Syrië

Category
Amerikaans-Russische confrontatie, Syrië

Escalatie spanningen Rusland en VS bij strijd in Syrië

Het conflict in Syrië laat een haast oneindig scala van groepen, staten en belangen zien die zich in de strijd hebben gemengd. Er is weliswaar een ongemakkelijk soort anti-IS coalitie, maar de onderlinge belangen divergeren zodanig dat niemand weet wat het land te wachten staat als de Islamitische Staat zal zijn verslagen.

 

 

Toenemende spanningen anti-IS coalitie
Eén van de mogelijk nieuwe conflicten kwam half september al aan de oppervlakte bij de strijd rond het laatste machtsbolwerk van IS in Syrië, de olierijke regio rondom de stad Deir-ez-Zor. Het Syrische leger, onder bescherming van de Russen, naderde de stad vanuit het westen. Begin september openden de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDS), bestaande uit een coalitie van Syrische Koerden en Arabieren gesteund door de VS, “Operation Cizire Storm”. Deze operatie bevrijdt de omgeving van Deir-ez-Zor en de Eufraat vanuit het oosten.

 

Bij de bevrijding van Raqqa, de “hoofdstad” van IS, was nog sprake van coördinerend overleg tussen Koerdische strijders en het Russische leger. De Russen toonden zich ook voorstander van een plaats voor de Koerden aan de onderhandelingstafel tijdens vredesbesprekingen. Maar de verstandhouding wijzigde toen Russische gevechtsvliegtuigen vanaf 16 september posities van de SDS nabij Deir-ez-Zor bombardeerden, waarbij al een aantal gewonden viel.

Volgens het Russische Ministerie van Defensie zouden de SDS militanten “dezelfde doelen hebben als de IS terroristen”, want “Russische inlichtingen hadden geen bewijzen opgeleverd van onderlinge confrontaties”. De opmars van de SDS zou daarmee gefaciliteerd zijn door ISIS.

SDS aanwezigheid in Deir-ez-Zor zou een springplank voor de VS zijn in een race om controle over de olievelden rond deze stad. Aannemelijk is dat de Russen daarom bereid zijn de spanningen op te voeren als een uitdrukking van een groeiende wens Assad te ondersteunen bij het consolideren van belangrijke strategische posities. Inmiddels zijn de Russen zelf direct begonnen met het bouwen van een grote militaire basis nabij Deir-ez-Zor.

De SDS reageerde koel maar uitgesproken op de Russische escalatie. “Als de Russisch-Syrische aanvallen doorgaan, zullen wij ons legitieme recht op zelfverdediging gebruiken en in natura terugslaan”, aldus verschillende zegspersonen (en deze).

Coalitie met de VS
De laatste tijd zijn de Syrisch-Turkse relaties verbeterd, mede dankzij een bemiddelende rol van Moskou. Met het Kremlin gebonden aan Assad, Turkije en Iran, bestaat voor Rojava, zoals het autonome gebied wordt genoemd, eigenlijk geen beter alternatief voor de Amerikanen. Het is natuurlijk de vraag of de Koerden en bondgenoten zich werkelijk als een willoos verlengstuk van Amerikaanse belangen laten gebruiken.

Misschien is er ook iets te zeggen ter ondersteuning van de positie dat de Koerden voornamelijk reageren vanuit pragmatische motieven. De noodzaak van zelfbehoud maakt dat de Koerden niet al te kieskeurig kunnen zijn. Stalin ontving gedurende de Tweede Wereldoorlog wapens uit de VS (net als Groot Brittannië onder gunstige lend-lease contracten), maar niemand zou hem daarom tot een Amerikaanse trekpop verklaren.

Volgens het kantoor van Rojava voor de Benelux is “Amerikaanse interventie niet hetzelfde als het zelfbeschikkingsrecht van een volk”, dat zou de VS wel geleerd moeten hebben van hun falende beleid in Vietnam, Irak en Afghanistan. “Onze soevereiniteit is ons niet gegeven. We bouwen zelf ons eigen thuisland op volgens onze eigen leerstellingen (…) Partnerschap tussen de VS en Rojava reikt net zo ver als de grenzen van de bestaande overeenkomsten.

In principe wordt het autonome gebied Rojava, dat bestaat uit 3 kantons, bestuurd op basis van een constitutie die democratisch federalisme tot peiler van de nieuwe samenleving maakt. Kernpunt is, naast een sterke nadruk op gelijkberechtiging van vrouwen en etnische groepen, de vorming van zelfbestuur door middel van directe democratie op decentraal niveau, met name in gemeenschappen, dorpen en steden. Het federatieve principe, geleend uit het anarchisme, komt tot uiting in samenwerking van onderop in federaties van dorpen en steden, respectievelijk in een federatie van kantons en op een niveau hoger ook als autonome regio binnen de soevereine Syrische staat.

Dergelijke projecten leveren op zichzelf een reden om te ondersteunen. Van belang voor het Syrische conflict is met name dat de constitutie van Rojava het regime van Assad niet uitsluit en ook geen eigen “staat” voorstelt, laat staan oproept tot “regime change”. Volgens het kantoor van Rojava in de Benelux zal “de creatie van een federatief en democratisch systeem plaatsvinden in een soeverein Syrië. Wij ondersteunen een opdeling van Syrië niet. Maar tegelijkertijd accepteren wij ook geen tendensen naar meer centralisatie.” Dat lijkt een beduidend vriendelijkere positie dan die van de Irakese Koerden, die momenteel een referendum over afsplitsing organiseren.

Het Koerdische streven zou volgens pro-Assad pro-Russische bronnen evenwel gemakkelijk inpasbaar zijn in de ¨Nieuwe Amerikaanse Orde¨, een plan voor de regio dat zou inzetten op de creatie van ¨nieuwe Israëls¨. Nu regime-change in Syrië door de Russische hulp aan Assad van tafel is, zou het voor de VS voldoende zijn illegaal een stuk Syrisch land in bezit te laten nemen door haar Koerdische satellieten, om daar zelf op verder te borduren.

