? 


Oekraïne maakt dit halfjaar deel uit van de EU-battlegroup ‘Visegrad’

Natuurlijk heeft ook het ombouwen van Oekraïne tot een agrarisch wingewest van de EU op zich al geopolitieke consequenties. Door de plundertocht van de oligarchen, die in plaats van te investeren, hebben ingezet op het maximaal uitbuiten van de bestaande industrieën en de opbrengsten in veiligheid hebben gebracht in Cyprus, Nederland, en andere belastingparadijzen en zwart-geldsluizen, is de oudere industrie achterop geraakt. Vervolgens is door de anti-Russische politiek van na de staatsgreep van februari 2014 de goedkope energievoorziening (Russisch gas) van de meer traditionele industrie afgesneden en zijn de meest geavanceerde bedrijven zoals Antonov, Motor-Sich en andere, van hun belangrijkste afzetmarkt beroofd en gesloten. Tenslotte zorgt de EU-‘vrijhandel’ voor de ombouw naar megaplantages met genetisch gemodificeerde zonnebloem en maïs, alsmede de legbatterijen en plofkipbedrijven van Kosioek, een van de oligarchen. De industrie is afgeschreven, miljoenen zullen werkloos worden. En toch zal de strijd tegen die economische woestijnvorming niet primair in Oekraïne worden gestreden, die staat hier op de agenda. En zoals altijd in de Europese geschiedenis, is het Frankrijk dat daarbij voorop gaat.



Dan de defensiesamenwerking. Die moet van de baan, omdat de ultra-nationalistische, anti-Russische krachten die in februari 2014 met geweld de macht grepen, nog steeds sleutelposities in de staat bekleden. In de campagne voor het referendum werd dit door de ja-stemmers hardnekkig genegeerd of er werd gewezen op het feit dat de neo-Nazi partij Svoboda onder de kiesdrempel bleef, net als Rechtse Sector, de koepel van fascistische gewapende groepen op de Maidan. Maar dat is maar hoe je het bekijkt. De mede-oprichter van de partij die in 2004 tot Svoboda werd omgedoopt, Andriy Paroebiy, was hoofd van de gewapende groepen op de Maidan die meer dan honderd demonstranten en politie doodschoten. Hij voerde in de Duitse ambassade op de avond van 20 februari het overleg met de Amerikaanse ambassadeur en andere NAVO-ambassadeurs. De gewapende machtsovername bracht vervolgens Jatsenjoek, de door Victoria Nuland aangewezen premier, aan de regering. Paroebiy werd secretaris van de Nationale Veiligheids- en Defensieraad; Dmytro Jarosj, het hoofd van Rechtse Sector, werd zijn plaatsvervanger. Onder die Raad ressorteren het ministerie van defensie, alle strijdkrachten, de Nationale Garde, en de inlichtingendiensten. Paroebiy was ook actief betrokken bij de voorbereidingen van het bloedbad onder anti-Maidanbetogers in Odessa op 2 mei.

Drie weken na het neerhalen van MH17 in juli trad Paroebiy af als secretaris van de NVDR. Nog steeds weigert Kiev de radargegevens en de banden met de gesprekken tussen de verkeerstoren en het rampvliegtuig vrij te geven. Geen kleinigheid voor een land waarmee we volgens het Associatieaccoord militair samenwerken.

Kiesdrempel? In de verkiezingen eind 2014 werd de nieuwe partij van Jatsenjoek en Paroebiy, het Volksfront, met 22 procent de grootste. ‘Jats’ werd weer premier, Paroebiy vice-voorzitter van het parlement, en dat is hij nog steeds. ‘Jats’ voerde campagne met de commandant van het Azov-bataljon, een van de milities die in het oosten het vuile werk doen in de burgeroorlog. Dat bataljon voert de wolfsklauw als symbool, het halve hakenkruis van de Waffen-SS-divisie Das Reich, dat ook door de voorloper van de Svoboda-partij werd gevoerd. Enzovoort, enzovoort.

