lezingen/bijeenkomsten, WIV-referendum

Kees van der Pijl spreekt in Enschede over De Nieuwe Atlantische Politiestaat

A.s. donderdag 11 januari begint Enschede voor Vrede haar Referendum­campagne tegen de nieuwe wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten met een eerste van drie informatie- en discussieavonden die ze de komende maanden in het Auditorium van Concordia aan de Langestraat 56 zal organiseren. A.s. donderdag bijt prof.dr. Kees van der Pijl, emeritus hoogleraar politieke economie aan de School of Global Studies van de University of Sussex in Engeland, de spits af met het thema “De Noord-Atlantische politiestaat”: waarom worden wij in Europa door Amerikaanse veiligheidsdiensten als de NSA en met medewerking van onze eigen AIVD bespioneerd? De bijeenkomst begint om 19.30 uur en is vrij toegankelijk.

De drie informatie- en discussieavonden in Concordia maken deel uit van een campagne van Enschede voor Vrede waar de landelijke Referendumcommissie subsidie aan heeft toegekend. Daarmee hoort Enschede voor Vrede tot één van de eerste organisaties die van de Referendumcommissie een positieve beschikking heeft ontvangen. De twee andere bijeenkomsten vinden plaats op de donderdagavonden 8 februari en 8 maart. De eerste van deze twee over de afluisterposten in Nederland (de satellietschotels bij het Friese Burum en het antennepark bij Eibergen) waar informatie wordt verzameld dat aan andere landen wordt doorgeleverd die het veelal gebruiken voor hun oorlogvoering. Op de bijeenkomst van 8 maart staat de vraag centraal naar de zeggenschap over de doorgifte van alle gegevens die over ons worden verzameld in het kader van de Smart City die ook de gemeente Enschede wil zijn. Met deze vraag probeert Enschede voor Vrede een brug te slaan tussen het Referendum en de gemeenteraads­verkiezingen die beide op woensdag 21 maart a.s. zullen plaatsvinden. De sprekers voor deze twee bijeenkomsten zullen nog bekend worden gemaakt.

Daarnaast zullen in het kader van deze campagne nog een aantal andere activiteiten worden uitgevoerd, zoals de organisatie van nog een extra bijeenkomst en de verspreiding van informatiemateriaal, die echter voor het grootste deel eind februari en begin maart zullen plaatsvinden. Het Referendum over de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is tot stand gekomen dankzij een initiatief van een aantal Amsterdamse studenten die zich terecht zorgen maken over een zogenaamde ‘sleepnet’-methode die de wet de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten toestaat. Enschede voor Vrede deelt die zorg, maar focust in haar eigen campagne vooral op de doorgifte van de door de Nederlandse inlichtingendiensten verzamelde gegevens aan buitenlandse veiligheids­diensten die vaak een heel andere idee van wat voor hun veiligheid zou mogen wijken hebben dan wijzelf. Ook deze doorgifte naar buitenlandse diensten wordt in de onderhavige wet geregeld en vormt volgens Enschede voor Vrede voldoende reden tot zorg om bij het referendum tegen de wet te stemmen.

media en nepnieuws, MH17, Nederlandse politiek

Wordt MH17 ons 9/11? (28) Waarom de enige criticus van de Nederlandse regering tot zwijgen werd gebracht

Halverwege november kwam CDA-kamerlid Pieter Omtzigt onder vuur te liggen omdat hij op een bijeenkomst aan de VU over het neerhalen van vlucht MH17 een getuige zou hebben opgevoerd die feiten te berde bracht die tegen het officiële standpunt ingaan. Een privé-sms waarin Omtzigt de getuige behulpzaam wilde zijn met het inkorten van zijn verklaring aangezien die op zijn best een minuut de tijd zou krijgen, werd aan NRC Handelsblad doorgespeeld. De krant trok daarop Omtzigts geloofwaardigheid in twijfel en riep zelfs op tot zijn aftreden. 

 
 
Dit was niet alleen maar een manier om af te komen van het enige parlementslid dat er onophoudelijk op heeft aangedrongen dat de regering Rutte’s belofte inlost dat de onderste steen inzake MH17 boven moet komen. Omtzigt is daarnaast immers ook woordvoerder van zijn partij in belastingzaken, pensioenen en de euro en op dat vlak was hij een nog grotere zwakke plek voor de zittende macht. Dit is ook de reden waarom zijn behulpzaamheid jegens een Oekraïense man opeens werd opgetuigd als iets dat grensde aan landverraad.

Toen afgelopen mei de MH17-bijeenkomst aan de VU plaatsvond, waren de verkiezingen nog maar twee maanden achter de rug en er was nog geen nieuwe regering. De opname van de getuige (die de indruk wekte vooral uit te zijn op het verkrijgen van asiel in Nederland) bij het afleggen van zijn verklaring circuleerde al zonder veel opzien te baren. De bewering dat één of meer straaljagers waargenomen waren in de buurt van MH17 was al vele malen eerder gedaan door aanmerkelijke betrouwbaarder getuigen; hier was het niet eens de man zelf maar zijn vrouw die de vliegtuigen had gezien.