Het is nogal vergezocht te denken dat de VS de Syrische Koerden en hun bondgenoten hebben gebrain
washt een project op te zetten, dat ook volgens de Washington Post “een ideologie onderschrijft die rechtstreeks conflicteert met het beleid van de Verenigde Staten”. Maar eenmaal gekozen voor een bondgenootschap met de VS wordt Rojava kennelijk gewantrouwd als een mogelijke basis voor Amerikaanse aanwezigheid in Syrië. Die aanwezigheid wordt uiteraard door partijen als Assad, Iran, Hezbollah en Rusland als uiterst onwenselijk beschouwd.

Turkse druk
In de Amerikaanse media ziet men steun aan de PYD (Syrisch Koerdische partij) liever afkalven, aangezien de hulp aan de Koerden gelijk zou staan aan risico voor de coalitie met Turkije vanwege de invloed die de PKK in Rojava zou uitoefenen. Bovendien wordt, net als in de pro-Assad media, met groot wantrouwen gekeken naar het experiment in Rojava, dat weinig meer zou zijn dan een doorsnee “communistische éénpartijstaat met autoritaire tendensen”.

De Turken, die het Koerdisch nationalisme als veel groter gevaar zien dan salafistische rebellen of IS, proberen op deze gedachtegang in te spelen. President Erdogan ging afgelopen mei in hoogst eigen persoon in Washington op bezoek om te pleiten voor inperking van het Koerdische gevaar (en liet zijn lijfwachten nog wat protestanten in elkaar slaan om zijn punt te verhelderen).

Amerikaanse officials bleken enigszins responsief. “We hebben de YPG (Koerdische deel van SDS) niets beloofd”, zei een senior official daags na het Turkse bezoek. “We steunen de YPG omdat zij de enige troepenmacht op de grond zijn die op korte termijn gereed zijn in actie te komen. Dat is waar het stopt.”

De speciale relatie tussen NAVO land Turkije en de VS zorgt ervoor dat de VS bij diepere contacten met Rojava zal bedingen dat de regio zich conformeert in het belang van beperking van Turkse vervolging. Hoewel het momenteel een groot voordeel is voor de troepen van de SDS dat gevaar voor aanvallen uit het noorden en westen tijdelijk is geweken, is het de vraag of men op lange termijn bereid zal zijn het sociale experiment te verwateren en steun aan de PKK op te zeggen om aan Amerikaanse (of Russische) eisen te voldoen. Een andere vraag is of zij die keuze überhaupt hebben.

Toekomst voor Rojava?
Terechte kritiek op de coalitie met de Amerikanen is dat de milities uit Rojava zich nu mogelijk onder Amerikaanse invloed op strijdtonelen begeven waar geen Koerden wonen en te verdedigen zijn, zoals Deir-ez-Zor. Mogelijk zetten de Koerden in op vergaren van zoveel mogelijk wisselgeld voor een sterke positie aan de onderhandelingstafel. Een andere mogelijkheid is dat hun risicovolle opmars een tegenprestatie voor Amerikaanse steun betekent. Voor de oorlog tegen IS is het uiteraard een goede zaak dat Raqqa wordt veroverd, maar verdere militaire bemoeienissen met niet-Koerdische gebieden leveren ook gevaren op, zoals de Russische escalatie aantoont.

Met de VS als weinig vertrouwenwekkende bondgenoot en de vele vijanden die het Koerdische democratische federalisme kent, ziet de positie van Rojava er niet rooskleurig uit. De Koerden zullen met Rusland in het reine moeten komen, al geeft dat het Kremlin de nodige uitdagingen. Assad heeft, door de nakende winst op IS, aan zelfvertrouwen gewonnen en heeft ook verplichtingen naar landen als Iran en Turkije, die Koerdisch streven naar autonomie en Amerikaanse aanwezigheid zoveel mogelijk wensen in te perken.

Om een groot conflict tussen Rusland en de VS te voorkomen, zullen de aspiraties van Rojava zonder meer op het hakblok van geopolitieke belangen worden geofferd. De verwachting is dat mogelijk een zekere autonomie kan worden gehandhaafd, maar dat de prijs uiteindelijk misschien wel te hoog blijkt te zijn om de ontluikende progressieve krachten van de sociale revolutie te beschermen.

Hector Reban

Syrië

Hoe de Verenigde Staten de jihadisten bewapent, in Syrië en elders

Na twee gas-incidenten die allebei aan het Assad-regime in Syrië werden toegeschreven maar uiteindelijk provocaties door anderen bleken te zijn, is het Witte Huis samen met de strijdlustige VN-ambassadeur Nikki Haley ditmaal op de proppen gekomen met een waarschuwing vooraf. Nu beweren ze te weten dat er een nieuwe aanval met chemische wapens wordt gepland door Syrische regeringstroepen. En om niets aan het toeval over te laten, meldde Haley dat Rusland en Iran bij die voorbereidingen betrokken zijn.



Doorzichtiger kan het niet worden. De oorlogspartij in Washington, verwikkeld in een verbitterde interne machtsstrijd die niet lijkt te luwen, probeert al bij voorbaat de spanning op te voeren en dreigt niet alleen Assad aan te vallen, maar ook zijn Russische en Iraanse hulptroepen.

Dit valt samen met nieuwe agressie van de kant van Israël en Saoedi Arabië tegen resp. Syrië en Iran (via Qatar).