Ruim vijfentwintig jaar na het neerhalen van de Berlijnse muur bouwt Oekraïne een muur tegen Rusland. Dat moet de ‘veilige buitengrens’ van D’66 zijn. Die grens is echter niet veilig. Begin 2008 waarschuwde Poetin dat er geen militaire avonturen aan de Russische grenzen zouden worden geduld. Toen Sakaasjvili van Georgië op de dag van de opening van Olympische Spelen in Beijing desondanks de aanval opende op de afvallige provincie Zuid-Ossetië, stond het Russische 58ste leger klaar om dit af te straffen (Sakaasjvili is naar Oekraïne uitgeweken en inmiddels gouverneur van de provincie Odessa).

En dan zouden wij nu met Oekraïne, dat eveneens door een nationalistische politiek de Russische en anderszins op Rusland georiënteerde bevolking tot verzet heeft geprovoceerd en oorlog tegen hen voert, een gemeenschappelijke defensie gaan organiseren?

Kees van der Pijl

Oekraïne-referendum

De betekenis van het NEE

Het referendum van 6 april is met een klinkende overwinning van het Nee-kamp bekroond. Dat dit nu wordt gekleineerd onder verwijzing naar de geringe opkomst zou je bijna doen vergeten dat er op alle mogelijke manieren is geprobeerd het referendum als middel te kleineren. Wie dan bedenkt dat alle gevestigde partijen, van VVD tot GroenLinks, met de media trouw aan hun zijde, zich consequent voor een Ja hebben ingezet, zal begrijpen dat een tweederde meerderheid voor het Nee van grote betekenis is.



De inzet van Oorlog Is Geen Oplossing NL en het Centrum voor Geopolitiek voor een afwijzing van het EU-Associatieaccoord is er vanaf het begin op gericht geweest de kwaliteit van een Nee te verbeteren. 


Er was immers grote aarzeling vanwege het gehalte van Burgercomité en GeenStijl/Geen Peil, alsook de schaduw van Wilders die over dit referendum viel. Zijn vreemdelingenhaat en provinciaal Nederlanderschap is in veel opzichten verwant aan het Oekraïense ultranationalisme en de fascistische knokploegen waarvan de oligarchen daar zich bedienen om hun macht met geweld veilig te stellen en het verzet van de bevolking te kanaliseren in haat tussen de verschillende bevolkingsgroepen.

Vandaar dat O≠O het referendum inging onder het aanroepen van het oorlogsgevaar dat voortvloeit uit de politieke artikelen van het verdrag. Daarin wordt Oekraïne ingepast in de Westerse buitenlandse politiek en defensie, die tegen Rusland zijn gericht en bedoeld zijn om van alle niet-Russische republieken die bij de instorting van de Sovjet-Unie zijn gevormd, vooruitgeschoven posten van de NAVO en economische wingewesten van de EU te maken.

In die opstelling komen verzet tegen het opdringen van de NAVO en tegen de rücksichtlose uitbreiding van de EU bij elkaar. Dat is iets anders dan bekrompen anti-‘Brussel’-sentiment, al mag inmiddels wel toegegeven worden dat er terechte weerzin bestaat tegen een EU die de drijvende kracht is achter de neoliberale kaalslag die in geen enkel afzonderlijk EU-land door te zetten zou zijn, zoals we nu in Frankrijk zien. Het afwurgen van de Griekse en nu ook de Portugese democratie door die EU, het eerst naar Europa uitnodigen van de slachtoffers van de oorlogen die het Westen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika heeft ontketend, om ze vervolgens, als dit tot problemen leidt, terug te gaan deporteren, dat alles maakt dat het geen schande meer is om te zeggen, déze EU, dat hoeft voor mij niet meer.

In de diverse openbare bijeenkomsten die na onze start in De Balie in Amsterdam op 20 maart plaatsvonden zijn de scheidslijnen en overeenkomsten met andere, meestal sterkere onderdelen van het Nee-front een stuk duidelijker geworden. Op 20 maart hadden we als sprekers Nicolai Petro van de Universiteit van Rhode Island in de VS, Richard Sakwa van de Universiteit van Kent, het Bondsdaglid Andrej Hunko van Die Linke, en uit Nederland, Tiny Kox van de SP en journalist Stan van Houcke. Hun inspirerende lezingen staan op onze website. Sakwa, schrijver van Frontline Ukraine, was al naar Nederland gehaald door het Forum voor Demokratie van Thierry Baudet, die zelf ook in De Balie aanwezig was en die eraan hecht zichzelf als ‘rechts’ te presenteren.