Nu dan naar november jl., toen NRC Handelsblad met zijn ‘primeur’ kwam, zes maanden na dato. Na een moeizame kabinetsformatie die de hele zomer in beslag nam, compleet met volledige vakanties, was er nu een regering van VVD, D66, CDA, and ChristenUnie (de laatste hielden de onderhandelingen nog eens voor een week op omdat hun voorman een popconcert in Duitsland moest bijwonen). Deze coalitie had echter maar 76 zetels, een meerderheid van één. En dan kwam ze ook nog eens met de aankondiging dat ze de dividendbelasting zou afschaffen, een cadeau aan de zakenwereld van 1,4 miljard euro per jaar—hoewel niet één van de coalitiepartners dat in hun verkiezingsprogramma’s had staan.
Maar goed, zoals Marx al vaststelde in het Communistisch Manifest, een regering is hooguit een comité dat de dagelijkse belangen van de kapitalistische klasse behartigt; en die klasse had het afschaffen van de dividendbelasting al lang op de agenda staan.
In 2009 presenteerde de voorzitter van werkgeversverbond VNO-NCW een rapport aan de toenmalige premier Balkenende over ons belang bij het hierheen halen van de hoofdkantoren van grote bedrijven en de noodzaak van het afschaffen van de dividendbelasting, bij alle al bestaande belastingvoordelen die ons land het bedrijfsleven biedt. Die hebben Nederland gemaakt tot de belangrijkste sluis in het doorlaten van geld dat op zoek is naar een veilige bestemming in een belastingparadijs. Hoe dan ook, volgens een recent onderzoek van onderzoeksbureau SOMO adviseerde het Ministerie van Financiën tegen het afschaffen van de dividendbelasting.
In 2014 was het de beurt aan de Amerikanse Kamer van Koophandel in Nederland (AmCham) om de staatssecretaris van financiën te vragen de dividendbelasting af te schaffen. Weer adviseerde het ministerie om dat niet te doen, met de waarschuwing dat het 1,6 miljard euro zou kosten en vooral buitenlandse eigenaren zou bevoordelen. Voortgaande onthullingen over belastingontduiking en publieke onrust daarover brachten de EU en de OESO er vervolgens toe om maatregelen te gaan voorbereiden tegen belastingparadijzen, en daardoor zou de Nederlandse rol als fiscale sluis mogelijk in het geding kunnen komen. Premier Rutte organiseerde daarom op 19 mei 2015 een diner in het Catshuis om te bespreken hoe Nederland de te verwachten problemen zou kunnen omzeilen. Prompt kwam Shell in april 2016 weer op de proppen met een verzoek om de dividendbelasting af te schaffen, als men tenminste wilde dat verdere ontginning van de Nederlandse gasreserves in het vereiste, gunstige zakenklimaat ter hand zou worden genomen.
Na de verkiezingen, waarin zoals gezegd de dividendbelasting niet ter sprake was gekomen, stelde de AmCham (waarin ook vele Nederlandse bedrijven, o.a. Shell, vertegenwoordigd zijn, zie American Chamber of Commerce) de belasting opnieuw aan de orde. In een investeerdersrapport uit mei, met de kabinetsformatie nog in volle gang, prees de AmCham het Nederlandse belastingstelsel maar waarschuwde tevens dat ons land achter begon te lopen in het verlagen van belasting op bedrijven. Een nieuwe regering zou daarom een duidelijk signaal aan buitenlandse investeerders moeten geven. Toen kwam de aankondiging van het nieuwe kabinet-Rutte III dat het de dividendbelasting per januari 2019 zou afschaffen. Algemene consternatie.
Nu dan terug naar Pieter Omtzigt, woordvoerder van zijn partij inzake MH17 en in belastingzaken. In de algemene beschouwingen over financiën in de Tweede Kamer op 8 november werd Omtzigt door andere kamerleden belaagd nadat hij verklaard had dat hij zich tegenover de ‘interessante plannen’ van het kabinet net zo kritisch zou opstellen als kamerlid voor de regeringscoalitie als hij dat had gedaan als lid van de oppositie. Hierdoor kwam hij onder vuur te liggen van Renske Leijten van de SP met de uitdrukkelijke uitnodiging om dan ook maar de oppositie te versterken inzake de dividendbelasting. Nadat Leijten de aanval had ingezet, kwamen ook andere oppositie- woordvoerders los, allemaal tegen Omtzigt alsof hij in zijn eentje het kabinet vertegenwoordigde.
Nadat Omtzigt de kwestie van de dividendbelasting doorverwezen had naar het kabinet, kwam hij te spreken over de belastingontduiking van de ‘Paradise Papers’. Op pagina 39 van de Handelingen wijst hij op het verdrag over uitwisseling van belastinggegevens van zwartspaarders en dat Nederland daarin achterblijft (het halfjaarlijkse rapport inzake belastingontduiking is per 1 januari 2017 ten onrechte niet in het centrale register gedeponeerd). Hij zegt dan dat hij uitkijkt naar de eerstvolgende rapportage, duidelijk aangevend dat hij de regering daarop ook zal aanspreken.
Was dit de druppel die de emmer deed operlopen? Nu immers kwam NRC Handelsblad binnen enkele dagen met wat we alleen maar kunnen kwalificeren als een karaktermoord op een van onze beste, meest integere parlementariërs. Door een half jaar oude kwestie van geen enkel belang op te rakelen kwam men zo ook af van de MH17-criticus die de regering, die er duidelijk op uit is de MH17-zaak in de doofpot te stoppen, consequent het vuur na aan de schenen heeft gelegd. En in plaats van Omtzigt te verdedigen, ging fractievoorzitter Buma met zijn luchtfietserij over ‘Russische inmenging’ de paranoïde sfeer waarin de NRC zijn laffe aanval kon lanceren, nog eens opwarmen. Het gewraakte kamerlid kon intussen weinig anders dan officieel verklaren dat hij niet langer woordvoerder over MH17 zou zijn.
Maar laat niemand denken dat daarmee de kwestie begraven is! (Wordt vervolgd)
Kees van der Pijl (met dank aan Babette U.)
media en nepnieuws, MH17

Wordt MH17 ons 9/11? (27) Bellingcat, hofleverancier van nepnieuws

2 november kwam The Intercept met een stuk van Avi Asher-Schapiro over de rol van beelden op sociale media bij de vervolging van oorlogsmisdaden. Daarin wordt het verwijderingsbeleid belicht dat sociale mediabedrijven hanteren voor gewelddadige video’s. Helaas raakt het webtijdschrift, opgezet door Glenn Greenwald, beroemd om zijn Snowden onthullingen, in dit geval het spoor bijster, en het is ook een verraderlijk onderwerp. Elliot Higgins, oprichter van ‘Bellingcat’ (foto) wordt hier als getuige opgevoerd; volgens The Intercept is dit ‘een in het Verenigde Koninkrijk gevestigde, gerenommeerde organisatie die zich wijdt aan het bestuderen van beelden uit conflictgebieden zoals Syrië, Oekraïne en Libië.’

 
 
Helaas is Bellingcat intussen zo vaak betrapt op het verspreiden van verzinsels dat Higgins wel de laatste zou moeten zijn om als onpartijdige arbiter erbij gehaald te worden om het kaf van het koren te scheiden.
 

YouTube, onderdeel van Google, zette eerder dit jaar een systeem van kunstmatige intelligentie in om extremistische propaganda van het internet te halen. Het resultaat was dat bijna 1000 groepen en individuen hun rapportages over de Syrische crisis kwijt waren. En dat lot trof dan ook nog eens onze ‘in het Verenigde Koninkrijk gevestigde, gerenommeerde organisatie’.

Ten aanzien van Syrië opereert Higgins als ‘Brown Moses’. In die hoedanigheid steunde hij de claims van de Amerikaanse regering dat een gasaanval in Ghouta in 2013 de verantwoordelijkheid was van het regime van Assad. De analyse van Seymour Hersh daarentegen was dat het een provocatie was om de VS zo ver te krijgen om in Syrië te interveniëren. Daarop volgde prompt de volgende dag een aanval van Higgins. Maar zijn beweringen werden weer onderuit gehaald door enkele specialisten van MIT die niet aarzelden om te verklaren dat Higgins ondanks de enorme hoeveelheid materiaal die hij had verzameld, ‘niet weet waar hij het over heeft’.

De rol van nepnieuws inzake de misdaden van vijanden is om een publiek dat daar weinig voor voelt, zo ver te krijgen dat het toch militaire avonturen gaat steunen. Dat hebben we kunnen zien bij de verzonnen aanval door Vietnamese patrouilleboten op Amerikaanse oorlogsschepen die aanleiding werd voor de luchtaanvallen op Noord-Vietnam, bij de massavernietigingswapens van Saddam Hoessein, en nog veel meer.

Op 15 juli 2014 kwam Higgins online als ‘Bellingcat’ om verslag te doen van de burgeroorlog in Oekraïne, die was uitgelokt door de (door de Amerikanen gesteunde) nationalistische staatsgreep in Kiev in februari van dat jaar. Twee dagen laten, op de 17de, werd Malaysian Airlines vlucht MH17 neergehaald, vlak bij de Russische grens. Zoals mijn te verschijnen boek over de zaak laat zien, overwogen Nederland en Australië ongeveer een week lang om een militaire operatie in oost-Oekraïne te starten, mogelijk met Amerikaanse steun.