Zou het kunnen dat Washington zijn jihadistische bondgenoten een signaal geeft dat als zij een incident in scène zetten, daar onmiddellijk een Amerikaanse aanval op zal volgen? Dat er van coördinatie sprake is, is al lang geen geheim en als de jihadisten vandaag de dag een formidabele strijdmacht vormen dan is dat te danken aan de steun van de VS en andere Westerse landen samen met Turkije en Saoedi Arabië. In een stuk voor The American Conservative beschrijft Gareth Porter dit laatste met veel details.


Bij Westerse steun voor jihadisten in Syrië, Libië, en elders (niet in de laatste plaats, de zuidelijke grensgebieden van Rusland), moeten we ook altijd in gedachten houden dat de terreuraanslagen in grote Europese steden—Londen en Manchester, Parijs en Berlijn—eveneens van deze ondersteunende infrastructuur profiteren. Dat is niet hetzelfde als zeggen dat die aanslagen daarom ook door de Westerse sponsors worden gewild, maar in bepaalde gevallen kan dat een rol hebben gespeeld.

President Barack Obama was al in een vroeg stadium bij wapenleveranties aan de Syrische opstand betrokken, ook al probeerde hij aanvankelijk de steun te beperken. In september 2011 kwam hij onder druk te staan van Turkije, Saoedi Arabië en Qatar om anti-tank- en luchtdoelwapens te leveren aan de gewapende eenheden die deze landen in Syrië wilden opzetten. Obama weigerde die wapens direct te leveren maar stemde toe in het opzetten van een transportsysteem, zodat de wapens die de genoemde Soenni-staten wilden leveren, de begunstigden zouden bereiken. De CIA regelde daarop de verscheping van wapenvoorraden van het Gadaffi-regime die in Benghazi waren opgeslagen. Seymour Hersh onthulde in 2014 dat bedrijven die onder een deknaam voor de CIA werkten, die wapens naar kleine havens in Syrië vervoerden. Daarbij coördineerden Amerikaanse militairen het vervoer en Saoedi Arabië dekte de kosten.

De omvang en het kaliber van deze wapenleveranties zijn verbazend. Al in augustus 2012 bevatte één scheepslading niet alleen lichte wapens maar ook 400 houwitsers (artillerie). Tot die datum was er naar schatting al 2 750 ton wapens aan de rebellen geleverd. Na de NAVO regime-wisseling in Libië bestormden lokale milities echter de opslag bij de ambassade in Benghazi vanwaar de operatie werd gerund en in september werden deze leveranties gestaakt.

Met steun van de CIA werden Saoedische vertegenwoordigers toen in contact gebracht met Kroatië, waar grote voorraden wapens uit de Joegoslavische burgeroorlog waren opgeslagen, ook al een NAVO-operatie. Langs deze weg en met behulp van vrachtvliegtuigen werden alleen al in 2013 8 000 ton wapens via Turkije doorgevoerd naar Syrië. Die omvatten gepantserde raketlanceervoertuigen, luchtdoelartillerie, en gigantische hoeveelheden raketten, granaten en andere munitie. Het plan om de jihadisten van een volwaardig landleger te voorzien, inclusief een anti-tank-arsenaal van het meest geavanceerde type, was nu goed op weg om gerealiseerd te worden. Kroon op het werk was een order voor driehonderd tanks, te leveren door Servië.

In zijn tweede termijn besloot Obama het eerdere verbod op Amerikaanse leveranties van aanvalswapens aan anti-Assad groepen op te heffen. In december 2013 leverde de VS 15000 TOW anti-tank raketten aan de Saoedi’s voor een waarde van ongeveer $1 miljard, die aan groepen mocht worden geleverd die door de VS waren goedgekeurd. De TOW-raketten begonnen in 2014 in Syrië aan te komen en hadden spoedig een belangrijke uitwerking op het militaire evenwicht. Samen met de komst naar Syrië van 20000 buitenlandse strijders (via Turkije) maakte dit het al-Noesra front tot de hoofdmacht tegen Assad, aldus Porter. Mede als gevolg van de massale aanvoer van wapentuig en de tienduizenden buitenlandse strijders ontstond ook het fenomeen ISIS. Het Vrije Syrische Leger was al begin 2013 in feite in de jihadistische eenheden opgegaan.

Omdat Washington twijfels kreeg over de jihadistische groepen die steun ontvingen van Qatar en Turkije, verzocht het de Saoedi’s om hoogwaardige anti-tank wapens alleen aan bepaalde eenheden door te spelen. Maar in de loop van 2015 en ’16 bleken alle TOW-raketten in de arsenalen van al-Noesra te zijn beland.

De overgebleven ‘gematigde’ rebellen kregen bij de verovering van de provincie Idlib van de VS toestemming om zich bij de jihadisten aan te sluiten, en hetzelfde gold voor Aleppo, waar ze tenslotte verslagen werden. Toch bleek ook daar dat de sympathie van de media in het Westen uitgaat naar de jihadisten, inclusief hun zogenaamd humanitaire tak, de ‘Witte Helmen’.

De conclusie van dit alles kan alleen maar zijn dat de Verenigde Staten in Syrië en elders de meest reactionaire and wrede strijders steunen, een traditie die al decennia teruggaat. Alles om een regime dat Washington en zijn bondgenoten niet willen laten overleven, te dest
abiliseren. De ‘Oorlog tegen de Terreur’ is in feite een oorlog MET de terroristen en de enige vraag die nog overblijft is de mate waarin ook het terrorisme in West Europa wordt gestuurd door de door de VS gesteunde Soenni-coalitie in het Midden Oosten en Israël.