Maar in de lokale bijeenkomsten, m.n. die in Utrecht en Amersfoort, kon ik vaststellen dat de door Baudet aangevoerde stroming niet zomaar in één hoek is weg te zetten. Immers, wat zich in deze campagne heeft afgetekend is het op het toneel verschijnen van een politieke onderstroom van mensen die niet meer door de media willen worden voorgelogen over de duivselse streken van ‘Poetin’, of door de gevestigde politiek met een kluitje in het riet willen worden gestuurd als zou het EU-Associatieverdrag alleen over ‘handel’ gaan. In zijn TV-debat met de opgeblazen Rob Riemen wist Baudet dit ook bekwaam te verwoorden. En de stroming die hij vertegenwoordigt is ook beslist niet over de hele breedte ‘rechts’ in de zin van bv. de gedachte dat Nederland door de grenzen te sluiten, de menselijke gevolgen van oorlog en armoede in de wereld buiten de deur kan houden.

Integendeel, er zijn legio aangrijpingspunten om mensen mee te krijgen in de gedachte dat oorlog en armoede zèlf moeten worden aangepakt, en dat daartoe de macht van NAVO en EU dringend moet wordt ingeperkt. Daarbij mag de humaniteit niet verloren gaan, omdat daarop alle betrokkenheid bij deze misstanden uiteindelijk teruggaat. Nog afgezien van het feit dat een Forum voor Demokratie zich toch moeilijk solidair kan verklaren met een PVV die om haar racistische and autoritaire leider niet bloot te stellen aan interne kritiek, niet eens een partij met leden is.

In het laatste debat waaraan ik mocht deelnemen, dat in de Aula van de TU Delft op maandagavond 4 april, werd vanuit de zaal een verklaring afgelegd, vanwege de emotie deels in ’t Russisch, door Dr Sergey Markhel. Hij was zelf zoals ik later hoorde,. getuige van de massamoord in Odessa in mei 2014, een misdaad waarvan we inmiddels weten dat die gepland was. Tien dagen voor het drama was in Kiev een voorbereidingsbijeenkomst met coup-president Toertsjinov, minister van binnenlandse zaken Avakov, en de neo-nazi Andriy Paroebiy, secretaris van de Nationale Veiligheids- en Defensieraad en vandaag de dag nog steeds vice-voorzitter van het parlement in Kiev. Avakov kwam met het idee om voetbal-hooligans in te zetten, en Paroebiy zou voor kogelvrije vesten zorgen. De oligarch Kolomoisky was eveneens geraadpleegd (hij woont in Genève) en stelde zijn Dnipro-1 bataljon ter beschikking van de operatie; tevens loofde hij een premie uit van $5000 voor iedere ‘pro-Russische separatist’ die gedood zou worden.

De uitkomst is bekend. Maar tijdens het debat in Delft verklaarde de woordvoerster van de PvdA dat ze bij haar parlementaire bezoek aan Odessa toch echt wel iets gehoord zou hebben als er zo’n voorval werkelijk had plaatsgevonden.

Na afloop kreeg ik van Dr Markhel een boekje met een uitgebreide reportage van de moordpartij in Odessa, geïllustreerd met door hemzelf gemaakte foto’s van het brandende vakbondsgebouw waarin rond de 50 mensen omkwamen. Ik denk dat het niet misplaatst is om ons Nederlandse Nee op te dragen aan de slachtoffers die daar en elders in de burgeroorlog, beginnend met de schietpartijen op het Maidanplein in februari 2014, zijn gevallen.

Dat was in ieder geval mijn motivatie om me tot het uiterste in te spannen dit schandalige en provoc
atieve verdrag te laten afwijzen.