Vanaf de eerste dag verbreidde Bellingcat de uiterst onaannemelijke claim van het ministerie van binnenlandse zaken in Kiev dat het vliegtuig neergeschoten was met een Buk luchtdoelraket afgevuurd van een lanceervoertuig dat door Rusland geleverd was aan de oost-Oekraïense rebellen (en daarna weer teruggereden). Sindsdien is Bellingcat door de mainstream media in het Westen als een serieuze nieuwsbron behandeld. Bij de start van de referendumcampagne over het EU associatieaccoord met Oekraïne begin 2016 werd op alle zenders uitgezonden dat Bellingcat zojuist ‘ontdekt had’ dat het neerhalen van MH17 geschied was op persoonlijk bevel van Poetin.

Uitgaande van Higgins’ norm voor geldig bewijs, zou het online gaan twee dagen voorafgaand aan de tragedie voldoende zijn om aan te tonen dat Bellingcat medeplichtig was aan het in elkaar zetten van een casus belli. Of was het een toevallige samenloop?

Iets anders is het om Higgins te beschrijven als ‘burgerjournalist’ of Brown Moses/Bellingcat als ‘in het Verenigde Koninkrijk gevestigde, gerenommeerde organisatie’, zoals The Intercept doet. Want ook ten aanzien van Oekraïne is Bellingcat weer betrapt op het verspreiden van leugens (Der Spiegel). De Bellingcat-agenda is de NAVO-agenda.

Higgins is immers met huid en haar verkocht aan de Atlantische veiligheidsstructuur. Hij is Non-Resident Fellow van het ‘New Information Frontiers Initiative’ van de Atlantic Council, het belangrijkste plannings- en adviesorgaan van de NAVO. In 2015 was hij co-auteur van een rapport voor de Council over de ‘Russische oorlog in Oekraïne’, dat hij ook in het Europese parlement mocht presenteren op uitnodiging van

Guy Verhofstadt, ook al een nieuwe Koude Oorlogsstrijder. Generaal Breedlove, wiens gehackte e-mails ik uitvoerig citeer in mijn boek, complimenteerde Bellingcat voor het traceren van Russische troepenbewegingen in Oekraïne. Daarnaast is Higgins Visiting Research Associate in het Centre for Science and Security Studies, onderdeel van het Department of War Studies, King’s College London.

Dus toen YouTube besloot om samen met Higgins een programma te ontwikkelen genaamd ‘Montage’ om de analyse van conflictvideos via crowdsourcing te financieren (hoewel ze eerst zijn materiaal hadden verwijderd) werkte YouTube met een vertrouwde partner. Maar goed, zoals Nafeez Ahmed heeft laten zien, zijn Google/YouTube, Facebook, en andere sociale mediabedrijven altijd in bed geweest met de Amerikaanse nationale ve
iligheidsstaat.

Higgins heeft in een tweet mijn nog te verschijnen boek een ‘monument van domheid’ genoemd. Van een man die zijn bewijs zo zorgvuldig behandelt, kan ik dat alleen maar als compliment beschouwen. Want zelfs de Duitse vertaling, die het eerst zal verschijnen, is nog niet uit en hij kan er dus geen regel van gelezen hebben.

Misschien moet The Intercept in het vervolg ook iets iets beter uitkijken wie ze het woord geven.

Kees van der Pijl

Amerikaans-Russische confrontatie, Syrië

Escalatie spanningen Rusland en VS bij strijd in Syrië

Het conflict in Syrië laat een haast oneindig scala van groepen, staten en belangen zien die zich in de strijd hebben gemengd. Er is weliswaar een ongemakkelijk soort anti-IS coalitie, maar de onderlinge belangen divergeren zodanig dat niemand weet wat het land te wachten staat als de Islamitische Staat zal zijn verslagen.

 

 

Toenemende spanningen anti-IS coalitie
Eén van de mogelijk nieuwe conflicten kwam half september al aan de oppervlakte bij de strijd rond het laatste machtsbolwerk van IS in Syrië, de olierijke regio rondom de stad Deir-ez-Zor. Het Syrische leger, onder bescherming van de Russen, naderde de stad vanuit het westen. Begin september openden de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDS), bestaande uit een coalitie van Syrische Koerden en Arabieren gesteund door de VS, “Operation Cizire Storm”. Deze operatie bevrijdt de omgeving van Deir-ez-Zor en de Eufraat vanuit het oosten.

 

Bij de bevrijding van Raqqa, de “hoofdstad” van IS, was nog sprake van coördinerend overleg tussen Koerdische strijders en het Russische leger. De Russen toonden zich ook voorstander van een plaats voor de Koerden aan de onderhandelingstafel tijdens vredesbesprekingen. Maar de verstandhouding wijzigde toen Russische gevechtsvliegtuigen vanaf 16 september posities van de SDS nabij Deir-ez-Zor bombardeerden, waarbij al een aantal gewonden viel.

Volgens het Russische Ministerie van Defensie zouden de SDS militanten “dezelfde doelen hebben als de IS terroristen”, want “Russische inlichtingen hadden geen bewijzen opgeleverd van onderlinge confrontaties”. De opmars van de SDS zou daarmee gefaciliteerd zijn door ISIS.

SDS aanwezigheid in Deir-ez-Zor zou een springplank voor de VS zijn in een race om controle over de olievelden rond deze stad. Aannemelijk is dat de Russen daarom bereid zijn de spanningen op te voeren als een uitdrukking van een groeiende wens Assad te ondersteunen bij het consolideren van belangrijke strategische posities. Inmiddels zijn de Russen zelf direct begonnen met het bouwen van een grote militaire basis nabij Deir-ez-Zor.

De SDS reageerde koel maar uitgesproken op de Russische escalatie. “Als de Russisch-Syrische aanvallen doorgaan, zullen wij ons legitieme recht op zelfverdediging gebruiken en in natura terugslaan”, aldus verschillende zegspersonen (en deze).

Coalitie met de VS
De laatste tijd zijn de Syrisch-Turkse relaties verbeterd, mede dankzij een bemiddelende rol van Moskou. Met het Kremlin gebonden aan Assad, Turkije en Iran, bestaat voor Rojava, zoals het autonome gebied wordt genoemd, eigenlijk geen beter alternatief voor de Amerikanen. Het is natuurlijk de vraag of de Koerden en bondgenoten zich werkelijk als een willoos verlengstuk van Amerikaanse belangen laten gebruiken.

Misschien is er ook iets te zeggen ter ondersteuning van de positie dat de Koerden voornamelijk reageren vanuit pragmatische motieven. De noodzaak van zelfbehoud maakt dat de Koerden niet al te kieskeurig kunnen zijn. Stalin ontving gedurende de Tweede Wereldoorlog wapens uit de VS (net als Groot Brittannië onder gunstige lend-lease contracten), maar niemand zou hem daarom tot een Amerikaanse trekpop verklaren.