Kees van der Pijl

Amerikaans-Russische confrontatie, Syrië

Amerikaanse strategie in Syrië kan tot grote oorlog met Iran leiden en mogelijk met Rusland

Het neerhalen van een straaljager van het Syrische regeringsleger door een Amerikaans gevechtsvliegtuig boven Syrisch grondgebied, op 18 juni, enkele dagen later gevolgd door het neerschieten van een Iraanse drone, heeft het Westen een stap dichter bij een grote oorlog met Iran en mogelijk met Rusland gebracht. Dit zijn geen ongelukken meer. Er is een kennelijke strategie van de kant van de VS die niet veranderd is sinds het presidentschap van Obama en die in zekere zin volgt uit de oorlogsverklaring aan de wereld na 11 september 2001. Velen zullen zich herinneren hoe het neoconservatieve Project for a New American Century in het sleuteldocument van 2000, ‘Rebuilding America’s Defenses’ pleitte voor absolute militaire dominantie door de Verenigde Staten. De beruchte frase daarin dat slechts een ‘nieuw Pearl Harbour’ de noodzakelijke strategische veranderingen er door zou kunnen krijgen, werd bewaarheid met de aanvallen van 9/11. Sindsidien hebben de VS het Westen dieper in een nooit eindigende, mondiale oorlog meegetrokken en de situatie in Syrië vandaag kan alleen maar in dat perspectief worden begrepen. 



In het bredere kader van een oorlog tegen de wereld, die door de VS is ontketend en waar de EU sullig achteraan hobbelt, lijken de Amerikaanse acties in Syrië voornamelijk geïnspireerd te zijn door de noodzaak om de Shi’itische gordel te doorbreken die loopt van Hezbollah in Libanon, via het Assad-regime in Syrië en de eveneens pro-Iraanse regering in Irak, tot aan Iran zelf. 


De krachten in de kring rond Donald Trump die een conflict met Iran willen forceren, hebben op dit moment de overhand. Zelfs de relatief nuchtere Rex Tillerson, ex-Exxon CEO en nu minister van buitenlandse zaken, heeft zich openlijk voor regime-wisseling in Iran uitgesproken. Een obsessie die gedeeld wordt door Israël, waar het samenhangt met het korte-termijnstreven naar een definitieve overwinning op Hezbollah, alsmede door de monarchie van Saoedi Arabië, gebiologeerd door de ketters aan de overzijde van de Perzische Golf. Vandaar ook het conflict met Qatar, dat een groot olie- en gasveld deelt met Iran. Na Trumps bezoek aan Saoedi Arabië en gegeven het feit dat hij volledig in de tang zit van de meest hard-line Israëlische oorlogsstokers, is een confrontatie met Iran nog maar een kwestie van tijd. 

Dit is wat de Amerikaanse acties zo gevaarlijk maakt. Na het neerhalen van de Syrische Su-22 straaljager heeft Rusland, als belangrijkste bondgenoot van Syrië, de directe telefoonverbinding met de Amerikaanse militairen opgeschort. Moskou heeft aangekondigd dat het niet-uitgenodigde vliegtuigen in het Syrische luchtruim voortaan als doelwit beschouwt. Als gevolg daarvan heeft Australië zijn vliegtuigen teruggetrokken om niet terecht te komen in een oorlog die met de dag dichterbij komt. Maar andere ‘bondgenoten’ van Washington uit het volgzame NAVO-blok blijven. Volgens het Iraanse Fars persbureau worden Amerikaanse adviseurs bij de Syrische grensovergang met Jordanië, versterkt met Duitse, Britse, Tsjechische, Noorse en NEDERLANDSE militairen. Doelwit is een voorgenomen aanval op Deir Ezzor (Deir Az Zor, Dayr az-Zawr) aan de rivier de Euphraat in het oosten van Syrië.

Het Syrische regime, dat nog steeds in het offensief is, hoopt daar de ongeveer 10 000 man regeringstroepen te ontzetten die al meer dan vier jaar door ISIS worden omsingeld.

De VS en zijn regionale en NAVO-bondgenoten hebben het erop gemunt, dit te voorkomen. Dat is een al lang gevolgde strategie die al eerder uit een aantal aanvallen op Syrische regeringstroepen kon worden afgeleid.

In december 2015 vielen Amerikaanse straaljagers posities van de Syrische 7de divisie aan bij Deir Ezzor. Vier soldaten werden gedood, vele andere gewond. Vervolgens vielen Amerikaanse gevechtsvliegtuigen in september 2016 opnieuw Syrische posities bij Deir Ezzor aan, waarbij ditmaal 62 militairen omkwamen en meer dan honderd gewond. ISIS bestormde onmiddellijk na deze luchtaanvallen de Syrische basis, hetgeen tot beschuldigingen leidde dat de Amerikanen, direct of via tussenpersonen, de aanval met de jihadisten hadden gecoordineerd. Als gevolg van de aanval was het vliegveld van Deir Ezzor niet langer toegankelijk om de noodzakelijke goederen in te vliegen voor de troepen en de bevolking in de enclave.

Deze aanval en de gevolgen voor de ingesloten Syrische regeringstroepen en burgerbevolking brachten de Russen ertoe om de directe telefoonlijn met de Amerikaanse militairen, bedoeld om ongelukken in het luchtruim te voorkomen, te verbreken. Russische militairen hadden wanhopig geprobeerd om via deze telefoonverbinding de aanval te stoppen, maar van de kant van de VS werd beweerd dat er niemand bij de telefoon was omdat men niet verwachtte opgebeld te worden. Ondanks deze doorzichtige smoes hebben de Russen de directe telefoonverbinding later hersteld, maar dit keer moeten we vrezen dat die voor langere tijd is verbroken, mogelijk definitief.

ISIS staat op het punt zijn ‘hoofdsteden’, Raqqa in Syrië en Mosoel in Irak, te verliezen, in eerste instantie aan de Koerden. Alles wijst erop dat ze erop uit zijn om Deir Ezzor te veroveren, als vervangende hoofdstad, gelegen in het grootste aaneengesloten territorium dat door ISIS beheerst wordt. Dit is een uitkomst waaraan de Amerikaanse ‘coalitie’ kennelijk de voorkeur geeft boven een succesvolle ontzetting door het Syrische leger van de ingesloten troepen. Daarmee zou het regeringsleger 10 000 man extra beschikbaar hebben. Dit is een van de momenten waarop het duidelijk wordt, aldus Robert Fisk, dat het Westen in feite aan de kant staat van de jihadisten, tegen het regime van Assad. En dan vergeten we maar even dat ISIS jihadisten bij gelegenheid ook toeslaan in Europese steden, in het bijzonder wanneer in verkiezingstijd krachten die minder geneigd zijn om Amerikaanse instructies op te volgen, aan de winnende hand lijken.