Kees van der Pijl

Oekraïne-referendum

Referendumcampagne tegen het Associatieverdrag met Oekraïne

Op 6 april a.s., vindt het referendum over het Associatieverdrag met Oekraïne plaats. Het Centrum voor Geopolitiek voert onder de reeds langer bestaande naam “Oorlog is geen Oplossing” campagne met als kern dat het Associatieverdrag met Oekraïne niet alleen de verhoudingen binnen Oekraïne maar ook die tussen Rusland en het Westen op een onverantwoorde manier (verder) heeft doen verslechteren. Hierdoor is in delen van Oekraïne een daadwerkelijke oorlog gaande en is tussen Rusland en het Westen sprake van een hernieuwde Koude Oorlog waarbij over en weer met de inzet van kernwapens wordt gedreigd.



Alleen al om die reden zou het Associatieverdrag met Oekraïne volgens “Oorlog is geen Oplossing” moeten worden afgewezen en plaats moeten maken voor een stelsel van akkoorden dat recht doet aan de Oekraïense economie die deels afhankelijk is van handelsrelaties met het Westen, deels van die met Rusland en de restanten van de voormalige Sovjet-economie. Deze zienswijze zal Oorlog is geen Oplossing via een viertal campagne-activiteiten de komende vier weken voor het voetlicht brengen:

Oekraïne-referendum

Porosjenko-gate

Terwijl de media blijven proberen de onthullingen van de Panama-papers richting ‘Poetin’ te sturen wordt langzaam de conclusie onontkoombaar. De man die, gesterkt door het Associatieaccoord, in Oekraine het ‘grote gevecht met de corruptie’ gaat leveren is zelf een van de grootste schurken. 

Op de BBC werd het Panama-nieuws voorzien van een foto waarop Poetin de hand schudt van Assad, hoewel beiden niet zelf op de lijst staan maar via vrienden resp. schoonfamilie. Geen vrienden- of familiekring waar je jaloers op moet zijn, maar toch iets anders dan wanneer je zelf de spin in het web bent.
En zo iemand is volgens Kim Dasgupta in The Independent van vandaag onze hoogsteigen Petro Porosjenko.


De ‘Chocoladekdoning’ had bij zijn aantreden verzekerd dat hij zijn suikerwarenimperium Roshen zou verkopen, maar niet alleen is dat al twee jaar ‘niet gelukt’, er is nog meer aan de hand. Natuurlijk heeft dagblad Trouw vanochtend al iemand uit de partij van Porosjenko (!) gevonden die verzekert dat de president ‘de wet niet heeft overtreden’.
Maar ook buiten de partij van Porosjenko zijn er mensen die de zaken volgen, bv. Kim Dasgupta in The Independent van vandaag. Na lezing van dat verslag dringen zich andere conclusies op.

Zo heeft Oleksandr Klymenko, voormalig minister van belastingen, verklaard dat Porosjenko nog voor zijn verkiezing Klymenko onder druk had gezet om boetes die door de belastingautoriteiten aan Roshen waren opgelegd, in te trekken. Klymenko is nu in ballingschap omdat hij door de regering van Porosjenko strafrechtelijk wordt vervolgd, volgens Klymenko uit wraak.

Gelukkig maar dat de president ‘de wet niet heeft overtreden’.

In augustus 2014 waren Oekraiense troepen in felle gevechten gewikkeld met rebellen in de Donbas en op de 20ste van die maand sneuvelden meer dan duizend Oekraiense soldaten bij Ilovaisk. Dat debacle veroorzaakte grote verontwaardiging en het bracht minister van defensie Valeriy Heletey ertoe om ontslag te nemen.

President Porosjenko, onze man in Kiev, was die dag echter met andere zaken bezig, nl. met het inschrijven van een brievenbusmaatschappij, Prime Asset Partners Ltd, op de Britse Maagdeneilanden. Geholpen door het Panamese advocatenkantoor Mossack Fonseca.

Natuurlijk weten we dat de president ‘de wet niet heeft overtreden’.

Maar om nu koppig te blijven volhouden dat deze cynische multimiljardair ‘de corruptie gaat aanpakken’ zoals de voorstanders van het EU-Associatieaccoord denken, voert toch wat ver.