Volgens het kantoor van Rojava voor de Benelux is “Amerikaanse interventie niet hetzelfde als het zelfbeschikkingsrecht van een volk”, dat zou de VS wel geleerd moeten hebben van hun falende beleid in Vietnam, Irak en Afghanistan. “Onze soevereiniteit is ons niet gegeven. We bouwen zelf ons eigen thuisland op volgens onze eigen leerstellingen (…) Partnerschap tussen de VS en Rojava reikt net zo ver als de grenzen van de bestaande overeenkomsten.

In principe wordt het autonome gebied Rojava, dat bestaat uit 3 kantons, bestuurd op basis van een constitutie die democratisch federalisme tot peiler van de nieuwe samenleving maakt. Kernpunt is, naast een sterke nadruk op gelijkberechtiging van vrouwen en etnische groepen, de vorming van zelfbestuur door middel van directe democratie op decentraal niveau, met name in gemeenschappen, dorpen en steden. Het federatieve principe, geleend uit het anarchisme, komt tot uiting in samenwerking van onderop in federaties van dorpen en steden, respectievelijk in een federatie van kantons en op een niveau hoger ook als autonome regio binnen de soevereine Syrische staat.

Dergelijke projecten leveren op zichzelf een reden om te ondersteunen. Van belang voor het Syrische conflict is met name dat de constitutie van Rojava het regime van Assad niet uitsluit en ook geen eigen “staat” voorstelt, laat staan oproept tot “regime change”. Volgens het kantoor van Rojava in de Benelux zal “de creatie van een federatief en democratisch systeem plaatsvinden in een soeverein Syrië. Wij ondersteunen een opdeling van Syrië niet. Maar tegelijkertijd accepteren wij ook geen tendensen naar meer centralisatie.” Dat lijkt een beduidend vriendelijkere positie dan die van de Irakese Koerden, die momenteel een referendum over afsplitsing organiseren.

Het Koerdische streven zou volgens pro-Assad pro-Russische bronnen evenwel gemakkelijk inpasbaar zijn in de ¨Nieuwe Amerikaanse Orde¨, een plan voor de regio dat zou inzetten op de creatie van ¨nieuwe Israëls¨. Nu regime-change in Syrië door de Russische hulp aan Assad van tafel is, zou het voor de VS voldoende zijn illegaal een stuk Syrisch land in bezit te laten nemen door haar Koerdische satellieten, om daar zelf op verder te borduren.

Het is nogal vergezocht te denken dat de VS de Syrische Koerden en hun bondgenoten hebben gebrain
washt een project op te zetten, dat ook volgens de Washington Post “een ideologie onderschrijft die rechtstreeks conflicteert met het beleid van de Verenigde Staten”. Maar eenmaal gekozen voor een bondgenootschap met de VS wordt Rojava kennelijk gewantrouwd als een mogelijke basis voor Amerikaanse aanwezigheid in Syrië. Die aanwezigheid wordt uiteraard door partijen als Assad, Iran, Hezbollah en Rusland als uiterst onwenselijk beschouwd.

Turkse druk
In de Amerikaanse media ziet men steun aan de PYD (Syrisch Koerdische partij) liever afkalven, aangezien de hulp aan de Koerden gelijk zou staan aan risico voor de coalitie met Turkije vanwege de invloed die de PKK in Rojava zou uitoefenen. Bovendien wordt, net als in de pro-Assad media, met groot wantrouwen gekeken naar het experiment in Rojava, dat weinig meer zou zijn dan een doorsnee “communistische éénpartijstaat met autoritaire tendensen”.

De Turken, die het Koerdisch nationalisme als veel groter gevaar zien dan salafistische rebellen of IS, proberen op deze gedachtegang in te spelen. President Erdogan ging afgelopen mei in hoogst eigen persoon in Washington op bezoek om te pleiten voor inperking van het Koerdische gevaar (en liet zijn lijfwachten nog wat protestanten in elkaar slaan om zijn punt te verhelderen).

Amerikaanse officials bleken enigszins responsief. “We hebben de YPG (Koerdische deel van SDS) niets beloofd”, zei een senior official daags na het Turkse bezoek. “We steunen de YPG omdat zij de enige troepenmacht op de grond zijn die op korte termijn gereed zijn in actie te komen. Dat is waar het stopt.”

De speciale relatie tussen NAVO land Turkije en de VS zorgt ervoor dat de VS bij diepere contacten met Rojava zal bedingen dat de regio zich conformeert in het belang van beperking van Turkse vervolging. Hoewel het momenteel een groot voordeel is voor de troepen van de SDS dat gevaar voor aanvallen uit het noorden en westen tijdelijk is geweken, is het de vraag of men op lange termijn bereid zal zijn het sociale experiment te verwateren en steun aan de PKK op te zeggen om aan Amerikaanse (of Russische) eisen te voldoen. Een andere vraag is of zij die keuze überhaupt hebben.

Toekomst voor Rojava?
Terechte kritiek op de coalitie met de Amerikanen is dat de milities uit Rojava zich nu mogelijk onder Amerikaanse invloed op strijdtonelen begeven waar geen Koerden wonen en te verdedigen zijn, zoals Deir-ez-Zor. Mogelijk zetten de Koerden in op vergaren van zoveel mogelijk wisselgeld voor een sterke positie aan de onderhandelingstafel. Een andere mogelijkheid is dat hun risicovolle opmars een tegenprestatie voor Amerikaanse steun betekent. Voor de oorlog tegen IS is het uiteraard een goede zaak dat Raqqa wordt veroverd, maar verdere militaire bemoeienissen met niet-Koerdische gebieden leveren ook gevaren op, zoals de Russische escalatie aantoont.

Met de VS als weinig vertrouwenwekkende bondgenoot en de vele vijanden die het Koerdische democratische federalisme kent, ziet de positie van Rojava er niet rooskleurig uit. De Koerden zullen met Rusland in het reine moeten komen, al geeft dat het Kremlin de nodige uitdagingen. Assad heeft, door de nakende winst op IS, aan zelfvertrouwen gewonnen en heeft ook verplichtingen naar landen als Iran en Turkije, die Koerdisch streven naar autonomie en Amerikaanse aanwezigheid zoveel mogelijk wensen in te perken.

Om een groot conflict tussen Rusland en de VS te voorkomen, zullen de aspiraties van Rojava zonder meer op het hakblok van geopolitieke belangen worden geofferd. De verwachting is dat mogelijk een zekere autonomie kan worden gehandhaafd, maar dat de prijs uiteindelijk misschien wel te hoog blijkt te zijn om de ontluikende progressieve krachten van de sociale revolutie te beschermen.

Hector Reban

politiestaat, WIV-referendum

Sleepnetwet als opstap naar een postmoderne politiestaat

De Sleepnetwet werd in juli jongstleden, in de nacht voor het reces, bij open stemming aangenomen in de Eerste Kamer. Dankzij de oplettendheid van verschillende groepen is een campagne gestart om een raadgevend referendum af te dwingen.