Trump, Netanyahu en de Saoedische koning, Salman, die ISIS en zijn terreurnetwerk steunen, maken zich dus op voor een conflict met Iran, waar zojuist door vrije verkiezingen de verzoeningsgezinde regerin
g van Rouhani aan de macht is gebleven.

Hoewel het neerhalen van de Syrische straaljager nauwelijks in de Westerse media wordt genoemd, zijn we een nieuwe fase ingegaan van de oorlog tegen de wereld die de VS en zijn bondgenoten sinds 9/11 voeren.

Of moeten we nu toch echt gaan spreken van de Derde Wereldoorlog?

Kees van der Pijl

Syrië, Trump

De zwaarste oorlogsmisdaad: ongeprovoceerde aanval op een soevereine staat


De meeste mensen zullen zich herinneren dat de gasaanval in Syrië, die voor de regering-Trump aanleiding was om 59 Tomahawk kruisraketten af te vuren van marineschepen in de Middellandse Zee, een precedent had: de aanval met sarin-gas aan de rand van Damascus op 21 augustus 2013. Trump zelf, die vanaf de eerste dag van zijn presidentschap onder ongekende druk staat om het programma uit te voeren waarvan de neoconservatieve mainstream dacht dat Hillary het voor haar rekening zou nemen, prees zijn besluitvaardigheid aan als een teken dat hij het beter zou doen dan zijn voorganger Barack Obama. In Syrië zal de aanval weinig veranderen, maar in de verhouding met Rusland des te meer. 



Een Syrisch militair vliegveld aanvallen (foto) en dan nog een dat Assads strijdkrachten delen met Russische commando’s en helicopters, is nu net wat Obama nog verstandig genoeg was om te vermijden: een direct conflict met de enige nucleaire wereldmacht die de VS kan weerstaan als een conflict uit de hand zou lopen.

Natuurlijk is er ook nog een tweede kant aan de twee gasaanvallen: de waarschijnlijkheid dat het Syrische regime inderdaad de dader is geweest, is extreem laag dan wel nihil.
Wat betreft de aanval in 2013, dat was een provocatie door Turkije, dat de jihadistische opstand tegen Assad steunde. Een en ander werd onthuld door de journalist Seymour Hersh, maar in die periode was de neoconservatieve mainstream in de VS al zo sterk dat Hersh zijn bevindingen moest publiceren in de London Review of Books. Vandaag de dag zijn er nog weinig mensen die de conclusies van Hersh in twijfel trekken. Nadat Obama had aangekondigd dat gebruik van gas voor de VS de grens zou zijn om tot interventie over te gaa, vielen de Syrische rebellen en hun Turkse en Saoedische supporters bijna over elkaar heen om er dan ook voor te zorgen dat er zo’n gasaanval kwam.

Poetin hielp Obama toentertijd uit zijn benarde positie door voor te stellen dat Syrië zijn hele chemische wapenarsenaal aan de VN zou overhandigen, ter vernietiging. En dat gebeurde, en op 4 januari 2016 maakte de instantie die belast is met het toezicht op de chemische wapenbeheersing, het OPCW, bekend dat deze vernietiging (uitbesteed aan de Franse multinational, Veolia, die het in Texas uitvoerde) compleet was. Het OPCW kondigde aan dat het vanaf dat moment zorgvuldig zou toezien op het naleven van de Syrische toezegging dat daarmee de rol van chemische wapens wat Damascus betrof, beëindigd was, maar ook zou opletten op het mogelijke bezit van chemische wapens bij andere partijen in het conflict. 


Indertijd verklaarde de Russische president overigens ook nog dat het een volstrekt absurde stap voor het Assad-regime zou zijn geweest om op een moment dat het in het offensief was en zonder dat daar enig militair voordeel mee te behalen viel, zijn lot op het spel te zetten en een Amerikaanse interventie uit te lokken.

Ditmaal staat dat aspect nog meer op de voorgrond.

De Verenigde Staten hebben vanaf de invasie van Irak in 2003 moeten toezien hoe hun invloed in het Midden-Oosten steeds verder is verloren gegaan. Door het regime van Saddam Hoessein en de staat Irak te vernietigen heeft het het land in een niet aflatende chaos gestort en daarin is de Shia-meerderheid als de machtigste partij te voorschijn gekomen. Daarmee is ook de Iraanse invloed sterk toegenomen. Twee miljoen vluchtelingen uit Irak zochten een veilig heenkomen in naburig Syrië, maar daar waren al grote problemen, onder andere door de crisis in de landbouw als gevolg van grote droogte, waardoor nog meer mensen naar de steden trokken. Toen ook in Syrië de onvrede, aangestoken door de ‘Arabische lente’ die uit Noord-Afrika was overgewaaid, de kop opstak, en het Assad-regime daarop met overdreven geweld reageerde, was de burgeroorlog een feit. De opstand tegen Assad werd vervolgens gekaapt door jihadisten uit binnen- en buitenland.