Kees van der Pijl

Oekraïne-referendum

VS geven nieuwe militaire hulp aan Kiev, onze nieuwe bondgenoot volgens het EU-Associatieverdrag

De Amerikaanse vice-president Joe Biden heeft aan Porosjenko nieuwe militaire hulp toegezegd ter waarde van 335 miljoen dollar. Een nuttige herinnering voor diegenen die ons dagelijks toeroepen dat het Associatieverdrag alleen maar over handel gaat—hoewel de laatste dagen een verschuiving is waar te nemen richting ‘de jeugd van Oekraine’ die ‘op ons rekent’. 



Hierboven een deel van de ‘jeugd van Oekraine’ dat in het oosten het handwerk doet in de burgeroorlog. Dit zijn dan de ‘nationalisten’ over wie in onze media hooguit een enkel sussend woord wordt gezegd—in een debat in Delft gisteren noemde Kati Piri van de PvdA de moord op anti-Maidandemonstranten in Odessa in mei 2014 een ‘samenzweringstheorie’. 


Biden heeft herhaaldelijk geklaagd dat hij vaker met Porosjenko spreekt dan met zijn vrouw, maar dat is niet de enige connectie met zijn familie. Zijn zoon is directeur bij Burisma Holdings, de grootste gasproducent van Oekraine. Eigenaar is Kolomoisky, de eigenaar van de grootste bank van het land, Privatbank, van olie- en gasopslag en van de enige raffinaderij en nog veel meer.

Na Porosjenko was Kolomoisky de grote overwinnaar van de coup van februari 2014, al zijn er verschillen. Porosjenko moet zich ten aanzien van Rusland enigszins gedeisd houden omdat hij daar belangrijke economische belangen heeft. Daarnaast, zo is nu door de ‘Panama papers’ bevestigd, is hij druk het schuiven met zijn miljarden, o.a. via Cyprus en Nederland.

Kolomoisky daarentegen is onder de oligarchen de belangrijkste vertegenwoordiger van de oorlogspartij. Hij financiert de hierboven afgebeelde eenheden, het Azov, het Aidar, zijn eigen Dnipro-1 en Dnipro-2 en nog andere, ultranationalistische en fascistische milities die het vuile werk doen in het oosten en er af en toe voor de baas ook een letterlijk ‘vijandige overname’ tussendoor doen.

Nu Kolomoisky en Porosjenko, na een eerdere aanvaring, weer dichter bij elkaar zijn komen te staan omdat Jatsenjoek het veld moet ruimen als premier, komt de nieuwe Amerikaanse militaire steun goed van pas.

De nieuwe hulp is bedoeld om het Oekraiense leger, de Nationale Garde (waarin Kiev probeert de extremistische bataljons te integreren zodat ze zich niet meer onverwacht tegen deze of gene oligarch of de regering kunnen keren), en de grensbewaking te versterken.

Natuurlijk heeft Biden gewaarschuwd dat de strijd tegen de corruptie moet worden opgevoerd, naast de door het IMF geeiste ‘hervormingen’ (afschaffen van subsidies, bezuinigingen, privatisering, liberalisering).

Maar die corruptiebestrijding zal geen eind maken aan de macht van de oligarchen, die met zwendel en verduistering, en in veel gevallen moord en doodslag, hun bezit hebben verworven.

Niet alleen Porosjenko is actief met schaduwfirma’s in belastingparadijzen, ook de andere oligarchen maken deel uit van die netwerken. Netwerken die weer vertakt zijn in het Westerse bankensysteem.

En die banken financieren ook weer politici die in onze media helemaal niet met corruptie worden geassocieerd, zoals Hillary Clinton, die nog steeds weigert de teksten vrij te geven van voordrachten die ze voor Goldman Sachs en andere Wall Street-firma’s heeft gegeven—en dan niet voor een fles wijn, maar voor vergoedingen met zes cijfers.

De Oekraiense oligarch Viktor Pintsjoek, een van de drie of vier rijkste mannen in zijn land, is de grootste buitenlandse donor van de Clinton Global Initiative, de familiestichting van Bill en Hillary.

Zou iemand werkelijk denken dat de door het Westen verlangde corruptiebestrijding de macht van deze lieden in Oekraine zal inperken?

Dat kan alleen een mobilisatie van de democratische krachten in het land, en die zijn door de burgeroorlog en de verarming zwakker dan ooit.

Daarom is het woord deze keer aan ons.

Kees van der Pijl