Nu de eerste 10.000 handtekeningen binnen zijn gaat het om de 300.000 die er op 12 oktober moeten zijn om het referendum ook echt te houden. Dat zal niet vanzelf gaan, want de mensen zijn sceptisch over referenda, na twee maal bedrogen te zijn. Daarnaast is men òfwel niet op de de hoogte van waar het over gaat, òfwel onverschillig, onder het motto, ‘we worden toch wel afgeluisterd.’ Maar als eenmaal een sterke staat en een permanente noodtoestand zijn gevestigd, zullen ze niet meer worden afgeschaft. We hebben dus een éénmalige kans om deze overval op de democratie ongedaan te maken. 
 
 
De Sleepnetwet is onderdeel van een internationale ‘veiligheidsstructuur’ die vanuit de Verenigde Staten aan de EU is opgelegd. Toen PvdA-minister Plasterk indertijd werd betrapt op het voorliegen van de kamer inzake het doorgeven van de afluistergegevens aan de Amerikaanse inlichtingendienst NSA, werd al duidelijk dat het surveilleren van de bevolking niet een op zichzelf staande Nederlandse politiek is. Het past in een vanuit de VS geregisseerde uitbreiding van een Atlantische politiestaat.
 
In 1991 kwam aan het licht dat de Amerikaanse FBI al jaren aandrong op een Europese afluisterstructuur die in de nationale wetgevingen moest worden opgenomen onder de noemer van terrorismebestrijding. In 1998 rapporteerde het Europese Parlement dat dit afluisteren ten behoeve van de Amerikaanse inlichtingendiensten (het ‘Echelon’-programma) al veel te ver was gegaan. Maar na de aanslagen in New York van 9/11 verstomde deze kritiek en het EP heeft bovendien niets te vertellen.


De Atlantische ‘veiligheidsstructuur’ is sindsdien voortdurend uitgebreid en het is aan nationale regeringen in Europa om dit permanent te maken. In een artikel in Monthly Review van januari 2017 spreekt de Belgische socioloog Jean-Claude Paye in dit verband van ‘de politiestaat als postmoderne vorm van de nationale staat’, kortweg: de postmoderne politiestaat.

Al tijdens de Koude Oorlog bediende de NAVO zich van een ondergrondse terreurorganisatie om politiek te interveniëren; het bestaan daarvan kwam in 1991 in Italië aan het licht als ‘Gladio’. Ook in Nederland was er een tak van dit leger (hoofd was de latere PvdA-minister van buitenlandse zaken Max van der Stoel). In Italië, België, Griekenland en Turkije weet men dat ook toen al ‘crisis-management’ onderdeel van de NAVO-taken was.

Voor de Franse president Charles de Gaulle was dit in 1966 onder meer aanleiding om uit de militaire organisatie van de NAVO te stappen. Zelf was De Gaulle in 1958 aan de macht gekomen onder de noodtoestand krachtens artikel 16 van de grondwet, afgekondigd toen de generaals van het leger in Algerije een staatsgreep wilden plegen. Een dramatisch moment in de Franse geschiedenis, waarbij de recente aanslagen, hoe ernstig ook, in het niet vallen.

Pas onder Chirac, in 1999, keerde Parijs terug in het NAVO-gelid al bleven de gaullistische reflexen levend, m.n. in de NAVO-luchtoorlog over Kosovo. Onder zijn opvolger Sarkozy ging Frankrijk enthousiast deelnemen aan NAVO-operaties zoals in Libië in 2011, waarvan de gevolgen inmiddels duidelijk zijn. Daarnaast reorganiseerde Sarkozy de inlichtingendiensten om ze beter in te passen in de Atlantische ‘veiligheidsstructuur’. Ook de inlichtingenbanden met Israël, dat aan de wieg van de ‘Oorlog tegen de Terreur’ stond, werden aangehaald.

In de VS werd de noodtoestand ingesteld na de aanslagen van 9/11 en door Bush Jr, Obama, en nu ook door Trump, steeds verlengd. Onder de noodtoestand zijn allerlei grondwettelijke rechten opgeheven en dat blijven ze dus.

Na de aanslagen op Charlie Hebdo en Bataclan in 2015 werd ook in Frankrijk de noodtoestand ingevoerd. Hollande verlengde haar na de aanslag in Nice op 14 juli 2016—twee weken voordat ze automatisch zou zijn opgeheven. Hollande wilde nog een stap verder gaan, want de noodtoestand is altijd tijdelijk en niet toereikend voor de Oorlog tegen de Terreur, die zoals het zich laat aanzien, blijvend is. Zijn plannen om de noodtoestand in de grondwet een permanent karakter te geven, moest hij echter voorlopig intrekken.

Toch gaat de ontwikkeling naar een postmoderne politiestaat door. Ondanks sussende woorden van regeringen en economen, leven we immers in een permanente diepe crisis, waarin de regeringen hun bevolkingen niet meer vertrouwen en de Atlantische heersende klasse de regeringen niet meer. Vandaar, of er nu sprake is van ‘terrorisme’ of niet, de voortgaande inspanningen om de politiestaat vaste vorm te geven. Daarmee is de grens tussen een oorlogstoestand en de dagelijkse politiek vervaagd: in diverse Europese landen zijn gewapende militairen inmiddels onderdeel van het straatbeeld, en er wordt aan gewerkt om ook buitenlandse NAVO-militairen die patrouilles te laten uitvoeren.

De Sleepnetwet is een onderdeel van deze uitbouw van de politiestaat. Het is een overval op de democratie die bij ons nog maar één keer in stemming zal komen.

Bij een referendum.

Kees van der Pijl

lezingen/bijeenkomsten, MH17

Debatcafé MH17-onderzoek

In de eerste aflevering van het Haarlemse Debatcafé van dit seizoen vertelt Kees van der Pijl over zijn zienswijze op het onderzoek naar de ramp met de MH17. De avond begint op dinsdag 19 september om 20.00 uur en vindt plaats in De Pletterij, Lange Herenvest 122, 2011 BX Haarlem (15 minuten lopen vanaf het station.
foto van eerdere bijeenkomst met Kees van der Pijl in de Pletterij
Wat was de invloed van de geopolitiek op de wijze waarop met het onderzoek naar de MH-17 ramp is omgegaan?

Kees van der Pijl, politiek wetenschapper, werkzaam geweest aan de Universiteit van Sussex geeft daarover een inkijk in zijn boek, dat binnenkort verschijnt.. Hij neemt geen stelling hoe en door wie het vliegtuig is neergehaald. Het boek begint aan de andere kant, met het oprukken van NAVO en EU naar het oosten na de instorting van het Sovjetblok.

Een kleine toelichting: Ten tijde van de ramp was een bijzonder spannende geopolitieke situatie ontstaan. Oekraïne was het volgende land om in de westerse invloedssfeer te worden gebracht maar voor de Russen was de maat vol. De huidige oorlogssituatie daar is eigenlijk een proxy oorlog tussen Amerikaanse en Russische belangen om invloed.

Tegelijkertijd groeide de Russische invloed juist door samenwerking in BRICS (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) verband met onder meer China. Op de dag voor de crash tekenden de BRICS leiders in Brazilië het handvest van een alternatief voor IMF en Wereldbank, en sprak Poetin met Merkel af om een integrale regeling voor Oekraïne uit te werken. De USA eiste sancties tegen Rusland, maar de EU deed niet mee.