De Russische interventie om de Syrische staat te redden (niet noodzakelijk de Assad-familie en -schoonfamilie, die door hun roofzuchtige privatiseringspolitiek de verarmde bevolking tot opstand hadden aangezet) hielp toen het tij te keren. De gasaanval van een week geleden, die voor de regering-Trump het Tomahawk-bombardement rechtvaardigde (een kostbare mislukking, want maar 23 van de 59 bereikten het doel; waar de overigen zijn neergekomen is nog onbekend) zou als het ’t werk van het Syrische leger zou zijn geweest, nog absurder zijn geweest dan de aanval van augustus 2013. Want na de verdrijving van de overgebleven jihadisten uit oost-Aleppo (inclusief de ‘humanitaire’ tak van al-Qaeda, de ‘Witte Helmen’), heeft het Assad-regime alle sociaal en economisch belangrijke delen van het land weer onder controle. Door de overgebleven rebellen in te sluiten in de provincie Idlib zijn deze in wezen gijzelaars van het Syrische leger geworden. Dat leger is inmiddels weer uitgegroeid tot een geduchte strijdmacht, al heeft Assad zich genoodzaakt gezien om zijn politie in het leger te laten opgaan, zo nijpend is het tekort aan mankracht. En dan zou een regime dat aan de winnende hand is, dat officieel afstand heeft gedaan van zijn verouderde chemische arsenaal, een Amerikaanse interventie willen uitlokken met een sarin-aanval?

Binnen de eerste 100 dagen van zijn presidentschap, heeft Trump vanuit zijn benarde positie de zwaarste oorlogsmisdaad van allemaal begaan, namelijk een ongeprovoceerde aanval op de soevereine staat Syrië, want dat is het nog steeds—alleen maar om zich te bevrijden uit het aanhoudende beleg van zijn presidentschap, omdat hij te zwak tegenover Rusland zou zijn. Het is een zorgwekkend teken dat de EU-landen, Nederland incluis, onmiddellijk hun steun hebben uitgesproken voor deze zware inbreuk op het internationale recht. Het siert de NOS dat ze in ieder geval een deskundige laten uitleggen hoe de vork hier in de steel zit.

Langzaam maar zeker zie je hoe de wereld naar een grote, algemene oorlog toedrijft, waarbij Iran en Rusland in de vuurlinie van het Westen liggen. Of slagen we er nog in het tij te keren?

Kees van der Pijl

Syrië

Aanval op Syrië zet relatie met Rusland op scherp en brengt geen vrede in Syrië

Afgelopen nacht heeft president Trump – die tijdens zijn verkiezingscampagne aangaf een nieuwe, gematigder benadering ten aanzien van de oorlog in Syrië voor te willen staan – Amerikaanse kruisraketten af laten vuren op een Syrische luchtmachtbasis bij Homs.



Dit als publieke strafmaatregel tegen de gifgasaanval tegen Syrische burgers waar ook hij de hand van de Syrische regering in zegt te zien. De foto’s die de hele wereld zijn overgegaan leveren voldoende bewijs van de vreselijke gevolgen van deze gifgasaanval, maar de bewijzen onder de beschuldigingen richting Syrische regering zijn minder overtuigend en lijken eerder gebaseerd op een veroordeling vooraf. Er zijn in de geschiedenis meer aanvallen opzettelijk aan de verkeerde partij toegeschreven om deze partij vervolgens militair aan te kunnen pakken. Met het Tonkin-incident als bekendste voorbeeld.


Het betreft hier een meer dan gevaarlijk moment. Er is sprake van een totale oorlogssituatie. En het is geen geheim dat president Trump een impulsief en veelal slecht-geïnformeerd bestuurder is. Zijn regering werd gedurende de eerste maanden gekenmerkt door meerdere misstappen, nederlagen en genante vertoningen. Na dit alles zou hij uit kunnen zijn op een “succes” en gelet de reacties van zijn Westerse bondgenoten op de raketaanval van afgelopen nacht, waarbij zijn grootste criticaster Guy Verhofstand zelfs twitterde “de eerste keer dat ik het niet diametraal tegenover Trump sta”, is hij daarin geslaagd.

Hoe anders in 2013. Net als toen hebben verschillende deskundige waarnemers er al op gewezen dat de gifgasaanval alle kenmerken heeft van een zogenaamde “valse vlag” operatie. De Syrische regering heeft, net als toen, geen enkel belang of motive om deze aanval uit te voeren. (Zie hiervoor: http://worldbeyondwar.org/syria-gas-attack-almost-certainly-false-flag/ en http://21stcenturywire.com/2017/04/04/reviving-the-chemical-weapons-lie-new-us-uk-calls-for-regime-change-military-attack-against-syria/)

Eén de leiders van de Amerikaanse organisatie “Veterans for Peace”, Gerry Gondon, heeft er reeds op gewezen dat het nieuws over de gifgasaanval door de rebellen in Syrië naar buiten is gebracht via hun eigen media die bekend staan voor het creëren van “regime change” propaganda tegen Assd. De bekende onderzoeksjournalist Seymour Hersh heeft verschillende bewijzen en aanwijzingen bijeen gebracht waaruit blijkt dat de laatste grote aanval met sarin-gas waarvan de Syrische regering werd beschuldigd in feite door terroristische groeperingen op Syrische bodem zijn uitgevoerd, daarbij geholpen door Turkije en Saoedi-Arabië. Hersh leverde daarmee ook bewijzen en aanwijzingen dat deze chemische wapens van Libië naar door de Amerikanen ondersteunde Syrische rebellen zijn vervoerd door de CIA en het toen door Hillary Clinton geleide Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

In de reguliere berichtgeving over de gifgasaanval van afgelopen week worden deze vragen en onderzoeken echter niet genoemd. Er wordt niet kritisch doorgevraagd; er mag vooral nergens aan getwijfeld worden; er worden alleen voorgekookte leugens herhaald en daarbij komen vooral mensen aan het woord die al langer een militaire interventie in Syrië bepleiten.