Een dag later werd MH17 neergehaald en Poetin kreeg direct de schuld. Brussel ging om. Een nieuwe koude oorlog was een feit.Bij het zoeken naar de schuldigen mocht Oekraïne, zelf verdachte, aan het onderzoek meedoen, zelf alle gegevens leveren en kreeg ook nog vetorecht inzake de uitkomsten van het onderzoek. Russische radarbeelden werden niet gebruikt en de Amerikanen hielden ze geheim. De uitkomst was volgens Van der Pijl dan ook voorspelbaar: het is de schuld van Rusland.

De ramp met vlucht MH17 in Oost-Oekraïne, nu ruim drie jaar geleden, is door de officiële onderzoekscommissies geheel opgehelderd.Het vliegtuig zou met een Buk-raket, aangevoerd vanuit Rusland en daar weer teruggebracht, zijn neergehaald door rebellen in de Donbass. Op de achtergrond de figuur van Poetin.Kees van der Pijl geeft een inkijk in zijn boek, dat in oktober eerst in Duitse vertaling, begin 2018 in het Engelse origineel en daarna in het Portuguees in Brazilië zal uitkomen. Hij neemt geen stelling hoe en door wie het vliegtuig is neergehaald. Het boek begint aan de andere kant, met het oprukken van NAVO en EU naar het oosten na de instorting van het Sovjetblok. In 2014 leidde dat tot een pro-Westerse staatsgreep in Kiev, geregisseerd door het Amerikaanse State Department.

Tegen de nieuwe ultra-nationalistische machthebbers kwamen de Russische delen van Oekraïne die in 1922 resp. 1954 bij de Oekraïense Sovjetrepubliek waren gevoegd in verzet.Dit gebeurde tegen de achtergrond van een heftige geopolitieke strijd, die in Europa werd uitgevochten tussen de USA en Rusland. De USA acht het van cruciaal eigenbelang om de rol van Rusland in de wereld, en zeker in Europa, zo klein mogelijk te houden. Die was in 2014 juist groeiende, niet alleen in Oekraïne, maar in de hele wereld, o.a. door BRICS-samenwerking met China. Ook de sterk groeiende handel met de EU (zoals de levering van heel veel gas) versterkte de Russische positie.

Op 16 juli 2014 tekenden de BRICS-leiders in Brazilië het handvest van een alternatief voor IMF en Wereldbank, en sprak Poetin met Merkel, om een integrale regeling voor Oekraïne uit te werken. Diezelfde dag kondigden de VS sancties tussen Rusland af, met energie als belangrijk onderdeel. De EU wilde deze sancties echter niet volgen. De volgende dag werd MH17 neergehaald. Brussel zwichtte en de onderhandelingen met Merkel werden afgebroken.In dit geopolitieke spanningsveld vond het MH17-onderzoek plaats, waarbij Kiev een veto-recht heeft bedongen inzake de uitkomsten van het onderzoek en zelf alle gegevens, zoals telefoontaps, mocht aanleveren. Zonder Amerikaanse of Oekraïense radar- of satellietbeelden.
MH17

Wordt MH17 ons 9/11? (26) De EU en de sancties na het neerhalen

In reactie op mijn laatste blog over het voorstel van een Nederlandse generaal om afwijkende meningen op Internet, in het bijzonder inzake MH17, tot zwijgen te brengen, heb ik een aantal commentaren ontvangen inzake de claim dat de EU zich pas voegde naar de Amerikaanse sancties van 16 juli 2014 NA het neerhalen. 
Want het was toch zo dat ook de Europese Raad (het orgaan van de regeringsleiders) bij elkaar kwam in een speciale ziting, eveneens op de 16de, om sancties te bespreken?
Dit is het waard om in detail te bezien, aangezien ik in mijn te verschijnen boek volhou dat het pas het neerhalen van MH17 was waardoor de EU werd overgehaald om het Amerikaanse initiatief te volgen.

 
 

Op 17 juli rapporteerde de BBC dat ‘De VS en de EU de sancties tegen Rusland hebben aangescherpt vanwege de beweerde steun van dat land voor de separatisten die vechten in Oekraïne’. President Poetin, die nog in Brazilië was, gaf als commentaar op deze sancties dat ze ‘de Amerikaans-Russische betrekkingen op een “doodlopend spoor” zouden leiden. Over de EU zegt het BBC-rapport dat ‘zij eind juli details van de sancties zou geven’. Dat was inderdaad het voornemen. Brussels was niet overtuigd, er stond te veel op het spel.
De Europese Raad kwam op 16 juli bij elkaar, de dag voor het neerhalen. Het communiqué was uitgebreid, met veel verwijzingen naar Russische misdaden, maar het benadrukte ook ‘de vastbeslotenheid van de Europese Unie om driehoeksonderhandelingen door te zetten over de voorwaarden van de gastoevoer van de Russische Federatie naar Oekraïne en prijst de inspanningen van de Commissie in dat opzicht. Het vinden van een spoedige overeenstemming hierover is belangrijk voor de stabilisatie van de Oekraïense economie en voor het veilig stellen van de verzekerde aanvoer en doorvoer van aardgas door Oekraïne.’

Op 17 juli gaf de Raadspresident Herman van Rompuy een verklaring uit die samenvatte dat er in feite te weinig overeenstemming was om verdere stappen te nemen.

´We habben een goede bijeenkomst gehad, een beetje korter misschien dan sommigen hadden verwacht. Dat is een beetje jammer maar niet dramatisch, helemaal niet dramatisch. In de afgelopen weken heb ik uitgebreide besprekingen gevoerd, zowel via de telefoon als in levenden lijve, met alle leden van de Europese Raad. Mijn conclusie was dat we nog niet op het punt zijn waar we een eensgezinge oplossing voor een volledig pakket van afspraken kunnen bereiken. We gaan door met overleg. De Europese Raad zal beslissingen inzake het hele pakket nemen op onze volgende zitting, 30 augustus.’


Interessant genoeg kwam de Europese Raad zelfs op 18 juli nog met een verklaring die niet verder ging datn ‘Zoals overeengekomen door de Europese Raad op 16 juli, heeft de Raad vandaag de juridische basis voor Europese beperkende maatregelen verbreed met het oog op de situatie in Oekraïne.’ Dit was met andere woorden slechts een uitvoeringbesluit dat herhaalde wat in principe al overeengekomen was op de 16de. De verklaring herhaalde inderdaad dat ‘de Raad gehouden is om een eerste lijst [getroffen] instellingen aan te nemen, inclusief die uit de Russische Federatie, eind juli.’

Pas op 22 juli kwam de Europese Raad met een verklaring die MH17 noemde, ‘Raad gaat over tot actie na het neerhalen van vlucht MH17.’ Deze verklaring, die net als de andere is opgenomen in ‘Timeline – EU restrictive measures in response to the crisis in Ukraine’, betuigt medeleven en komt met een aantal gerelateerde eisen zoals toegang tot de rampplek (dit was in feite geen punt omdat zelfs vertegenwoordigers van Kiev toestemming hadden om daar te verschijnen, zij het zonder wapens; premier Najib Razak van Maleisië verscheen daar nota bene incognito en nam de zwarte dozen van de opstandelingen van de Donbass in ontvangst, dezelfden die onze Frans Timmermans in de VN ‘geboefte’ noemde).

Inzake sancties verklaarde de Raad (in feitde de ministers van buitenlandse zaken, niet de regeringsleiders): ‘De Raad vroeg voor en versnelling van de voorbereiding van de maatregelen die op de speciale zitting van de Europese Raad op 16 juli waren overeengekomen. Een lijst van instellingen en personen die onder de verscherpte criteria vallen die op 18 juli door de Raad zijn aangenomen.’ Op 24 juli moesten de voorstellen voor actie worden voorgelegd, ‘inclusief betreffende toegang tot kapitaalmarkten, defensie, goederen met dubbele bestemming, en gevoelige technologieën inclusief voor de energiesector.’

Dat was dus het effect van het neerhalen van MH17. Eerst aarzeling en vooruitschuiven, en dan, na de ramp, een ommezwaai naar het volgen van de Amerikaanse sancties van 16 juli.

Ik denk niet dat het duidelijker kan worden gemaakt.

Kees van der Pijl (met dank aan Hector Reban)

MH17

Wordt MH17 ons 9/11? (25) De overheid, de media en de generaal

Generaal Wilfred Rietdijk, adviseur van het ministerie van defensie, heeft afgelopen week in een interview voorgesteld dat de overheid en de ‘belangrijke media’ gaan samenwerken om ervoor te zorgen dat nepnieuws de mensen niet meer of minder makkelijk bereikt. De generaal noemt MH17 een voorbeeld van disinformatie waarmee ‘Moskou’ Nederlandse burgers zou manipuleren. 

 
 
De eerste reactie zou eigenlijk moeten zijn dat de samenwerking tussen overheid en media al loopt als een trein, want de informatie over zaken zoals MH17 is volledig gelijkgeschakeld. 

Met de sleepnetwet die het mogelijk moet maken dat we niet alleen worden afgeluisterd maar dat de politie al meekijkt als we de laptop aanzetten, kan alternatieve informatie in een vroeg stadium worden opgespoord, dus waar maken we ons nog zorgen over?

 

Dat ik over MH17 redelijk ben ingelicht, is niet dankzij de ‘belangrijke media’ en al helemaal niet dankzij de Nederlandse overheid. Integendeel, zonder de aanvoer van alternatieve informatie zou ik nog altijd moeten aannemen dat het vliegtuig is neergehaald door pro-Russische rebellen met een door Rusland aangeleverde Buk luchtdoelraket.

Natuurlijk is op het internet ook royale aanvoer van nepnieuws, maar uit andere, plausibele verklaringen en het aangedragen bewijsmateriaal is tot op zeer grote hoogte een veel realistischer beeld te reconstrueren dan het officiële standpunt.

‘MH17 heeft Oekraïne gered’, verklaarde Porosjenko ruim een week geleden. Dat klopt. Tenminste, als we voor ‘Oekraïne’ lezen, de ultra-nationalisten die in februari 2014 in Kiev met steun van de NAVO een gewapende staatsgreep pleegden, en we nemen in aanmerking wat er op de datum 17 juli van dat jaar op het spel stond. Dan heeft de president-oligarch die in mei gekozen werd om het coup-regime een vernis van legitimiteit te verlenen (en die alleen al in 2015 zijn vermogen verzevenvoudigde), echt gelijk.

Want op 16 juli hadden president Poetin en kanselier Merkel een principeakkoord bereikt voor een integrale regeling van de crisis in Oekraïne, die een eind aan de burgeroorlog zou hebben gemaakt, de aansluiting van de Krim bij de Russische federatie zou hebben erkend, en Oekraïne zou hebben verplicht af te zien van het najagen van het NAVO-lidmaatschap in ruil voor een Russisch akkoord voor Kievs associatie met de EU. Daarbij zegde Rusland een grootschalig herstelprogramma voor de Oekraïense economie toe dat o.a. de leverantie van goedkoop gas zou omvatten, een paragraaf die Dmytro Firtasj voor zijn rekening nam, de oligarch die meestal als de vertegenwoordiger van Gazprom in Oekraïne wordt beschouwd.

Poetin en Merkel spraken elkaar in Brazilië, waar de Russische president en de overige staatshoofden van het BRICS-blok hun handtekening zetten onder het handvest van een BRICS-bank, die als alternatief voor IMF en Wereldbank moest gaan functioneren (iets waar nog weinig van is terechtgekomen, maar dat wist men toen niet); Merkel was in het land vanwege de eindronde van het wereldkampioenschap voetbal.

Op 16 juli vaardigde de VS prompt een nieuwe ronde sancties tegen Rusland af, die de al eerder ingestelde strafmaatregelen, die de gasleveranties aan Europa moesten bemoeilijken, en die in het bijzonder bedoeld waren om de geplande South Stream-pijplijn door de Zwarte Zee te blokkeren.

Deze sancties waren voor de landen van de EU bijzonder schadelijk omdat de handel tussen de EU en Rusland tien maal zo groot is als tussen de VS en Rusland. Ook zijn veel landen afhankelijk van Russisch gas, vooral Italië en Duitsland. Ook in dat licht dus geen wonder dat Merkel er veel aan gelegen was om met Rusland een akkoord over Oekraïne te sluiten.

Die nacht, van 16 op 17 juli, was er intensief telefoonverkeer tussen de Amerikaanse vice-president Biden, Merkel en Porosjenko, en ook belde Merkel direct met Obama. In de loop van de 17de, zo weten we van een alternatieve (regeringsgezinde) bron uit Oekraïne, was er groeiend ongeduld in Kiev inzake de instemming van de EU-regeringsleiders met de Amerikaanse sancties, en het kan niet anders of er was ook grote onrust over de Poetin-Merkel ‘Land for gas’-overeenkomst met haar erkenning van de afscheiding van de Krim.

Later die dag vloog Poetin terug naar Moskou. Hij passeerde Warschau een half uur nadat MH17 over die stad was gevlogen, maar daarna was de Maleisische Boeing naar het zuiden afgebogen, om uiteindelijk, eind van de middag lokale tijd, te worden neergehaald vlakbij de Russische grens in Oost-Oekraïne.

De Nederlandse regeringsinstanties (inclusief de officiële onderzoekscommissies) en de ‘belangrijke media’ weten wie dat gedaan heeft. Maar volgens meer geloofwaardige deskundigen, die via alternatieve media opereren omdat ze door de ‘belangrijke media’ genegeerd worden, dus Max van der Werff, Hector Reban, en anderen, is dat niet zeker en dankzij het feit dat Generaal Rietdijks voorstellen nog maar een proefballonnetje zijn, kunnen we de kwaliteit van beide informatiekanalen in alle vrijheid vergelijken.

Dan is het niet moeilijk om vast te stellen dat Van der Werff, Reban c.s. de beste papieren hebben.