In 2013 wisten kritische deskundigen en opinieleiders in de Verenigde Staten en Europa de regering Obama er nog van een alomvattende militaire afstraffing te weerhouden. De aanval die Trump afgelopen nacht heeft uit laten voeren wordt echter met instemming begroet. Kennelijk begroeten de bondgenoten hiermee het feit dat Trump met deze aanval is teruggekomen op zijn verkiezingsbelofte om toenadering tot Rusland te zoeken en met de Russen samen aan een vredesregeling voor Syrië te werken. Om dezelfde reden betreuren wij deze stap van Trump: het zet de relatie met Rusland weer op scherp en een vredesregeling in Syrië is weer op grote afstand komen te staan. Het Westen heeft de afgelopen maanden een grote kans op ontspanning laten lopen.


Jan Schaake
Syrië

Het Westen kan maar niet stoppen met het afzetten van regeringen


Al enige tijd is de Verenigde Staten doende om de zogenaamde campagne tegen de Islamitische Staat om te zetten in een campagne om zelf vaste voet in de Syrische burgeroorlog te krijgen. Nadat Rusland, Iran en Hezbollah Assad te hulp zijn gekomen—mogelijk niet zozeer om het staatshoofd te redden als wel de staat zelf—is het Westen onder leiding van de VS op het verkeerde been gezet, en moest het in Syrië zijn toevlucht nemen tot verraderlijke acties die dan weer als vergissingen werden verkocht. 



Dit betreft natuurlijk op de eerste plaats de langdurige luchtaanval op Deir Ezzor, ten zuidoosten van Raqqa aan de Euphraat, half september. Men zal zich herinneren dat daarmee een eind werd gemaakt aan het staakt het vuren dat door de VS en Rusland was overeengekomen. Deir Ezzor viel in handen van ISIS door deze duidelijk in overleg met de terroristische organisatie gepleegde aanval, waarbij de hardliners in het Pentagon duidelijk maakten geen fiducie te hebben in de overeenkomst van Kerry met Lavrov. Terwijl de Russen probeerden de urenlange aanval te onderbreken door op te bellen, werd de telefoon niet opgenomen ‘omdat men geen telefonische boodschappen verwachtte’. Dit was natuurlijk volstrekt gelogen, het was een vooropgezette tactiek om ervoor te zorgen dat de rebellen een steunpunt konden veroveren op het regeringsleger zodat vervolgens de aanval op Raqqa kon worden ingezet.

Het doel van een verovering van Raqqa in het oosten van Syrië is om een stad te hebben (in normale tijden een met 300 000 inwoners) waar een anti-Assad-regering kan worden uitgeroepen die als verlengstuk van Washington gaat opereren. Dat de scheidslijn tussen de jihadisten en de zogenaamde gematigde oppositie in werkelijkheid niet bestaat, is algemeen bekend. Wapens die aan de gematigden worden geleverd worden voor het grootste deel weer doorverkocht aan de jihadisten, en de ‘gematigden’ hebben zelfs een gruwelijke video verspreid waarin zij een kind met een mes onthoofden om te laten zien dat ze van hetzelfde laken een pak zijn.

Ashton Carter, de hard-line minister van defensie in Washington, had op 13 januari al uitgelegd dat Mosul en Raqqa de twee doelen van de Amerikaanse strategie waren. Daarvan wilde hij ook niet afgebracht worden door de Kerry-Lavrov-overeenkomst over een staakt het vuren en daarom liet hij Amerikaanse straaljagers Deir Ezzor bombarderen. Vervolgens moest de strijd om Aleppo zo lang mogelijk volgehouden worden zodat het Syrische regeringsleger dat daar strijdt maar met zijn 100 000 man te zwak is om in verschillende gebieden tegelijk te kunnen vechten, niet in staat zal zijn om de situatie in het oosten, 500 kilometer van waar het in gevecht is, te beinvloeden zolang het bezig is te proberen de tweede stad van Syrië op de jihadisten te heroveren.

De aanval op Raqqa is voor de VS veel belangrijker dan Mosul, omdat Turkije aanspraak maakt op Mosul en Ankara niet van zins is om een Koerdische rol te accepteren nu Erdogan is complete burgeroorlog heeft ontketend tegen de Koerden (door de arrestatie van de parlementsleden van de HDP).

In Raqqa daarentegen is het Syrië van Assad’ de tegenstander en de Amerikanen hebben al die tijd volgehouden ‘dat hij moet opstappen’—zonder zich verder zorgen te maken over de rampzalige gevolgen die eerdere ‘regime change’ in Irak of Libië heeft gehad.

Maar nu wil het geval dat de ‘gematigden’ die tegen Raqqa worden gemobiliseerd ook Koerden zijn, nl. van de Syrische YPG, die nauwe banden heeft met de PKK, de aartsvijand van de huidige regering in Ankara. Dit in tegenstelling tot de Koerden uit Irak die in het beleg van Mosul worden ingezet. Zij (dus de YPG-Koerden) woren geadviseerd door enkele honderden Amerikaanse commando’s. Maar Turkije heeft al aangegeven dat het niet zal toestaan dat een strijdmacht die gedomineerd wordt door het YPG, Raqqa inneemt. Maar zonder de Koerden stellen de ‘gematigden’ helemaal niets voor, dus lijkt een patstelling tussen NAVO- ‘bondgenoten’ onvermijdelijk.

Zoals aangegeven in de eerdere beschouwing over Deir Ezzor, was de Amerikaanse manoeuvre om het staakt het vuren te torpederen bedoeld om de oorlog gaande te houden tot Hillary die kan overnemen en haar lang gekoesterde wens van een ‘no-fly’- zone over in ieder geval oost-Syrië te lanceren (aangezien Russische S-300 en 400 luchtafweerraketten in de gebieden die door het regeringsleger worden gecontroleerd zijn opgesteld met de instructie om iedere niet-geidentificeerde straaljager die in het Syrische luchtruim doordringt, neer te halen).

Nu is dus een echte hoofdstad voor de ‘gematigden’ die voor de VS de oorlog in Syrië voeren, binnen bereik, maar wat als dit de laatste druppel is die voor Turkije het ‘bondgenootschap’ contraproductief maakt?

Kees van der Pijl

Syrië

Pentagon laat Syrische basis in handen van ISIS vallen


In de film Dr Strangelove van Stanley Kubrick wordt een van de hoofdrollen gespeeld door de commandant van een Amerikaanse luchtmachtbasis die op eigen houtje zijn bommenwerpers op de Sovjet-Unie afstuurt. Een is er uiteindelijk niet meer terug te roepen en de film eindigt met grote paddestoelwolken en het lied ‘We’ll meet again, don’t know where, don’t know when’ van Vera Lynn. De basiscommandant is een complete psychopaat die er een theorie op na houdt dat alles draait om zuiver water en dat de communisten dat willen vervuilen. Later is vastgesteld dat ondanks aanvankelijke ontkenningen (de film is uit 1964) afzonderlijke commandanten wel degelijk dit soort acties kunnen ondernemen. Dan is het geen geruststelling dat het Amerikaanse officierscorps bijvoorbeeld nog genoeg fundamentalistische, evangelische Christenen in de gelederen heeft die geloven in allerlei varianten van de Apocalyps. 



Het accoord voor een wapenstilstand in Syrië dat na lang onderhandelen door Kerry en Lavrov werd gesloten en een week geleden is ingegaan, is door een Amerikaans bombardement op de Syrische legerbasis Jebel Tharda in het oosten van het land feitelijk beëindigd. Bij het bombardement kwamen 83 Syrische militairen om en raakten 120 gewond, waarna de basis door ISIS-strijders met succes werd bestormd en nu in handen is van de jihadisten. Een zware slag voor het regeringsleger omdat vanuit Jebel Tharda de luchtmachtsbasis bij Deir Ezzor (Dayr az Zawr) werd verdedigd, die nu onder vuur ligt van ISIS, en daarbij is al een Syrische straaljager neergeschoten.

De Russen riepen prompt een vergadering van de VN Veiligheidsraad bijeen, tot grote verontwaardiging van de Amerikanen die van een ‘vergissing’ blijven spreken. Toen de Russische VN-ambassadeur Tsjoerkin het woord nam, liep zijn Amerikaanse collega Samantha Power de zaal uit om een persconferentie te geven, waarin de Russen er weer van langs kregen.

Dit soort vergissingen is inmiddels te vaak voorgekomen om niet wantrouwig te worden. In 1999 bombardeerden de Amerikanen ‘per vergissing’ de Chinese ambassade in Belgrado tijdens de NAVO-bombardementen op doelen in Joegoslavië—zogenaamd omdat men een oude kaart had gebruikt.

Die misdadige oorlog is ook voor Syrië nog altijd relevant. In Joegoslavië fungeerde de NAVO-luchtmacht als luchtsteun voor het Kosovo Bevrijdingsleger, een maoïstische Albanese groep en inmiddels machthebbers annex centrum van de georganiseerde misdaad in deze afvallige provincie van Servië. In Libië werd het scenario herhaald—ook daar leverde de NAVO de luchtmacht voor jihadistische groepen die het regime van Gadaffi ten val brachten, opnieuw met rampzalige gevolgen voor de land, voor Afrika, en uiteindelijk ook voor Europa, omdat migranten die vroeger door Gadaffi werden tegengehouden en zelfs werk kregen in Libië, nu vrije doorgang hebben (als ze tenminste voorbij de elkaar nog steeds bestrijdende partijen in de burgeroorlog weten te komen).

Al de genoemde elementen zijn ook in Syrië in het spel. Amerikaanse en ‘coalitie’-luchtsteun voor jihadisten; regimewisseling in een VN-lidstaat; en ‘vergissingen’.

Een van de onderdelen van het accoord tussen Kerry en Lavrov was dat de VS de zgn. gematigde rebellen en de jihadisten uit elkaar zouden halen, zodat Amerikanen en Russen gezamenlijk ISIS zouden kunnen bestrijden. Al-Noesra, de inmiddels weer omgedoopte tak van al-Qaida in Syrië, is geen partij in de wapenstilstand, maar het Kerry-Lavrov-accoord bepaalt wel dat de Syrische regeringsstrijdkrachten al-Noesra alleen mogen aanvallen na voorafgaande toestemming van de Amerikanen.

Zo worden deze radicale groepen in feite beschermd, en Noesra maakte daar gebruik van om vanuit oost-Aleppo het door het regeringsleger gecontroleerde westen van de stad te beschieten. De Amerikanen gingen zelfs zover van Assad te eisen dat hulpgoederen naar het oosten van de stad moesten komen, en waarschuwde Moskou dat het geplande coördinatiecentrum in Jordanië, vanwaaruit de gezamenlijke luchtakties tegen ISIS zouden worden opgezet, er niet zou komen alvorens dit was geregeld.

Met het bombardement op de basis bij Deir Azzor is Washington nog een stap verder gegaan, want nu heeft de Amerikaanse luchtsteun zelfs ISIS aan een belangrijke overwinning geholpen.

Toen Kerry en Lavrov ruim een week geleden hun accoord bekend maakte, ging er een storm van verontwaardiging in het Pentagon op. Rusland was immers de nieuwe vijand? En dan zou nu militair samengewerkt worden? In dit geval hoefde er echter voor een ‘vergissing’ geen psychopatische luchtmachtcommandant te worden gemobiliseerd. De Amerikaanse minister van defensie, Ashton Carter, o.a. voorstander van een kernaanval op Noord-Korea, heeft zijn afkeuring over het door zijn collega Kerry gesloten accoord niet onder stoelen of banken gestoken. Dat is de achtergrond van de ‘vergissing’ bij Deir Ezzor.

Kees van der Pijl