Volgens Mark Leonard, oprichter en directeur van de Europese Raad voor Internationale Betrekkingen, zou het zonder MH17 bijzonder moeilijk zijn geweest, voldoende steun voor de nieuwe sancties tegen Rusland te vinden; volgens Porosjenko is Oekraïne zoals al aangehaald, door het neerhalen van het vliegtuig ‘gered’, want het overleg tussen Poetin en Merkel werd prompt afgebroken.

Wie het vliegtuig heeft neergehaald weet ik niet, maar over wat en wie er door de tragedie ‘gered’ werden, kan weinig twijfel bestaan. Als we daarbij ook meenemen dat Oekraïne zowel inzake het veiligheids- als het strafrechtelijk onderzoek de garantie eiste en kreeg dat niets naar buiten zou komen dat Kiev niet van te voren heeft goedgekeurd, dan komen we heel dichtbij een antwoord op de schuldvraag.

Danken we die alternatieve informatie nu aan Moskou, dat erop uit zou zijn ons te manipuleren? Geen sprake van. In de propagandaoorlog over MH17 tussen het Westen en Rusland blijkt dat het Kremlin niet eens in staat is zelf een samenhangend verhaal op te stellen, laat staan dat het de publieke opinie hier ka
n beïnvloeden. Dat ik mijn boek over MH17 en de nieuwe Koude Oorlog, dat binnenkort in Duitse vertaling zal verschijnen bij PapyRossa in Keulen, daarna in het Engelse origineel bij Manchester University Press, en vervolgens in Portugese vertaling bij Fino Traço in Belo Horizonte (Brazilië), heb kunnen schrijven, is hoofdzakelijk te danken aan alternatieve bronnen, niet aan ‘Moskou’ en zeker niet de Nederlandse regering en/of de ‘belangrijke media’.

Die blijven immers hardnekkig de meest onwaarschijnlijke scenario’s herhalen en het is dus broodnodig dat de informatievoorziening niet beperkt blijft tot deze hofleveranciers van nepnieuws.

Want dát is het grote probleem met de voorstellen, en de voorstelling van zaken door Generaal Rietdijk: het klopt gewoon niet.

Net zo min als Russiagate in Washington, de ‘Revolutie van de Waardigheid’ in Kiev , en nog veel meer sprookjes van Moeder de Gans die niettemin dagelijks worden herhaald.

Kees van der Pijl

NAVO

Op oorlogspad (8) Demissionaire regering actief in NAVO-oorlogsvoorbereiding

De regeringscoalitie van VVD en PvdA mag dan bij de laatste verkiezingen gedecimeerd zijn, minister Hennis van defensie blijft onverminderd strijdbaar.  Ze heeft zichzelf tot spreekbuis gemaakt van de Amerikaanse plannen om de NAVO in Europa om te schakelen naar een aanvalsstrategie. Het tijdschrift Foreign Affairs schreef al begin juni dat de NAVO het recht moet krijgen zonder formaliteiten Europese grenzen over te steken (in oorlogstijd is de nationale soevereiniteit natuurlijk opgeheven, maar nu moeten militaire verplaatsingen nog worden aangekondigd). Een militair ‘Schengen’. 23 dagen later kreeg minister Hennis datzelfde idee! En laat er nu enthousiast op ‘haar idee’ gereageerd worden!

 
 
Het zou allemaal een beetje zielig zijn als we het niet hadden over een overduidelijke opbouw naar een groot militair conflict in de Baltische staten. Met het demissionaire kabinet Rutte als stemmingmaker. Op oorlogspad dus. 
 


Bijna dertig grootschalige NAVO-oefeningen in Europa dit jaar, de opbouw van vier NAVO gevechtsgroepen in de Baltische staten, en nog een aantal specifieke infrastructurele voorzieningen geven blijk van de omschakeling naar een offensieve strategie. Nog in juli werd in Bulgarije, Hongarije en Roemenië de grote oefening Saber Guardian gehouden onder Amerikaanse leiding, waaraan 25 000 troepen uit 24 landen deelnamen. Daarnaast zijn er 4500 NAVO-troepen gelegerd in de Baltische staten (op rotatiebasis). Eenheden van het Amerikaans 2nd Cavalry Regiment liggen op 150 kilometer van de Russische exclave Kaliningrad, een overblijfsel van de USSR ingeklemd tussen Polen en Litouwen.

Zoals altijd spelen hier militaire en economische, vooral energiebelangen door elkaar heen. Vorig jaar besloot de EU al een pijplijn tussen Finland en Estland aan te leggen, en op 3 augustus jl. Is Polen akkoord gegaan met de Baltic Pipeline die vanaf 2020 gas van Noorwegen via Denemarken naar Polen gaat pompen. Vandaar gaat weer een pijplijn naar Litouwen en Slowakije, allebei belangrijke Gazprom-klanten.

Kaliningrad speelt in die context de rol die de Russische marinehaven Sebastopol op de Krim speelt, namelijk een strategisch punt van waaruit een hele regio militair kan worden gedomineerd. Er zal de NAVO veel aan gelegen zijn om een eind te maken aan de Russische ‘bezetting’ (het is het voormalige Oost-Pruisen, in 1944 door het Rode Leger op de nazi’s veroverd).

Vandaar dat de verwachting van de commandant van de Amerikaanse troepen in Europa, Hodges, dat Duitsland bij een crisis zijn spoorwegnet aan de NAVO ter beschikking zal stellen, niet ongegrond is.

‘De Russische dreiging’ moet bij dit alles dienen om aarzelingen in de publieke opinie en zelfs onder politici te overwinnen.

Dat er spanningen in de Baltische staten zijn, zal niemand betwisten. In Estland en Letland is 20 tot 25 procent van de bevolking Russisch, vooral in de steden: de helft van de Letse hoofdstad Riga is Russisch. In Litouwen wonen iets minder dan 10 procent Russen. Deze Russen worden op alle manieren in hun burgerrechten beperkt door de nationalisten die nu aan de macht zijn. Vaak met een achtergrond als ballingen in Noord-Amerika in de Koude Oorlog. T. H. Ilves, president van Estland van 2006 tot vorig jaar, groeide op in New Jersey en werkte in de VS voor het propagandakanaal Radio Free Europe; de voormalige Litouwse president V. Adamkus was eveneens 30 jaar lang Amerikaanse staatsburger en werkte hoofdzakelijk als officier voor de militaire inlichtingendienst. De Letse president, Vaira Vike-Freiberga, groeide op in Canada. Allemaal zijn ze na de instorting van de Sovjet-Unie spoorslags naar hun thuislanden teruggereisd om daar leiding te geven aan de anti-Russische krachten, met de Atlantische connectie hoog in het vaandel.

Anti-Russische wetten die in Oekraïne tot burgeroorlog leidden, provocerende parades van SS-veteranen en niet in de laatste plaats, NAVO-activiteit tot op enkele honderden meters van de Russische grens, het kan allemaal tot onrust leiden. Maar de NAVO is paraat. Minister Hennis herhaalt de Amerikaanse wensen als zijnde haar ‘idee’ (enthousiast ontvangen).

Een demissionair kabinet mag alleen lopende zaken behandelen, de minder belangrijke dus. Zoals een oorlog in Europa, de laatste naar we mogen aannemen… ?

Kees van der Pijl